Redt Een Kind
1982-10-01
Het is erg moeilijk om nee te zeggen tegen een kind dat hulp nodig heeft.- Jaargang 26
- nummer 36
Dat ondervonden wij ook nu weer. Als gevolg van ons laatste bezoek aan India bereikten ons twee verzoeken om hulp: uit Srinagar in de staat Kashmir en uit Tanakpur in de staat Uttar Pradesh. Beide plaatsen hebben wij bezocht.
In Srinagar wil men graag beginnen met hulp aan kinderen. Hier was nog niets. De bevolking bestaat ·voor het overgrote deel uit mohammedanen.
Er is een grote haat tegen het Evangelie. Zo erg zelfs dat enige jaren geleden de enige protestantse kerk in Srinagar door de mohammedanen werd verbrand. Om hier christen te zijn is niet gemakkelijk. Er zijn in deze stad nogal wat kinderen die hulp nodig hebben. Het is hier al even arm als in het overgrote deel van India. Er zijn echter geen kindertehuizen waar deze kinderen opgenomen kunnen worden. De mensen die wij hier ontmoet hebben komen uit een andere Indiase staat, nl. uit Mizoram. Zij zijn door hun Kerk uitgezonden om als zendelingen te gaan werken in Kashmir. Dit werk verloopt moeizaam; zij ontmoeten veel vijandschap. Zij komen vaak arme, verwaarloosde kinderen tegen, zoals bijvoorbeeld Mohamed Safi. Hij is drie jaar. Zijn beide ouders zijn gestorven. Hij was bij zijn grootvader in huis. Deze grootvader is oud en arm. Mohamed Safi zwierf verwaarloosd op straat rond.
Deze jongen en drie andere kinderen hebben zij in huis genomen. Het leek ons goed om voorlopig met deze vier kinderen te beginnen. (Zij kunnen financieel geadopteerd worden voor f 60,- per maand). Later zal er ongetwijfeld naar een groter huis moeten worden omgezien.
Vlak bij de grens met Nepal bij de stad Tanakpur in de Indiase staat Uttar Pradesh ligt "The Good Shepherd" Agricultural Mission. Hier zijn 70 kinderen. Dit werk is heel anders opgezet dan enig ander kindertehuis dat wij kennen. Het werd opgericht' in 1948 door een Amerikaans echtpaar, Max en Shirley Streng. Hij is een boerenzoon. Hij werd landbouwkundige en ging als zodang lesgeven op een landbouwschool in India. Hij heeft dit zeven jaar gedaan. In 1948 hoorde hij dat de Indiase regering gratis land gaf aan mensen die dit konden bewerken. Dit land 'lag aan de voet van het Himalayagebergte. De heer Strong kreeg 100 "acres" (1 acre = 0,4 ha.) oerwoud. De eerste twee jaar leefde hij met zijn vrouw
en vier kinderen in tenten. Zij moesten hun eigen huis bouwen en zij moesten van de grond goede landbouwgrond maken. Dat duurde vele jaren.
In 1947 werd India onafhankelijk. Veel Engelsen verlieten India en gingen naar hun eigen land terug. Soms lieten zij een Indiase vrouwen kinderen achter. Deze Anglo-Indiase kinderen werden nergens geaccepteerd.
Niet door de Indiase bevolking en niet door de blanken die achter bleven. Zij hoorden nergens bij. De familie Strong nam ze op. Later, toen dit probleem niet meer speelde, werden ook andere kinderen geholpen uit India en Nepal. Zij komen vaak van heel ver. Toen wij daar kwamen- vonden wij een gemeenschap van zo'n 100mensen, waarvan 70 kinderen. Alles doet men gemeenschappelijk. De kinderen gaan halve dagen naar school, de andere helft van de dag helpen zij bij het werk. De meisjes doen voornamelijk het huishoudelijke werk en de taken rouleren. Op deze manier leren ze koken, brood bakken, boter maken, naaien, de was verzorgen, op de kleine kinderen passen en deze verzorgen, verplegen van zieken, enz, De jongens - en ook meisjes als zij dat willen - helpen bij het werk op de boerderij, in de werkplaats, bij het bouwen en wat er verder te doen valt. Jongens en meisjes verzorgen om beurten de gasten als die er zijn.
Wij werden bediend door drie jongens van 10-12jaar. Zij maakten onze bedden op, deden de kamers en brachten ons het avondeten. De andere maaltijden werden gezamenlijk met de familie Streng en alle kinderen gebruikt. De kinderen gaan naar school tot hun 16e jaar, daarna volgt een training van 3 jaar en als men dat wil kan men zich daarna nog gedurende twee jaar specialiseren in een of ander vak. Na de opleiding kunnen de kinderen het huis verlaten of ze kunnen daar blijven om een bepaalde taak op zich te nemen. Op deze manier wordt de gemeenschap in stand gehouden. Niemand verdient iets, maar iedereen krijgt alles wat nodig is.
Voor zo'n grote gemeenschap is heel wat nodig. De boerderij brengt hiervoor niet genoeg op. Voor een aantal kinderen krijgt men hulp van een Engelse organisatie. Deze wil echter geen kinderen helpen onder de zes jaar. Wij kregen het verzoek om 25 kinderen voor onze rekening te nemen.
Wij hebben daarin toegestemd en de eerste keer hiervoor ook al het geld gezonden. Er kwam een dankbare brief terug: "Geen woorden kunnen beschrijven hoe dankbaar wij zijn. Wij waren ten einde raad.
Wij hadden zulke hoge kosten gehad. De moessonregens kwamen laat. En wij moesten rijst planten met water dat wij dag en nacht uit onze putten moesten pompen, De elektrische motoren raakten daardoor defect." En dan vervolgt de heer Strong: "Ik ben opgegroeid op een boerderij in Amerika, ik ben afgestudeerd als landbouwkundige, ik heb zeven jaar les gegeven op een landbouwhogeschool, ik heb een groot stuk land gedurende 34 jaar bewerkt, maar ik maak nooit meer dan een kleine winst en in slechte jaren zelfs dat nog niet. Dan ben ik blij als ik de kosten er uit haal. Misschien ben ik dan wel niet de beste boer, maar ik denk niet dat velen het beter zullen doen in India met zijn vele misoogsten." Wij waren onder de indruk van de hechte christelijke gemeenschap die wij hier vonden. Wij hopen dat u één of meer van deze kinderen wilt helpen. Er zijn ook baby’s bij. Wij eindigen met een citaat uit een brief van de heer Streng: "Eén ding waardeer ik heel erg in uw organisatie, nl. dat hetgeen wordt gegeven uit liefde tot de Here Jezus Christus, en met gebed, wordt gegeven. Dit is een belegging voor de eeuwigheid."
Secretariaat:
Dr Guépinlaan 23, 4032 NH Ommeren
Tel. 03443-2079of b.g.g. 03449-1659.
Postgiro: 1599333t.n.v. Stichting Redt Een Kind te Zwolle.
Bank: Raiffeisenbank-Zwolle, rek.nr. 37.73.32.860.