Thuis in het gezin van God
2011-10-21
Met Paulus oneliner: ‘Het is beter om ongetrouwd te blijven’ heeft ze niet zo veel op. Met de persoon van Jezus, 33 jaar vrijgezel, des te meer. Ze is een gewone single uit een doorsnee Nederlands Gereformeerde kerk, met een positieve boodschap: ‘Als kerk vorm je samen het gezin van God.’ - Jaargang 55
- nummer 21
Annemarie van den Brink (48) woont in Oegstgeest en werkt als GZ-psycholoog met volwassenen met een lichte verstandelijke beperking en psychiatrische problemen.
Ze is creatief en muzikaal, geniet van haar neven en nichten, hun kinderen én van de kinderen in haar de kerk. Ze doet mee in het gebedspastoraat en heeft jaren met kinder- nevendienst meegedraaid. En ja, ze is ook single, iets wat ze bijvoorbeeld bij doop- en trouwdiensten wel eens als pijnlijk ervaart. ‘Maar het helpt al als je die diensten ziet aankomen. Dan zit je er voorbereid.’ Zich vrolijk makend over haar eigen antwoord: ‘Nou ja: trouwdiensten zie je natuurlijk al héél lang van tevoren aankomen.’
Thuis
Annemarie: ‘Ik kom uit een gewoon gezin, een predikantsgezin.
Gewoon, in de positieve zin van het woord: warm. We hebben veel gedaan met elkaar, maar ieder ging ook zijn eigen gang. Ons gezin is altijd nauw verweven geweest met de kerk.
Of ik in de kerk iets proef van wat ik in het gezin ervoer? Ja en nee. Ik ben heel erg opgevoed met betrokkenheid op elkaar. Je bent lid van een gezin, net als van je gemeente. Niet alleen consumptief, het is meer dan lid zijn op papier; naar elkaar omzien, voor elkaar zorgen, dat is me wel met de paplepel ingegoten.
Maar de tijd is verder gegaan: het gezinsleven ligt ver achter me, de kerk verandert – die is gelukkig met de tijd meegegaan.
Ik vind het belangrijk om een band te voelen met de gemeente. Dat je bijvoorbeeld na de vakantie terugkomt en denkt: ik ben weer thuis. Het is belangrijk om dat ook waar te maken naar nieuwe mensen. Volgens mij ontkom je er niet aan dat een gemeente trekjes krijgt van een familie, omdat je verschillende leeftijden en soorten mensen hebt. Net als in een gezin, daar heb je ook liefde, wrijvingen, irritaties.
Dat heeft iets moois.’
Geliefd
‘In de praktijk merk je bijvoorbeeld bij het koffiedrinken na de dienst dat je niet automatisch je gesprekspartner hebt. Of als er een gemeentevergadering is, dat niemand zegt: “Zullen we gaan vanavond?” Niemand herinnert mij er zondagmorgen aan om naar de kerk te gaan. Dat moet ik zelf doen. De gemeente kan je daarin helpen. Maar je bent ook zelf verantwoordelijk om in te burgeren: je kunt actie ondernemen, je inzetten, op mensen afstappen.
Iedereen moet er wat voor doen om zijn of haar plek in de kerk te vinden.
Misschien loopt dat iets soepeler met een gezin waarin de kinderen naar de crèche gaan of naar de clubs. Je legt in eerste instantie mogelijk sneller contact via je kinderen. Maar ik ben zelf inmiddels genoeg ingeburgerd in mijn gemeente.
Natuurlijk confronteren bepaalde momenten je met pijn en gemis, zoals bij doop- en trouwdiensten. Ook wel als je gewoon zondags om je heen kijkt en ogenschijnlijk harmonieuze gezinnen en stellen ziet zitten. Maar daar moet je niet bij blijven steken. Juist in de kerk voel ik me meer gelijkaardig en gelijkwaardig dan in de maatschappij.
Daar buiten ontleen je je identiteit aan je werk of gezin. In de kerk ontleen je die identiteit aan het Gods geliefde kind zijn.’
Misverstand
‘Ik weet niet of kerken meer ingesteld zijn op gezinnen. Misschien wel. Maar dan ben ik blij dat het zo is. Het is ongelooflijk belangrijk om aandacht te schenken aan jongeren en kinderen. Dat is de toekomst, als je daarin niet investeert, gaat het mis.
Ik weet wel dat een aantal singles daar meer moeite mee heeft. Soms kan ik ook zelfmedelijden hebben, maar dat probeer ik snel opzij te zetten. Als single moet je je best doen om betrokken te blijven bij kinderen in de gemeente, het gaat niet vanzelf. Aan de andere kant lijkt het voor mensen met kinderen soms niet vanzelfsprekend dat singles ook kinderwerk willen doen en crèche willen draaien. Daar vragen ze soms gemakkelijker ouders voor.
Zelf heb ik lange tijd kindernevendiensten gedaan. Ik vond het juist heerlijk om in tegenstelling tot de complexiteit van mijn werk dan met gewone kinderen contact te houden.
Op mijn werk zie ik vooral mensen met problemen: volwassenen met een verstandelijke beperking, die zelf weer kinderen hebben met heel veel problemen. Hier genoot ik van gewone kinderen, hun blijheid of boos zijn, van normale kinderdingen.
Aan de andere kant: als single word je soms geacht onbeperkt kerkenwerk te kunnen doen. Ja, er zijn nog steeds mensen die in die vakkuil trappen. Ik meen toch dat dit een misverstand is. Als single moet je alleen je geld verdienen, alle klusjes doen in huis, boodschappen, papieren, cv bijvullen, zelf je sociale contacten onderhouden. Je kunt niet tegen je man zeggen: “Bel jij even die en die, dan doe ik dit.” Dus nee, je hebt niet per definitie meer tijd.’
Geloofsmaatjes
‘Aparte dingen voor singles? Een Bijbelkring met alleen vrijgezellen? Dat lijkt me vier keer niks.
Ik wil niet bevestigd worden in het anders zijn, juist in de kerk benadrukken we wat we gemeenschappelijk hebben.
Misschien vinden sommigen het leuk, maar ik vind het een verarming.
Ik zit op een gebedskring met zijn vieren, de drie anderen zijn getrouwde vrouwen. Dat is heerlijk omdat ik net zo hard mee kan bidden voor hun kinderen en hun zorgen daarin kan delen. Net zoals zij weer voor mijn moeite met het single zijn kunnen bidden.
Ik zie echtparen om me heen die samen Bijbellezen en bidden. Weet je, ik wil het niet idealiseren, maar ik mis wel dat de één voor de ander bidt, geloofsmaatjes.
Dat lijkt me een absolute meerwaarde van een christelijke relatie. Het is belangrijk dat iedereen gezien wordt in de kerk. Niet alleen singles, maar iedereen, ongeacht hoe hij of zij leeft of woont, gewoon iedereen. Onze dominee vroeg een keer: “Vind je niet dat we een veel te kindgerichte gemeente zijn?” Dat maakt het voor mij al goed, dat die vraag gesteld wordt, dat er dus over nagedacht wordt en men zich inleeft in gemeenteleden zonder kinderen.
Gezien worden vind ik wel een belangrijk punt. Op een gegeven moment vroeg een vrouw in de gemeente na een doop: “Als je de baby even wilt vasthouden, moet je het zeggen.” Dat was een mooi moment, het feit dat men er oog voor heeft. Maar dat steekt ook wel nauw. Als iemand voor mij beslist, zo van: “Hier heb je een baby om vast te houden, kun jij dat ook eens meemaken,” dat is niet prettig.’
Erkenning
‘Wat wel werkt? Voor onze vrouwenochtenden in Oegstgeest werd mij gevraagd iets te vertellen over het wel en wee van single zijn. Het stuk dat ik voor die lezing schreef, is in de kerkenraadmap beland. Ieder nieuw kerkenraadslid kan het inzien. Dat is mooi.
Een ander voorbeeld: de tieners van onze gemeente maakten vlak voor Kerst een film. Het onderwerp was: hoe vieren gemeenteleden Kerst?
Er waren bijdragen van een oude broeder, van een moeder van een gezin en van iemand die alleen was.
Ludiek en luchtig, het hoeft ook niet zo zwaar. Maar het geeft wel erkenning. Je wordt gezien.
De betekenis van Genesis 2:18, “Het is niet goed dat de mens alleen is”, is voor mij in de loop van de tijd erg veranderd. Onder druk van de samenleving lees je dat heel snel als: de mens is niet goed als-ie alleen is.
Een denkfout, want dan deugt er iets niet als je alleen bent. Het beeld van buitenaf is: je moet echt gaan daten, en: wat, heb je nooit iemand gehad, wat klopt er dan niet aan jou?
Zelfs in de reclame wordt voortdurend neergezet dat je samen hoort te zijn. Met je verstand weet je dat het niet waar is, maar toch… In de loop van de tijd is Genesis veranderd voor mij, het is nu een soort erkenning: God heeft de mens geschapen om samen te zijn, dus het is logisch dat single zijn niet altijd meevalt en een aspect in zich heeft van onvervuld verlangen.’
Samen
‘Ik realiseerde me: Jezus was ook vrijgezel. Hij kende daarin alle mensendingen: angsten, verleidingen, ook seksuele wellicht. Maar met de tekst van Paulus: het is beter om ongetrouwd te blijven, kan ik niks. Dat lijkt mij zelfs een soort pastorale uitglijder.
Ik zie het ongetrouwd zijn niet als een gave. Dat gaat mij te ver. Ik zie het meer als opgave. Als je het single zijn zelf zo ervaart, als een gave, dat is prima.
Maar dat moet een ander niet voor jou bepalen.
Ik heb geleerd dat je waardevol bent, los van wat je hebt (partner, geld, bezit), wat je doet (werk) of wat anderen van je zeggen (aanzien).
We zijn individueel geliefde kinderen van God.
Als kerk vorm je samen het gezin van God. Samen God loven, dat gaat in tegen het individualisme. In de kerk zien we naar elkaar om, omdat we, hoe verschillend onze levens ook zijn, allemaal eerst door God gezien zijn.’
Jacolien Viveen is coördinator van Micha Nederland. Ze is getrouwd en moeder van drie kinderen.