Van wie is Jeruzalem?
1982-10-15
1. Het woord van God, de HEER der Iegerscharen, weerklinkt en het geschiedt!- Jaargang 26
- nummer 38
Hij sprak tot hen die in den vreemde waren, in 's vijands machtsgebied:
Jeruzalem ligt eenzaam en verlaten, maar Ik kijk naar haar om:
straks zitten mannen, vrouwen in haar straten van hoge ouderdom.
2. Dan spelen kleine kindren op haar pleinen en blij weerklinkt hun stem,
want Ik zal als haar Vorst, haar HEER verschijnen in mijn Jeruzalem!
Voor hen die na het oordeel overbleven is 't wonder haast te groot:
Ik breng ze weer, al heb Ik hen verdreven, naar her en der verstrooid.
3. Ik haal ze uit het westen en het oosten terug naar deze stad,
mijn liefde brandt voor haar, Ik zal haar troosten die Ik verlaten had.
De volken die nu schande van u spreken en lachen om uw lot,
zien dan Jeruzalem als heilig teken: de HEER is Isrels God!
4. De zonden van uw vaadren zijn vergeten, u ben Ik toegewijd.
Sion zal "stad van trouwen waarheid" heten en "berg der heiligheid":
spreek in haar poorten recht en zoek de vrede, sticht vrede en geen kwaad,
verafschuw lasterpraat en valse eden, omdat uw God ze haat!
5. Zo zal voor u een tijd van vrede dagen als nimmer is geweest,
want Ik verkeer uw rouw, uw vastendagen in vrolijkheid en feest.
De volken zullen van uw voorspoed spreken, de mensen gaan op pad
om hier de gunst des HEREN af te smeken in deze heiIge stad.
6. Dan grijpt men naar de slip van een der Joden en klemt zich aan hem vast
en zegt tot hem: "Laat mij naar Sion komen en zijn bij u te gast!
God is met u: ook ik wil Hem vereren en luistren naar zijn stem,
want Hij zal ons de rechte wegen leren in zijn Jeruzalem.
Melodie: Liedboek 13b: "D'Almachtige is mijn Herder en Geleide.