Breukelen vanuit Utrecht
1982-10-08
Droegen eerdere verslagen van de Landelijke Vergadering steeds de titel 'Breukelen vanaf de zijlijn', het verslag van 25 september zal 'Breukelen vanuit Utrecht' moeten heten. Praeses ds H. J. van der Kwast maakte dit meteen aan het begin van de vergadering duidelijk. Hij stelde namelijk nadrukkelijk vast, dat daar in Utrecht geen àndere vergadering begonnen was, maar een laatste bijeenkomst van de Landelijke Vergadering die steeds in Breukelen gehouden is. Alleen was de samenstelling nu anders. In Breukelen waren namelijk vier afgevaardigden van elke regio aanwezig, die samen al in januari van dit jaar overeenstemming hadden bereikt over een Accoord van Kerkelijk Samenleven in veertig artikelen. Dat Accoord kon nu in Utrecht getoetst worden door afgevaardigden van iedere kerk afzonderlijk.- Jaargang 26
- nummer 37
Welnu, in de loop van die vergadering IS het Accoord getoetst en na een aantal amendementen met ruime meerderheid goedgekeurd. In zijn openingswoord stond ds Van der Kwast stil bij een woord van Prediker, die in Prediker 9: 16 schrijft: Wijsheid is beter dan kracht. Iets dat Prediker toch volhoudt, ook al ziet hij heel goed dat dit een aangevochten waarheid is.
Zie je het immers niet gebeuren, dat naar een arme, maar wijze man zelden wordt geluisterd? Vaak wordt wijsheid veracht. Maar de echte wijsheid is de vreze des Heren, en die wordt ten diepste door deze verachting niet geraakt, die is rijk in zichzelf. Denk aan Jezus als dè man die wijs was, maar veracht. Voor de kerk de opdracht om te getuigen van die arme, maar wijze man. Sinds het kruis van Christus kan wijsheid in de kerk alleen nog maar de wijsheid des kruises zijn.
Die wijsheid, zo besloot ds Van der Kwast zijn openingswoord, is ook in de kerk en in een kerkorde beter dan kracht, en God geve dat we daaruit mogen leven.
Inbreng uit Chicago
De vergadering, die helemaal gewijd was aan de kerkorde en aan het aanwijzen van een nieuwe roepende kerk, kende nog één toegevoegd agendapunt, namelijk een toespraak van Rev. Tymen E. Hofman, predikant van de Christian Reformed Churches te Chicago. Met deze kerken onderhouden onze kerken sinds kort Ecclesiastical Fellowship, kerkelijke gemeenschap. Dat is een beperkte vorm van correspondentie. Ds Hofman stond stil bij het ontstaan van de kontakten tussen beide kerken, die begonnen in '74 door een gesprek met prof. Veenhof.
"Hij vertelde hoe hij twee keer in zijn leven was afgezet dus ik kan me wel indenken dat jullie zo tegen synodes zijn", zo zei ds Hofman. Hij vertelde hoe zijn kerken, die op 3 oktober jl. 125 jaar bestonden, in het begin slechts vier kerken en één predikant telden ('Het wonder van de negentiende eeuw' van H. Algra leert me, dat dat ds H. G. Klijn was, W.S.). Nu zijn het 800 kerken en 1100 predikanten, inclusief emeriti. Het Calvin College en het Calvin Seminary zijn de opleidingsinstituten van deze kerken, die ds Hofman omschreef als trouw aan de belijdenis. Hij sprak ook over een kleine groep van verontrusten, die onder de naam MARS een eigen seminarie met vijf studenten hebben opgericht, Hij noemde de moeilijke vragen van de hermeneutiek als de oorzaak van deze volgens hem niet gerechtvaardigde verontrusting.
Geen letterknechten
Tenslotte wenste hij de afgevaardigden veel zegen bij het werk aan de kerkorde, waarover hij nog opmerkte: "Er zijn mensen die een boekje willen maken met regels voor alles maar dat gaat niet. Je moet een beetje ruimte houden voor de zin van de kerkorde".
Een proeve van hoe dat in onze kerken toe zal gaan leverde praeses ds Van der Kwast meteen aan het begin van de kerkordediscussies. In een van de eerder vastgestelde artikelen staat hoe zo'n voortgezette Landelijke Vergadering als die van Utrecht werkt. In dat artikel wordt onder meer bepaald, dat de notulen van de gewone L.V. uiterlijk twee maanden na afloop rondgestuurd moeten worden. Dit is echter zelfs nu, acht maanden later, nog niet gebeurd.
Daar maakte de kerk van Den Haag schriftelijk op attent. Ds Van der Kwast: "Dat stáát inderdaad wel in artikel 38. Maar dat had in dit geval geen zin. Want in Breukelen zijn de ruim dertig artikelen waar we het nu over hebben eenvoudig allemaal aangenomen. En: regels moeten wel uitgevoerd worden, maar alleen als dat zinnig is. We zijn geen letterknechten." Dat is natuurlijk ook weer waar.
Vloed van amendementen
De eigenlijke discussie werd ingeleid door ds J. Bouma, rapporteur van de commissie die de redactie had over de 33 artikelen die nu getoetst moesten worden. Inhoudelijk, zo zei hij, is er vandaag niet zo gek veel meer te doen. Wel kunnen er nog schriftelijke amendementen worden ingediend en behandeld. Verder maakte hij duidelijk, dat de commissie geprobeerd heeft om met alle bezwaren rekening te houden, maar toch wilde blijven in de lijn der vaderen, omdat zij van mening was dat dat in de lijn van de Schrift is.
Gevraagd werd om alle amendementen in één sprekersronde in te dienen. In deze ronde vroegen 15 afgevaardigden het woord. Een enkele spreker had wel 8 amendementen, zodat werkelijk een stortvloed op tafel kwam. De commissie heeft echter slechts weinig tijd aan de lunch besteed, en zij had 's middags bij monde van ds J. C. Janse haar oordeel over alle ingediende amendementen klaar. In dit verslag nu een paar punten daaruit, met voor de duidelijkheid meteen het antwoord van de commissie.
Allereerst kwam oud. P. Dubbeid aan het woord, die namens de kerk van Barendrecht erop aandrong dat de Preambule bij de uit te geven kerkorde opgenomen wordt. De Preambule is de verklaring die in 1974, ook in de Jeruzalemkerk te Utrecht, aangenomen werd, en waarin onder meer wordt verklaard dat onze kerken haar eenheid allereerst en ten diepste ervaren in hetzelfde geloof, in de gehoorzaamheid aan het Woord van God en in de gemeenschappelijke belijdenis, en dat bij die eenheid het al of niet aanvaarden van een kerkorde geen breuk of verwijdering mag opleveren. Ds Janse bevestigde dat deze Preambule erbij hoort, en ds Van der Kwast liet dit ook nog door de afgevaardigden bekrachtigen.
Nogal geschrokken
De kerk van Enschede-Noord wilde bij monde van ds O. Mooiweer graag in de kerkorde opgenomen zien, dat het onderwerp van het peremptoir examen vooral de kerkelijke leer en het kerkelijk recht dient te zijn, en dat het aanbeveling verdient om op de christelijke feestdagen over de heilsfeiten te preken. Verder staat in het concept dat de doop bediend zal worden "zodra mogelijk is", en daar zag Enschede-Noord graag aan toegevoegd "terwijl men zich dient te wachten voor onnodig uitstel". De commissie vond deze toevoegingen echter overbodig. Wel werd een redactionele verandering in het artikel over de tucht over ambtsdragers overgenomen.
Ds C. A. Versluis van Ermelo wees erop, dat art. 20 stelt, dat belijdende leden van andere gemeenten tot het avondmaal kunnen worden toegelaten "indien genoegzaam vaststaat dat zij zich in leer en leven als goede christenen gedragen." Dit is echter zo stellig geformuleerd als een kerke raad het van zijn eigen leden niet eens kan zeggen. Over het innerlijk oordeelt de kerk immers niet. De commissie was het hiermee eens, en stelde voor om te wijzigen in: "indien op goede gronden kan worden aangenomen". Het voorstel van Ermelo om bij de uitgave van de kerkorde ook een deel van de besprekingen en van de toelichtingen op te nemen, werd echter niet door de commissie overgenomen. "We hebben niet zulke beste ervaringen met toelichtingen die in feite geen kerkelijke uitspraken zijn"; zei ds Janse. Via ouderling P. Berghuis vroeg de kerk van Eindhoven om nu ineens de voorgestelde artikelen te aanvaarden.
De kerken die daar nog moeite mee hebben hield hij voor, dat iedere gemeenschap nu eenmaal een vorm van zelfopoffering vraagt.
Ds G. van de Brink van Overschie liet weten dat hij nogal geschrokken was van de vloed van amendementen. "Van de dingen die nog veranderd moeten worden, gaan we niet dood" zo meende hij. Aannemen, om later nog eens nauwkeuriger te kijken was zijn boodschap.
Principiële zaken doorspreken
Breda kon om uiteenlopende redenen niet zonder meer instemmen met de voorgestelde artikelen, liet oud. G. J. Cramer uit die gemeente weten. Toch wilde hij niet alles afwijzen, en daarom sloot hij zich aan bij het schriftelijk ingediende voorstel van Utrecht om een redactiecommissie te benoemen, die later zal rapporteren. Oegstgeest (oud. J. v. Dijk), Ten Post (ds M. Doornbos), Nijmegen (oud. K. Polderman) en Utrecht (oud. dr C. van der Leun) wilden ook uitstel, om verschillende principiële zaken goed door te spreken. De kerk van Utrecht richtte haar bezwaren schriftelijk en mondeling tegen art. 38, waarin Landelijke Vergadering en voortgezette zitting geregeld worden. Zij is van mening, dat dit artikel nog steeds niet bekrachtigd is. Volgens ds Janse is dit echter in 1976 al gebeurd.
Om nog twee amendementen van Utrecht te noemen: in art 20 over de bediening van het Avondmaal wordt uitdrukkelijk gesproken van "openbare belijdenis van het ware geloof". Utrecht geeft echter de voorkeur aan de formulering van de catechismus: toegelaten zullen worden "al degenen die vertrouwen dat hun zonden om Christus' wil vergeven zijn" etc. Ds Janse wees erop, dat hiermee onder andere de kwestie van kinderen aan het avondmaal gemoeid is. Hij legde zijn bezwaren daartegen uit en deelde mee dat de commissie dit voorstel niet wil overnemen. Dat gebeurde zowaar wel met een amendement op het eindeloos bijgeschaafde art. 34, over de binding aan kerkelijke besluiten. Deze besluiten worden volgens dat artikel nagekomen "tenzij dit besluit strijdig bevonden wordt met de Heilige Schrift of met het Accoord van Kerkelijk Samenleven". Utrecht vond, en de commissie was het daarmee eens, dat de Schrift en het Accoord zo wel erg op gelijke hoogte lijken te staan, en de formulering werd gewijzigd in strijdig "met de Heilige Schrift of ook als het niet overeenstemt met het Accoord van Kerkelijk Samenleven".
Procedurevoorstel en stemming
Toen alle amendementen behandeld waren door ds Janse, vroeg menig afgevaardigde zich af hoe het nu verder moest. Op dat moment kwam ds H. van Tongeren met een procedurevoorstel, mede namens ds Van de Brink, ds Mooiweer en oud. mr J. Meulink. Zij waren kennelijk bang dat alles in de mist zou eindigen, en deden daarom een zeer voorzichtig voorstel, met een commissie die weer aan de volgende Landelijke Vergadering rapporteert, met een aanvaarden "als uitgangspunt", en met een verzoek om bezwaren toch concreet te maken. Over dit voorstel werd wat heen en weer gesproken, maar toen merkte ds Van der Kwast op, dat eerst heel eenvoudig de vraag aan de vergadering voorgelegd kon worden: kunt u akkoord gaan met deze artikelen, inclusief de amendementen die de.
commissie overgenomen heeft? Bij deze onverwachte wending kwam ds Van Tongeren met gezwinde spoed naar voren om het viermansvoorstel schielijk weer in te trekken.
Namens de commissie vroeg ds Janse de vergadering om met de voorgestelde artikelen accoord te gaan, en stemming per gemeente volgde. Zes kerken waren afwezig zonder schriftelijk hun mening gegeven te hebben, vier kerken onthielden zich van stemming, tien waren tegen en 73 kerken stemden vóór. Tegenstemmers waren Dordrecht, Breda, Baarn, Groningen, Nunspeet, Nijmegen, Oegstgeest, Rijswijk, Ten Post en Utrecht.
Enschede 1984
Ds Van der Kwast constateerde dat de artikelen met grote meerderheid aangenomen waren, sprak zijn dank uit aan al degenen die er aan meegewerkt hebben en vroeg om begrip van de kerken die tegen gestemd hebben voor het feit dat het nu eenmaal niet altijd lukt om de ander van je gelijk te overtuigen. Een paar dingen werden tenslotte geregeld. De beide kerken van Enschede zullen de volgende Landelijke Vergadering bijeen roepen, waarbij de praeses vroeg om dit niet vóór oktober 1984 te doen. De uitgave van de acta werd aan het moderamen toevertrouwd. De kerk van Utrecht werd belast met de controle op de financiën en afgesproken werd. dat het moderamen in overleg met de commissie voor Contact en Samenspreking een brief aan de Christelijke Gereformeerden zal schrijven. Met dankgebed besloot ds O. Mooiweer de vergadering.
Snippers
*Ds A. H. Algra, tweede praeses van de Landelijke Vergadering, had schriftelijk laten weten dat hij verhinderd was omdat er een boottocht van de gemeente Maassluis was. Ds Van der Kwast vond, dat we nu wel in het schip zaten omdat we een moderamenlid misten, maar op voorstel van een afgevaardigde werd besloten dit voor één keer maar te laten varen.
* Per amendement had Utrecht bezwaar gemaakt tegen het opschrift 'Huwelijksbevestiging' boven art. 24, en verzocht dit beladen woord te veranderen in 'Huwelijken'. Ds Ianse: "Dat vinden wij wel goed, zet u er maar 'Huwelijken' boven."
* Scriba A. Sneep las bij de stemming de verschillende kerken op: Wieringermeer, Wormer, IJsselmuiden, Jan... eh: Zaandam!
* Vlak vóór de Landelijke Vergadering in Utrecht bijeen kwam, is de Vrijgemaakte 'Rehoboth'-kerk ter plaatse door brand verwoest. De politie vermoed opzet.
* Het moderamen zal veel mensen een grote dienst bewijzen wanneer het zeer spoedig komt met een heel eenvoudige, ruim verkrijgbare uitgave van het nu aangenomen Accoord van Kerkelijk Samenleven.