Oma
2011-10-21
Dankzij een mooie foto (zie hiernaast) en een levensbeschrijving heb ik het idee dat ik mijn oma een beetje gekend heb, ook al was ze al overleden voordat ik werd geboren. De kleinkinderen wisten: als je ergens mee zit, kun je bij oma terecht. Anderen noemden haar tante Anna. Oma had een groot en liefdevol hart; er was altijd voor iedereen plaats. Ze gaf zonder woorden les in liefde voor elkaar. Dat maakt haar onvergetelijk: ‘Weet je nog, hoe gezellig het was bij opa en oma? Weet je nog – die zangmiddagen?’ - Jaargang 55
- nummer 21
Op woensdagmiddag is het druk in de kleine voorkamer.
Iedereen krioelt er door elkaar. De kleinkinderen hebben al twee keer een greep mogen doen in de snoeptrommel en nu wordt het echt tijd: tijd om te zingen. Oma zit achter het orgel en om beurten mogen de kleinkinderen een liedje opgeven.
‘Het Angelus’, ‘Op de grote stille heide’, ‘Een veldmuis vond in het beukenbos’ en ga zo maar door. Ook kleuterdeuntjes van Jacob Hamel komen langs: ‘Elsje fiederelsje’, ‘Zagen, zagen’, ‘Moriaantje’ en nog veel meer.
Gezond is oma al lang niet meer, maar als ze anderen, en vooral haar kleinkinderen, een plezier kan doen, dan houdt ze zich goed. Ze lijkt onvermoeibaar.
Die liefde, die belangstelling, die grote aandacht: dat hoorde bij haar. Het ging in haar leven zo anders dan vroeger bij haar thuis! Geboren in 1870 in Rotterdam heeft ze buitengewoon veel verdriet van haar ouders gezien en dus zelf ook veel treurigs meegemaakt. Oma Anna was er één van de twaalf en zij mocht 64 worden. Vier van haar broers en zussen stierven voor het eerste levensjaar, vijf werden er niet ouder dan vier jaar. Nog twee kinderen leefden iets langer: zes en tien jaar. Alleen oma groeide op tot volwassenheid. Wie kan het verdriet begrijpen van ouders die steeds maar naast bedjes stonden van lijdende en stervende kinderen? Verdoofd van pijn en wanhoop gingen ze weer de weg naar de begraafplaats, mijn oma en haar ouders. Zij berustten niet verslagen in een soort noodlot, maar rustten in Gods toelating én in zijn liefde.
Vermoedelijk was vervuild drinkwater de oorzaak van ziekte en sterven. Armzalig Rotterdam eind negentiende eeuw – een wereld van verdriet en ellende.
Oma zong met een hart vol liefde voor de Heer en voor haar kinderen en kleinkinderen. Dat had ze niet alleen van zichzelf maar vooral van haar Vader die voor families en alleenstaanden alle plaats in zijn grote hart heeft.