Luthers kracht en zwakheid
1982-10-29
Rondom de één en dertigste oktober spitst zich de aandacht van velen op Maarten Luther! Deze briljante persoonlijkheid uit de tijd van de grote reformatie is uiteraard in de loop der eeuwen object van nedere beschouwing en indringende analyse geweest. Nu z·al iemand, die zijn Bijbel werkelijk kent," nooit durven te beweren, dat hij in staat zal zijn alle facetten van het leven en werken van Luther te belichten. "Wie toch onder de mensen weet wat in een mens is, dan des mensen eigen geest die in hem is?" (1 Cor. 2: 11). Dit woord' van de apostel Paulus geldt ook van de reformator uit Wittenberg. Wij weten uit ervaring hoe men in een kerkstrijd uitermate fel reageren kan. Daarin komt ook een brok zonde mee! Men gaat in de Wijze waarop men zich uitdrukt dikwijls over de schreef. Het verwijt van extremisme is dan niet van de lucht. Men jaagt elkaar op om de uiterste consequenties te trekken en aarzelt niet om zeer ernstige kwalificaties te gebruiken.- Jaargang 26
- nummer 40
Ook bij Luther komen wij dat verschillende malen tegen. Nu kunnen wij ter verdediging van een dergelijke handelwijze gauw aanvoeren dat tijd er wel naar was om elkaar met dergelijke middelen te bestrijden. De reformatoren stonden immers in de frontlinie. Zij voelden zich vaak eenzaam als pioniers in 't Koninkrijk Gods! Toch is het optreden van Luther zo nu en dan aan ernstige kritiek onderhevig. We denken daarbij in de eerste plaats aan een academisch twistgesprek, dat door Eek te Leipzig in juli 1519 werd gehouden met Karlstadt, een collega en medestander van Luther. Spoedig nam Luther Zijn plaats in. Daarbij ging het ook over de goede werken! Luther hamerde steeds op het thema: "gerechtvaardigd door het geloof zonder de werken". Maar toen kwam Eek met Jakobus voor de dag. Deze apostel stelde het Immers anders dan Paulus in de brief aan de Romeinen deed, OL: "Gij ziet, dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt, en niet slechts uh geloof?"
Luther wist niet meer welke kant hij op moest. Hij voelde zich volkomen in het nauw gedreven.
Het gevolg was, dat hij een rare sprong deed. "Jacobus delierat" zei hij. D.w.z. "Jacobus heeft het delirium, hij raast." Hij vond, dat de brief van Jacobus als een strooien brief" maar verbrand moest worden. Hij onderkende op dat moment helemaal niet, dat het getuigenis van Romeinen 3 zich richt tegen een andere categorie mensen dan de boodschap van Jacobus 2. Hij nivelleerde de verschillen en uitleg door op een enorme manier. Jammer, onjuist en ongeoorloofd om zo met de Schrift om te gaan!
Hier komen Luthers kracht en zwakheid duidelijk aan net licht. Zijn kracht is gelegen in de sterke accentuering van het: alleen door het geloof, alleen door genade én alleen God de eer.
Zijn zwakheid manifesteerde zich zonneklaar in het feit, dat hij soms een terminologie hanteerde, die niet harmonieerde met de tendens van de leer der kerk, welke hij juist zo krachtig verdedigde.
Verder willen wij wijzen op watt zich voordeed aan het einde van het godsdienstgesprek te Marbur (1529). Dit godsdienstgesprek werd georganiseerd door de landgraaf Phillips van Hessen.
Daar hebben Luther en Zwingli elkaar voor de eerste en enige 'keer ontmoet. Er waren leergeschillen aan de dag getreden betreffende het Heilig Avondmaal. Men stond scherp tegenover elkaar en bleek onmachtig om de ontstane kloof te overbruggen. Intriest als men bedenkt welke tegen de HERE aanzijn kerk geschonken had in het ontstaan en de doorwerking van de Hervorming!
Hier gingen de wegen voorgoed uiteen.
Luther weigert na afloop een gesprek met de Straatsburgers. Hij zegt tegen Bucer en dit vas mee bedoeld voor Zwingli: "Het: is duidelijk, dat uw geestelijk inzicht en het onze niet overeenstemmen. Gij zijt van een andere geest dan wij. En als Zwingli meent, dat bij gebleken tegenstellingen en verschil van standpunt toch gezamenlijke actie mogelijk moest zijn, reageert Luther beslist afwijzend. Hij was wars van. een militaire bond en was in geen enkel opzicht geporteerd voor een politieke beweging.
HIJ weigert daarom Zwingli niet de vriendenhand, maar kan de Zwitsers als broeders, als leden van Christus' kerk, absoluut niet erkennen, Dit signaleren wij op zijn zachtst gezegd als een uiting van werkelijke zwakheid aan de kant van Luther. Binnen de kring van de christengelovigen mag men het "vriend en broeder" niet van elkaar losmaken. (zie voor bovenstaande dr W. Balke in "Bij brood en beker").
Tot slot memoreren wij de Rijksdag te Augsburg (1530). Daar zocht men op belangrijke punten naar overeenstemming tussen Rome en Reformatie. Luther vond zijn vriend en medewerker Philippus Melanchton in dit opzicht vee'! te voortvarend en maakte zich zorgen over de afloop. Als de paus zijn pausdom niet wil prijsgeven, ziet Luther er geen perspectief in.
Hij vond het eigenlijk voldoende wanneer de zijnen rekenschap gaven van hun geloof en vrede vroegen. Dit gaf hij per brief aan Melachton door. En omdat hij de standvastigheid van Melanchton niet erg vertrouwde, schreef hij aan Spalatinus: "Mocht gij evenwel hetgeen Christus verhoeden zat dat gebeurt) iets blijk daartegen het evangelie toegeven, zodat Zij die adelaar in een zak stopten, dan zal komen, twijfel er niet aan, komen zal dan Luther om die adelaar (bedoeld is het evangelie, O.M.) prachtig te bevrijden. Zo waarlijk als Christus leeft, ik zal het doen!" Hier proeft men Luthers bewogenheid! Hij werd door het Eangelie van Gods genade in Christus volledig beslag genomen. Zijn zwakheid tekende zich af in een gebrek aan vertrouwen in zijn vriend Melanchton.
Zijn kracht was gelegen in de ongerepte handhaving van het volle Woord van God! En alles wat daaraan meewerkte en dat doel diende kon op de instemming van Luther rekenen. Vandaar, dat hij het resultaat van het dispuut in 1530 te Augsburg, nl. de Augsburgse Confessie dan ook aanvaardde, omdat de vitale punten van de reformatorische leer tegenover Rome waren gehandhaafd. Als we onze aandacht wijden aan wat Luther zoal gedaan tegen de Roomse hiërarchie hoog oplaaide, worden we geconfronteerd met een mens van vlees en bloed, Een zwak mens, doortrokken van de zonde, maar toch een instrument in Gods hand om het patroon van de kerk terug te buigen naar de. Schriften van Oud- en Nieuw Testament! En dat was zijn kracht! Het is goed om deze dingen te bedenken rondom de 31ste oktober.
Het moge ons stimuleren tot het voeren van de goede strijd van het geloof om het toevertrouwde pand in deze eeuw van verdoezeling van de antithese en krachtsontplooiing van een valse oecumene te bewaren. Als we de wacht betrekken bij Gods heilig Woord, zullen we met vernieuwd elan het Lutherlied kunnen zingen! En het werkt bevrijdend wanneer we ons in de overtuiging sterken ,dat God Zèlf zijn Woord doet triomferen! Want: "Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken."