Samenwonen
2011-10-21
Moeten man en vrouw per se trouwen om hun relatie ten volle te genieten, of kunnen ze ook gaan samenwonen?- Jaargang 55
- nummer 21
Wat is er eigenlijk op tegen om te gaan samenwonen? Over dit onderwerp is door veel kerkenraden al uitvoerig nagedacht.
De pastorale praktijk laat heel wat samenwonende stellen zien, jong en al wat minder jong. Ik zal proberen vanuit de theologie iets over deze situatie te zeggen.
Als een man en een vrouw gaan samenwonen, spelen verschillende motieven een rol. (Tussen haakjes: ik ga in dit artikel niet in op het samenwonen van twee mannen of twee vrouwen – dat is een andere discussie.) Laat ik een paar van die motieven noemen, dan kan daarna het gesprek eerlijk beginnen.
Motieven
Is het werkelijk nodig om een registratie van je relatie bij de burgerlijke stand te organiseren? Wat is de meerwaarde van een huwelijk boven samenwonen? Je hoeft geen deskundige te zijn om te zien dat ‘het huwelijk’ niet zoveel meer voorstelt.
Wie vandaag trouwt en daarbij plechtig een belofte aflegt voor een ambtenaar, kan met hetzelfde gemak de week erna een echtscheiding aanvragen. Mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan, en zeker als er geen kinderen in het spel zijn, is tegenwoordig een huwelijk volstrekt niet bindend voor het leven.
Zo’n trouwbelofte is breekbaar als glas.
Nee, dan kun je beter in alle integriteit samenwonen – dan ben je in elk geval niet schijnheilig bezig.
Tegelijk is trouwen voor veel mensen toch nog steeds een enorme stap. Het lijkt ondanks alles toch wel erg definitief en totaal: je geeft je echt aan elkaar. Hoe weet je zeker dat je altijd bij elkaar zult blijven, hoe kun je zoiets beloven? Het leven lijkt te snel, te vluchtig, te onbestemd om zo’n grote belofte te kunnen doen.
Nee, dan kun je beter gaan samenwonen – dan ben je in elk geval niet aan elkaar gebonden.
Diep geestelijke, zelfs christelijke motieven kunnen ook een rol spelen. Het gaat namelijk niet om ‘de huwelijkssluiting’, om dat uiterlijk vertoon. Het gaat erom dat je elkaar belooft trouw te blijven. Als man en vrouw dat aan elkaar bevestigen, is er eigenlijk al sprake van huwelijk. Trouwen doe je dus eigenlijk gewoon met z’n tweeën. Zonder alle poespas, nee, dan kun je net zo goed samen gaan leven – dan kun je echt heel goed trouw zijn aan elkaar.
In deze motieven schuilen belangrijke kernen van waarheid. Wanneer de christelijke kerk het huwelijk verdedigt tegenover het samenwonen, zal ze daarom aan deze motieven recht moeten doen aan. Ik hoop te laten zien dat dit ook kan, en dat onder andere daarin een echt christelijke visie op huwelijk haar meerwaarde kan bewijzen.
Gods werk
Jezus Christus zegt in het evangelie: ‘Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden’ (Matt. 19: 6). Het spannende van deze uitspraak is vandaag dat een huwelijk als Gods werk omschreven wordt. Terwijl man en vrouw voor elkaar kiezen – zo gaat dat in onze cultuur nu – wordt een huwelijk in deze tekst benoemd als Gods scheppingswerk. Spannend is deze combinatie omdat menselijke verantwoordelijkheid en Gods werk met elkaar samenvallen. Dat roept allerlei vragen op: als God twee mensen verbindt, doen zij dat zelf dan niet meer? En als zij dat zelf niet meer doen, zijn ze dan zelf nog wel verantwoordelijk voor die keuze?
Is werkelijk elk huwelijk zó door God geschapen – ook als na verloop van tijd deze huwelijksrelatie als heel schadelijk wordt beleefd door één of door beide echtgenoten of hun kind(eren)?
Samenwonen lijkt deze spannende punten te vermijden. Het lijkt puur de keus van man en vrouw. Toch is dat schijn, want een samenwonend christelijk stel ziet elkaar heel vaak wel degelijk als geschenk van God, gegeven aan elkaar.
Ook dan blijft dus de verantwoordelijkheid voor de eigen keuze én Gods werk een spannende combinatie. Door samen te gaan wonen vermijd je misschien om deze spannende vraag te stellen, maar die blijft in de praktijk zelf heus overeind staan. Kennelijk is het eigen aan de relatie tussen man en vrouw, die samen ook met God willen leven, dat zo’n relatie spannend is. Je kunt de realiteit van de moeiten, spanningen, vragen en al het zoeken dat meekomt met een relatie, niet vermijden. Sterker nog: het is juist je christelijke verantwoordelijkheid om heel expliciet met deze vragen om te gaan. Trouwen, in combinatie met een goede christelijke voorbereiding hierop en een al even belangrijke constante bezinning op je getrouwdzijn, biedt christenen de mogelijkheid expliciet te maken wat bij samenwonen misschien onder de oppervlakte blijft.
Laat ik proberen dit punt uit te werken.
Vrij
‘Kiezen’ en ‘vrijheid’ zijn twee woorden die in ons huidige denken over relaties belangrijk zijn: ik kies er zelf voor om met een ander verder te gaan, anders ben ik niet vrij. En ook als ik mij bind aan iemand anders, wil ik mijn eigen vrijheid wel behouden. Achter deze opvatting gaat een hele leefwereld schuil, een typisch moderne manier van aankijken tegen relaties en vrijheid.
Per definitie lijkt een relatie, in wat voor vorm dan ook, mijn vrijheid te beperken.
Geen wonder dat een huwelijk wel als een heel drastische inperking van mijn vrijheid wordt gezien.
Tegelijkertijd zijn er enorm hoge, romantische verwachtingen van het huwelijk. Als ik trouw, wil ik de ander gelukkig maken. En, minstens zo belangrijk, ik verwacht dat de ander mij gelukkig maakt.
We willen samen genieten van elkaar, van kinderen, van het leven. Mijn huwelijk is bedoeld om het leven van mij en de ander tot grote hoogten te stuwen.
Trouwen geeft een dubbele boodschap af: aan de ene kant ben ik bang voor vrijheidsbeperking, aan de andere kant verlang ik naar volledige ontplooiing. Dat zet zo’n relatie van meet af aan enorm onder druk.
Zo groot, dat het onmogelijk wordt hieraan te voldoen. Wat bedoeld is als een poging om mij van mijn vrijheid te verzekeren, blijkt mij te gijzelen in een onmogelijk hoge eis: vrij blijven en vrijheid geven, gelukkig worden en gelukkig maken.
Ik schrijf dit artikel op mijn werkkamer aan de Theologische Universiteit in Kampen. Aan de overkant van de straat is een populaire trouwlocatie waar ik recht op uitkijk. De laatste dagen stapten zeker vier bruidsparen in vol ornaat naar buiten, met champagne, losgelaten witte duiven, en met prachtige trouwauto’s voor de deur van de voormalig doopsgezinde kapel aan de Broederweg. Zo hoort het huwelijk te zijn: mooi, feestelijk, vrij, gelukkig – zelfs als het giet van de regen.
Luther
Maarten Luther schreef heel andere dingen. Hij stelt de vraag: waardoor kan een christen het huwelijk van andere levensvormen onderscheiden?
Door Gods Woord. Want ‘aan het huwelijk heeft God zijn Woord gegeven’.
Dat wil zeggen: God schiep man en vrouw, gaf Eva aan Adam, zegende hen en droeg hun op vruchtbaar te zijn en talrijk te worden. Het is Gods Woord dat man en vrouw verbindt. Luther koppelt het huwelijk meteen ook aan ‘gezin’.
Het is een bijzondere roeping als vader of moeder te mogen zorgen voor je kind. Normaal gesproken zou je je neus ophalen voor vieze luiers verschonen, ’s nachts wakker liggen van een huilende baby, snotneuzen snuiten enzovoort. Maar wie zich door God geroepen weet tot zo’n taak, mag God vragen om zijn belofte gestand te doen dat Hij zal zorgen voor wie Hem liefhebben. Dat neemt niet weg dat er moeilijkheden te overwinnen zijn, maar God zal zijn belofte zeker houden. Dit is een heel belangrijke theologische notie: terwijl het leven binnen het gezin, in de relatie tussen ouders onderling en tussen ouders en kinderen, lang niet altijd gemakkelijk zal zijn, moet je niet je heil verwachten van je eigen keuze, maar van Gods Woord.1 Jezus’ woord dat God mensen verbindt is niet zomaar een uitspraak.
Het houdt Gods belofte in: Ik zal zorgen voor jullie relatie – en ook voor de kinderen die hierin geboren worden.
Luther wijst op het grote kader waarin het huwelijk staat. Trouwen moet geen doel op zich zijn. Zó bezien staat de huidige culturele visie op het hebben van een relatie onder kritiek. Terecht, denk ik, moet je als christen heel bewust je relatie altijd onderbrengen in een groter geheel. Van oudsher was dat grotere kader het huisgezin, waarin meerdere generaties samenleefden en waarin ook al het werk gebeurde dat nodig was om te (over)leven. De term ‘economie’ vindt hier zijn oorsprong: het huis (oikos) waarvoor regels (nomoi) gelden. Sinds een paar eeuwen hebben we het huwelijk hieruit losgepeld – maar daarmee hebben we de huwelijksrelatie ook een andere invulling gegeven.2
Kerk, staat en maatschappij
Kunnen we vandaag de dag de man-vrouwrelatie weer terugbrengen in dit brede familie-begrip? En wat voor zin zou dat hebben? Vooropgesteld: het maken van indelingen en onderscheidingen is niet neutraal. Je opvatting over manvrouw-relatie, en hoe je de verbindingen legt met gezin, werk, samenleving, kerk, zijn gestempeld door bewuste of onbewuste overtuigingen. Ook als je de man-vrouw-relatie min of meer apart stelt, maak je daarmee een keus. God heeft de mens een opdracht gegeven zijn leefwereld te ordenen (Gen. 2:19) en dus moeten we dat bewust en overtuigd doen.
In de traditie van Luther wordt een indeling gemaakt die overeenkomsten vertoont met het gereformeerde ‘kerk, staat, en maatschappij’: kerk (ecclesia), samenleving (oeconomia) en politiek (politia). Daarmee wordt overigens een veel oudere indeling overgenomen die op Aristoteles teruggaat. Deze drie zijn geen voorgegeven ‘formats’ waar alles in geperst moet worden. Luther ziet ze als door God geschapen en ingestelde levensvormen, dat wil zeggen: God roept iedereen om in de relatie met God (kerk) en met elkaar (samenleving) te staan, waarbij de staat (politie, politiek) de grenzen van het samenleven sinds de zondeval dient te bewaken.
Opnieuw speelt ‘roeping’, het door God opgeroepen en aangesproken worden, een cruciale rol.
Voor de man-vrouw-relatie betekent deze driedeling het volgende, en daarmee kom ik terug op de motieven voor samenwonen aan het begin van dit artikel. Trouwen is samenleven in de overtuiging dat je hiertoe door God geroepen bent.3 Deze relatie staat in het grote kader van de hele samenleving en is dus niet alleen of allereerst een privéaangelegenheid. Het christelijke huwelijk moeten we leren beleven als een publieke gebeurtenis. Daarmee staan de romantische en burgerlijke (laatmoderne) opvattingen van het huwelijk ter discussie. Samenwonen zonder de ‘poespas’ van de huwelijkssluiting en het huwelijk miskent deze publieke dimensie.
Bovendien is trouwen een uiting van vertrouwen op Gods belofte. Hij zal de gelovige echtgenoten helpen om hun belofte gestand te doen. Samenwonen om deze diepe binding te vermijden miskent Gods eigen belofte voor man en vrouw in hun relatie.
Als christen trouwen moet gezien en beleefd worden als een krachtig statement. Tegenover een samenleving waarin levenslange trouw als achterhaald wordt beschouwd, leren christenen echtscheiding als op z’n minst een zeer bijzondere uitzondering te beschouwen.
De christelijke kerk zal dan ook consequent en constant veel werk moeten maken van intensieve huwelijksvoorbereiding.
Deze levenshouding moeten we namelijk aangeleerd krijgen. Ook voor getrouwden zal een vorm van ‘huwelijks-APK’ geen overbodige luxe zijn. Maar ook voor de kerk geldt: Gods belofte geeft hiervoor alles wat nodig is!
Hans Schaeffer is onderzoeker aan de Theologische Universiteit in Kampen en redacteur van De Reformatie.
Hij is getrouwd en vader van een dochter.
1 Vgl. Oswald Bayer, ‘Luthers Verständnis der Ehe’.
In: Freiheit als Antwort. Zur theologischen Ethik, Tübingen (Mohr Siebeck GmbH & Co. K), 1995, pag. 211-223.
2 Vgl. mijn artikel ‘De kloof overbrugd’ in De Reformatie, 20 mei 2011, pag. 368-371.
3 In mijn boekje Trouwen – als je vrijheid je lief is (Franeker (Van Wijnen), 2008) ga ik hierop dieper in, met veel aandacht voor alle vragen die deze overtuiging oproept.