MUITERIJ

1983-04-01
  • Jaargang 27
  • nummer 13
Begin februari was het vijftig jaar geleden, dat Nederland werd opgeschrikt door een levensgrote muiterij bij de vloot. De bemanning van H.M. pantserkruiser De Zeven Provinciën was er met het schip vandoor gegaan!

Terwijl de hogere officieren aan wal zaten - in de Atjehclub van Kotaradja - gingen enkele honderden mariniers en matrozen tot muiterij over.

De wapenkamer werd in beslag genomen, de aan boord aanwezige officierengroep ontwapend, het anker gelicht en met achterlating van een rookpluim verdween de oorlogsbodem in Zuidoostelijke richting. Het was als een blikseminslag.
De dissertatie van J. C. H. Blom over dit voorval is een dezer dagen herdrukt.

Ook de dagbladen hebben er aandacht aan gewijd - zij het dat meer belengstelling getoond is voor de 23 doden en het gejammer van gewonden dan aan het naakte feit: dat Nederland voor aap stond met zijn roemruchte vloot; op een moment dat onze Oosterburen "de straten vrij" maakten en de "rijen aaneensloten"; op een moment dat Mussolini het keizerrijk Ethiopië tot koloniale buit verklaarde; op een moment dat een wereldoorlog in de lucht zat.

De Telegraaf gebruikte de kop: "Een kaping, die eindigde in bloedvergieten".
Deze kop geeft beter dan iets anders de herwaardering van de historische feiten aan, Want kaping, nietwaar, is een gewone zaak, waarmee we moeten leren leven. Vandaag een trein, morgen een vliegtuig - maar altijd om een goed doel te bereiken. (Vallen er doden, dan is dart:meestal gevolg van ontactisch optreden van de gewapende hand). Maar kapers bedoelen het altijd goed.

Aan bloedvergieten daarentegen wordt zwaar gewogen. Vergieten is morsen, onvoldoende zorgdragen voor mensenlevens, onmenselijk optreden dus. En wanneer een “onschuldige" muiterij, die uitgesproken geweldloos was, met een bom wordt beantwoord, dan treft na een halve eeuw nog blaam wie hiervoor aansprakelijk stond: de minister van Oorlog, mr dr L. N. Deckers.
In bloedvergieten schuilt kopij. Een krachtige re
gering is verdacht en wie geweld tegenover geweldloosheid hanteert is bij voorbaat schuldig. Gelukkig dat het voorval net russen het eerste en tweede kabinet-Colijn plaats vond, anders was deze geduchte Atjeh-figuur nog aansprakelijk gesteld.

Maar Colijn was op dat ogenblik slechts eerstekamer-lid en kort tevoren gepasseerd bij de benoeming van een gouverneur-generaal voor Nederl. Oost-Indië.

Intussen was de muiterij op De Zeven Provinciën het begin van een groeiend revolutionair verzet tegen een regering, die, als Romeinen 13 nog waarde heeft, haar zwaard niet tevergeefs draagt. Want wie zich tegen de overheid verzet weerstaat de instelling van God. Dat schreef Paulus aan slaven te Rome in een tijd, dat die overheid het gehate Romeinse wereldregime betekende.

Natuurlijk waren er sociale achtergronden voor deze muiterij. Het was 1933 en al vier jaar lang was het economische misère, wat de klok sloeg.
Werkloosheid, lage lonen, faillissementen, zeer lage sociale uitkeringen, weinig hoop op beterschap.

En in die tijd, waarin geld Iangzamerhand hoger dan goederen geschat werd, ontstond déflatie: een verhoogde koopkracht van de gulden. Met lage lonen kon men steeds beter rondkomen. Geen wonder dat de bedrijven, ook de overheid, over loonsverlagingen spraken. Zo werd ook bij de Marine een loonsverlaging aangekondigd.

Toegegeven dat de levensstandaard laag was (vandaag onaanvaardbaar geacht) de maatregel was niet onredelijk. Bij een verláágde koopkracht wordt een loon-aanpassing door ieder ook als normaal en billijk aanvaard.
En de lonen lagen bij de Marine niet beneden het bedrijfsleven en zeker niet beneden het onderwijs. Hoe waren die lonen dan?

Het lagere blanke personeel verdiende van f 1160 per jaar tot f 2160 voor sergeants. Plus kleding, voedsel en huisvesting. Lagere ambtenaren en bankpersoneel ontvingen in die jaren niet meer, soms wel minder; maar dan zonder voeding, kleding en huisvesting. Wei kwamen zij onder dezelfde druk van salariskortingen te staan. En bij uitgesproken ontevredenheid stonden er tien op elke vrijkomende baan te wachten!

Het bruine personeel, dat veel lager dan het blanke betaald werd kan moeilijk vergeleken worden. In hun bezoldiging school een stuk koloniale historie en de factor van behoefte-en-aanbod: voor zes dubbeltjes per week kon men op Java grif een tuinman krijgen. We kunnen daarvan denken wat we willen, maar moeten trachten de geschiedenis objectief te zien.

De reactie op de aangekondigde Ioonsverlagingen was echter verschrikkelijk.
In Soerabaja werden bij de Marine rellen geschopt. Er werden arrestaties verricht, zware straffen gegeven. En op dit ogenblik stoomde het gekaapte oorlogsschip De Zeven Provinciën op naar ... Soerabaja. Met welke bedoelingen? En kon die reis goed gaan, zonder bevoegde officieren, zonder bevoegde krachten op de brug en in de machinekamer? Hoe vèr zou het goed gaan?

Zes dagen en zes nachten voer het schip langs Sumatra, tot dicht bij Straat Soenda. Dat is 1500 tot 2000 kilometer. Telegrafische sommatie om te stoppen werd genegeerd. Tenslotte werd met harde hand ingegrepen: de vertoning had al te lang geduurd en verder geduld kon alleen als slapheid van onze regering worden uitgelegd.

Tot nu toe hadden twee onderzeeërs De Zeven Provinciën begeleid. Nu stoomden uit Straat Soenda de kruiser Java met twee torpedobootjagers het schip tegemoet. Ook werden vijf Dornier-vliegboten gereed gehouden.
De sommatie tot overgave werd gegeven. De muiters hesen twee signalen: "hindert ons niet" - "wij hebben geen geweld in de zin". Waarop hun gezegd werd de witte vlag re hijsen en witte lappen op het dek uh te leggen tegen vliegtuigaanvallen.

Misschien, bijna zeker, heeft een aantal muiters er toen wel genoeg van gehad. Men zag de bui al hangen. Maar de leiders waren niet van plan toe te geven en de anderen zaten in de boot. Het antwoord Het niet op zich wachten. Aan de horizon verscheen een Dornier, die een enkele bom van vijftig kilo op het voordek plaatste: 23 doden, veel ernstig gewonden, zware schade aan het schip. Maar onmiddellijke overgave!

Er is veel te doen geweest over de vraag: of die bom terecht was of niet?
De regering had overwogen eerst een waarschuwingsbom voor de boeg te gooien, alvorens bloed te vergieten. Het fijne van de zaak is ons nooit bekend geworden. De vliegenier verklaarde aan de pers, dat met vijanden niet onderhandeld werd en dat hij daarom meteen raak gooide. Dat kan de waarheid zijn geweest; het kan ook bluf zijn geweest om een vergissing te maskeren. Feit is, dat zijn positie bij de luchtmacht moeilijk was geworden, dat hij overstak naar Fokker, waar hij als invlieger in 1940 bij een ongeluk de dood vond.

Een andere vraag die voor ons open is gebleven luidt: waarom waren twee van de Dornier-vliegboten al voor de start onklaar en moesten twee andere na de start terugkeren? Was ook dit muiterij of sabotage?

Wat het moederland betreft, alleen de communisten stonden achter de muiters. De socialisten hebben kritiek geleverd op het regeringsbeleid en de harde hand. De regering kreeg overwegend bijval van parlement en volk. Het regeringsbeleid is sedertdien krachtiger geworden. Er zijn maatregelen genomen tegen de bonden en een aantal organisaties werd taboe verklaard voor marinepersoneel. Het was net op tijd. De Marine herstelde zich en heeft zowel in 1940 als in 1942 zijn oude faam herwonnen.

En sedertdien hebben we de tweede wereldoorlog beleefd. De kadaverdiscipline, het gewetenloos gehoorzamen aan het “Befehl ist Befehl " , is terecht door de Verenigde Naties niet geaccepteerd. Hiermee immers worden lafaards tot onmenselijke werktuigen misbruikt. Het "God meer gehoorzaam zijn dan mensen" wordt nog altijd in post-christelijke landen erkend; principiële dienstweigeraars krijgen dan ook op goede gronden hun kans. Wel moet een weigeraar - we denken ook aan degenen die zich geroepen voelen tegen kernenergie op te treden - rekening houden met de kwade kansen. Maar hij kan rekenen op een menselijke behandeling.
Dat brengt hem tevens onder de verplichting, deze gewetensvrijheid niet te misbruiken.

Het nee-zeggen tegen de van God gegeven overheid Is dus mogelijk: nooit om het eigen belang zeker te stellen, alleen wanneer de gehoorzaamheid dan God moet prevaleren. Waarbij wel in acht moet worden genomen: dat een door ons niet-begeerde overheid (Romeinen, Duitsers, Fransen, een socialistisch of marxistisch bewind) toch overheid blijft. En waarbij een christen voor Gods aangezicht de kosten overrekent.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief