Lezers schrijven over familie
2011-10-21
15 jaar was ik toen ik ging kamperen met vier jongens en vier meisjes. Toen ik, jaren later, aan mijn moeder vroeg waarom ze dat goed had gevonden, antwoordde ze: ‘Jullie konden samen bidden, dan kun je ook samen kamperen.’ Toen ik verkering kreeg en mijn vriend en ik samen met andere vrienden gingen kamperen, riep mijn vader mijn vriend bij zich. Hij gaf hem het vertrouwen, maar tegelijk ook de verantwoordelijkheid om zijn dochter weer thuis te brengen zoals hij haar meekreeg.- Jaargang 55
- nummer 21
Mijn moeder sprak minder over het geloof dan mijn vader, maar ik herinner me van haar wel oneliners waarmee ze blijk gaf van haar geloof en haar hoop. Ze legde zich er opgewekt bij neer dat er voor noodzakelijke vernieuwingen in huis geen geld of geen tijd was met de opmerking: ‘Ach kind, wij hebben hier geen blijvende stad.’ Het leven willen ‘beheersen’, het ‘geluk’ van je eigen kinderen bewerken als hoogste doel was mijn ouders vreemd. Wij moesten leren omgaan met tegenvallers. ‘Het leven is niet met een schaartje te knippen,’ zei mijn moeder dan, waarmee ze de zaak op een humoristische manier relativeerde.
Zoals ik bij mijn vader denk aan Psalm 78, denk ik bij mijn moeder aan 1 Korintiërs 13. Op haar graf staat de tekst over geloof, hoop en liefde.
Met deze ouders voel ik mij nog altijd een gezegend mens.
Aan God de eer!