Mensen die je niet vergeet
1982-10-08
Iemand stuurde me een boek. Dat doet hij wel vaker. Blijkbaar bedoelt hij daarmee: lees dat nu eens en dien er je lezers mee. Het is een praktische methode om iemand aan het werk te houden. Maar het boek is er dan ook naar: dr J. J. Buskes gaf in zijn "Mensen die je niet vergeet" (Semper Agendo, Apeldoorn 1969) negentien kleine biografieën van interessante mensen, die voor ons het onthouden waard zijn. De twintigste is Buskes zelf, die door de opmerkzame lezer gemakkelijk wordt ingevuld. Hij vertelt namelijk niets over zichzelf, dan wat in verband staat met zijn onderwerp.- Jaargang 26
- nummer 37
Buskes (1899-1980) wat een begaafd schrijver, een begaafd predikant, een begaafd denker; een in hoge mate interessant mens. Iemand die verteerd werd door zijn liefde tot Jezus Christus en zijn gemeente. En die vanwege deze liefde zijn warme christenliefde uitdroeg aan zijn gemeenteleden, zijn geloofsgenoten van welke denominatie ook, en voorts aan heidenen, mohammedanen en joden. In het bijzonder aan de wees, de weduwen de verdrukte. Zijn rubriek "In de waagschaal" werd gevreten en gevreesd. Hij kon delicate dingen zo ontnuchterend eerlijk zeggen, dat je een schok van herkenning kreeg: het probleem was weg en je taak lag daar!
Tegen een onzer predikanten waagde ik het eens te zeggen: Buskes is een stuk geweten van de gereformeerd gezindte. De goede man knikte instemmend en dankbaar; maar viel meteen terug in de rol van gereformeerd predikant en voegde er bruusk aan toe: maar een valse profeet is hij ook!
En een ander predikant, tegen wie ik mijn waardering voor Buskes beleed, antwoordde zorgzaam: maar ik geloof niet dat hij een der onzen is. U bent dus gewaarschuwd. Buskes is een omstreden man. Hij hoort niet bij ons clubje. Maar een man die je niet vergeet. Naar ik meen heeft ons blad bij zijn overlijden, enkele jaren geleden, weinig aandacht aan hem besteed.
Laat we dat nu mogen doen. Door uit zijn boek te vertellen.
In zijn "Hoera voor het leven" (De Brug, Amsterdam 1959) heeft hij al een aantal ontmoetingen beschreven met mensen en toestanden, die een rol in zijn leven speelden. Hij eindigde toen: "wij hebben van Godswege de opdracht, in een zondige en slechte wereld, met zondige en slechte mensen, en zondige en slechte ideeën, het leven dragelijk te maken; wat ruimte te scheppen om adem te halen, door het scheppen van een beetje recht en een beetje vrijheid; maar dat beetje recht en dat beetje vrijheid, in zichzelf onvolmaakt, worden groot als een afschaduwing van Gods recht en Gods vrijheid".
Me dunkt: dit is nog geen valse profetie. Het had, in groter lijnen en forser formaat, door bijvoorbeeld dr K. Schilder kunnen zijn geschreven. Maar trok Schilder forse lijnen en rechte sporen - Buskes was de man van de fijne nuance, de kleine ets; ook van de dwarsliggers.
In het nu te behandelen boek is Buskes verder gegaan met zijn ontmoetingen.
Sommige personen zijn opnieuw en nu breder behandeld. En als u benieuwd bent naar de namen - hier zijn ze: ds G. Wisse - Johan de Heer - ds Cornelis Vermaat - prof. dr H. J. Pos - prof. dr K. Schilder - De Vijf Doden - dr P. S. Gerbrandy - de voortrekkers van de NCSV - rabbi Sam de Wolff - prof. dr W. J. Kooiman - paus Johannes XXII - Albert Loethoeli - ds Martin Luther King - prof. dr Karl Barth - en het echtpaar dr J. M. de Jong-Schermerhom,
Ik zei het al: de onvergetelijke man zelf, di edr J. J. Buskes heette, is uit zijn geschriften te proeven. In zijn voorkeur en afkeur; in zijn licht en donker; in zijn gegevens en weglatingen; in zijn oordeel en smaak; in zijn liefde en reserves. Neem een boek met honderd recensies uit één pen - en u kent de eigenaar van die pen.
Toen ds G. Wisse, virtuoos op het religieuze volksklavier, in 1920 de gereformeerde kerken verwisselde met de Christelijke Gereformeerde, schreef een onzer: "wij verliezen een begaafd spreker, een begaafd karakter verliezen wij niet". In dit oordeel school machtig veel waarheid - maar gelukkig niet alles. Buskes, die Wisse van nabij kende, citeerde prof. Bolland, die hem in bescherming nam tegen harde rechters: "het hindert mij dat men zich van de domme houdt, alsof er geen oudgereformeerd wolkje aan de lucht was - en dan bij wijze van wraakneming afgeeft op zijn ijdelheid, die hier buiten spel behoorde te blijven".
Die ijdelheid was Buskes echt niet ontgaan. Toen hij - nog lid van de jongelingsvereniging op gereformeerde grondslag - Wisse voor een spreekbeurt vroeg en te horen kreeg dat hij uit "tijdredenen" van 40, 50 en
75 gulden kon kiezen, antwoordde Buskes dat ze Wisse niet konden gebruiken, aangezien ze gewoon waren 100 gulden voor een lezing te betalen. Maar aan de andere kant herkende hij ook het priesterlijke, bemiddelende element in Wisse's preken, "waarbij zijn preek een dialoog wordt en onze vragen en klachten, stilten en verrukkingen, in het spreken van God wordt opgenomen". - Dat milde woord had ik in onze kerken nog nooit eerder gehoord; wel alle anekdoten.
Johan de Heer, "goed doorgewinterde zakenman en rasevangelist", speciaal van de Wederkomst, was een populair man: "Gods kudde", zo zei hij, "bestaat niet uit giraffes maar uit schapen; je moet de voerbak zo hangen, dat ze er bij kunnen". De Heer bracht het evangelie van Christus' wederkomst in een tijd, dat de theologie, laat staan de kerk, zich er nauwelijks mee had bezig gehouden. "Hij had een machtige sekte kunnen opbouwen" (hij trok honderdduizenden) "maar hij had de kerk lief".
"Door gereformeerde predikanten is De Heer onbarmhartig en onredelijk afgekraakt. Niet stijlvol en niet broederlijk", getuigt Buskes. En hij voegt er aan toe: Johan de Heer had gedacht dat Assen (GS 1926) consequenties zou hebben: niet alleen ten aanzien van de eerste drie hoofdstukken van de Bijbel, maar ook de laatste drie. Dat werd hem een teleurstelling: men verletterlijkte enerzijds en vergeestelijkte anderzijds. - A:l met al een broederlijke tekening van een simpele Bijbelkenner, die tallozen tot zegen is geweest en dingen beklemtoonde, welke de kerken al te zeer lieten liggen.
Een eerherstel.
C. Vermaat was gereformeerd predikant in Makkum, toen hij door de uitspraken van de Asser Synode (1926) in moeilijkheden kwam en in het Hersteld Verband belandde, evenals Buskes zelf. In zijn goede tijd kon hij toornen tegen het confessionalisme, waarin de gereformeerde kerken verdronken: "Men stelt het confessionalistische standpunt boven dat van het geloof; het resultaat is dat wij dienaren van de kerk en niet van Christus worden". En "de verabsolutering van de confessie maakt het ons onmogelijk, de stem van de levende God te horen". Hij wilde de gemeente geschaard zien: niet om een leerstelsel, maar om de persoon van Jezus Christus.
Op de duur liet hij zijn ambt los, menend dat hij dit om zijn hoogmoed niet waard was. Bijna dertig jaar leefde hij in armoede en eenzaamheid, door enkele vrienden bewaard voor psychiaters en behouden bij het geloof.
Een dwaas om Christus' wil, ten dode gedoemd, niet in eer en aller voetveeg.
"Was hij niet die gestoorde dominee uit het hersteld verband?", vroeg iemand later. Ja, dat was hij.
Maar voor zijn heengaan gaf hij in sobere woorden zijn belijdenis: "wij leuteren en kletsen zoveel over God - wij hebben zulke hoogmoedige gedachten over God - wij zijn zulke goddeloze wezens - God heeft mij mijn zonden vergeven - God is goed - ze hebben mij nooit verteld dat God goed is - ik ken mijzelf niet, God kent mij - God is goed".
Prof. dr H. J. Pos, hoogleraar in taalwetenschap en klassieke letteren, diende de Vrije Universiteit van 1923-1932. Ging toen over naar de Stedelijke Universiteit. Aanvankelijk gereformeerd, dr Geelkerken volgend in het Hersteld Verband, werd het geloof voor hem "een gezichtspunt, van waaruit orde in de verwarring kan worden gebracht" - máár een illusie. Politiek schoof hij steeds verder naar links. Werd fel tegen de kerk en het christendom, hoewel nooit een aanhanger van een -isme. Buskes zegt van hem: "Zijn afwijzing van het geloof heeft mij altijd pijn gedaan. Om hemzelf en om de kerk, die zeker niet de oorzaak van zijn afwijking genoemd mag worden, maar die er wel aanleiding toe gaf en hem motieven aan de hand deed". "Het is de schuld van ons, dat deze man van ons heenging. We hebben samen aan het avondmaal gezeten!"
De vijf ter dood veroordeelden waren uit de omgeving van Westmaas en hadden een gestrande Engelse piloot in oorlogstijd van eten en kleren voorzien. Ze kwamen in vijf cellen naast Buskes terecht, ook door de Duitse bezetting herhaaldelijk vastgehouden. Een goede cipier bracht Buskes in contact met de vijf. Hij sprak herhaaldelijk en pastoraal met hen. Allen kwamen uit kerkelijke gezinnen, maar "deden er niet meer aan".
Toch vonden ze in de laatste weken voor hun dood het innerlijk vertrouwen terug. De jongste werd op zijn 22ste verjaardag gefusilleerd. In een briefje aan zijn ouders schreef hij ten afscheid: "lees eerst Romeinen 8 : 31-39 voor u verder leest". En dan: "ik dank u voor alles. Mijn konijnen zijn voor zus, laat ze goed voor ze zorgen".
Later zei Van Randwijk: "wat is de toekomst der mensheid waard, als de zorg voor de konijnen er niet meer in thuis hoort?"
De volgende week Buskes' herinnering aan dr K. Schilder, iemand die we evenmin vergeten.