De Vader heeft twee zonen

1983-04-15
  • Jaargang 27
  • nummer 15

DE VADER HEEFT
TWEE ZONEN Een lied voor de jeugd.
bij Lucas 15: 11-32


1. Een vader heeft twee zonen
De oudste zoon is wijs;
Hij blijft bij Vader wonen
De jongste gaat op reis.
Hij gaat langs alle wegen
Op zoek naar vrolijkheid
De Vaderlijke zegen
Is hij voor altijd kwijt.

2. Plezier vindt gauw een einde
Engeld is snel verbrast,
Dan wordt hij door ellende
En hongersnood verrast.
Dan denkt hij aan zijn Vader
Staat op en gaat naar huis,
Misschien vindt hij genade
Als knecht bij Vader thuis….

3. Zou Vader hem vergeven
Wanneer hij daarom vraagt?
Wat Vader heeft gegeven
Heeft hij er door gejaagd.
Hij zal zijn schuld bekennen:
“Ik was een slechte zoon:
Laat mij als een der knechten
Maar werken voor mijn loon…”

4. De Vader ziet hem komen:
De zoon op wie Hij wacht.
Hij sluit hem in zijn armen.
Hij drukt hem aan zijn hart.
“Mijn zoon die was gestorven,
Is nu weer opgestaan!
Zet wijd de deuren open
En richt een feestmaal aan!”

5. De Vader heeft twee zonen,
de jongste zoon is blij,
want hij mocht binnenkomen,
hij hoort er nu weer bij.
De oudste zoon blijft buiten…
…hij is zo trouw geweest;
Voor hem en zijn kornuiten
Gaf Vader nooit zo’n feest.

6. De Vader komt naar buiten:
“Mijn kind,” zegt Hij. “Wat nou!
Jij woont bij mij in huis en
Het mijne is van jou!
Jouw broer was bij de doden,
Maar hij is opgestaan!
Dus mag hij binnenkomen
En zó aan tafel gaan!”

Melodie: Liedboek 90 of maak er zelf één, en stuur mij die toe, wil je? (Beetslaan 67, Rijswijk)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief