Simson, Gods Knecht

1982-11-05
  • Jaargang 26
  • nummer 41
Naamgeving
Israël mag Simson tot "de profeten" rekenen, wij zouden hem met zijn chronique scandaleuse bij de apocriefen hebben bijgezet - ware het niet dat de Hebreeënbrief hem een plaatsje inruimt onder de toonbeelden van geloof...
Wij kennen zijn geschiedenis van (vóór) de wieg tot het graf, van zijn geboorte tot zijn dood inclusief heel wat van zijn (vreemde) leven. Want vreemd ging hij, op meerdere manieren.
Simson heet hij. Wat betekent zijn naam? De sterke? Of, gedachtig aan de reclame voor een bepaald soort shag, de leeuw? Geen sprake van: "zonnetje" is zijn naam. Waren zijn vader en moeder zo blij dat ze eindelijk een kind hadden gekregen, een zoon nog wel, dat ze hem als het zonnetje in huis zagen? Of dachten ze ' aan het woord van de engel: " ... hij zal een begin maken met de verlossing van Israël uit de macht der Filistijnen"? (Richt. 13 : 5); Simson zou een "nazireeër Gods" zijn, een aan God toegewijde, Reden waarom zijn moeder zich tijdens de zwangerschap diende te onthouden van wijn of bedwelmende drank en van alles dat onrein was (13 : 4).

Eigennaam
Sitnson - een heel bijzondere knecht van God. Bestemd tot een heel bijzondere 'taak. Iedereen moest dat kunnen zien en merken: daarom mochten zijn' haren, nooit geknipt worden.
Simson werd geboren, groeide op: een heel gewoon jongetje al zou hij een heel bijzondere knecht van God zijn. Soms vraag ik me af: zou hij het leuk gevonden hebben een "aan God gewijde" te zijn? Of zouden zijn vriendjes op straat hem hebben uitgelachen en uitgescholden? Zo van: kijk hem eens met zijn gekke lange .haren - zijn moeder kan de kapper zeker niet betalen...
Wie anders is dan de ander valt op. Soms denk ik dat Simson als jongen al wel eens een gloeiende hekel er aan heeft gehad. Hij deed tenminste later heel vreemde dingen, Alsof hij met zijn uitdagende krachtpatserij zich wilde wreken op zijn anders-zijn. Welke Israëliet had in die tijd het lef een- en andermaal een vrouw bij de Filistijnen te zoeken? Wat weten wij van Simson? Wat voor beeld hebben we van hem?

Naam gemaakt?
Jaren geleden werden, naar ik meen in Italië, opnamen gemaakt voor de film "Samson en Delila". Steevast pleeg ik catechisanten te vragen of ze mij acceptabel geacht zouden hebben voor de hoofdrol.
Nu moet u weten, dat ik bepaald niet zwaargebouwd ben. Gedempt hoongelach is derhalve stelselmatig mijn deel. Informeer ik naar de reden, dan wordt mij na enig aandringen in bedekte bewoordingen te verstaan gegeven, dat ik vanwege mijn postuur wel zo ongeveer de laatst aangewezene zou zijn voor deze glansrol.
De filmmaatschappij dacht er blijkbaar net eender over. Zij contracteerde de toenmalige wereldkampioen judo: Anton Geesink als de ideale Simsonfiguur. Weliswaar had de brave borst even weinig talent als ervaring in het spelen van een filmrol, maar zijn fysieke verschijning werd doorslaggevend geacht om van de film een kassa-succes te maken. Vraag: deed die filmmaatschappij het zoveel slechter op dit punt dan bijvoorbeeld de doorsnee kinderbijbel? Niemand verwacht toch dat een klein min mannetje met de stadspoort van Gaza op sjouw gaat?' Toch wordt op deze manier het bijbelgegeven radicaal krachteloos gemaakt en vervalst ~ des te spijtiger omdat een groot aantal bezoekers via deze film misschien voor het eerst kennis maakte met het evangelie. Nu weten ze nog steeds niet beter of Simson was een geweldenaar, een krachtpatser.

Naam verloren
Maar wie de bijbel onbevangen leest, weet beter: alleen wanneer Simson de nazireeërgeloften nakomt, overtreft hij ieder in kracht. Vallen zijn lokken onder het scheermes van de Filistijnen Delila in de schoot, dan blijkt hij een gewoon mannetje als ieder ander. Zelfs een vrouw kan hem dan aan: "zij begon hem in bedwang te krijgen, want zijn kracht week van hem" (16 : 19). Simson wist het zelf: "indien ik geschoren werd, zou mijn kracht van mij wijken en ik zou machteloos wezen en gelijk aan ieder ander mens" (16 : 17).
Hij verloor zijn hart en zijn haren aan een .Filistijnse vrouwen hij was machteloos als ieder ander. De Filistijnen konden hem grijpen - "zij staken hem de ogen uit, voerden hem naar Gaza en boeiden hem met twee koperen ketenen. En hij moest in de gevangenis de molen draaien" (16 : 21 v.), anders het werk van een afgeleefde ezel..

Vergeten naam
Ja ja, Simson wás sterk. Dat had hij ontdekt. En ‘t moet best aardig zijn om zo sterk te wezen: niemand kon tegen hem op. Soms maakte hij er een spelletje van, zoals bij Delila eerst. Maar waarvóór had hij die kracht gekregen? En waarom mocht hij dus zijn hoofdhaar niet knippen? Dat was hem vast wel door zijn moeder verteld: om een begin te maken met Israëls verlossing uit de macht der Filistijnen (13 : 5).
Of hij dat wel ooit goed bedacht had? Ik weet het niet - hij deed maar vreemde dingen. Maar in de gevangenis, in de tredmolen van alle dag kreeg hij tijd genoeg om daar over na te denken. En toen de filistijnen hun overwinningsfeest ter ere van hun god Dagon vierden, begon het Simson te dagen. Hij hoort ze van de daken roepen: "onze god gaf onze vijand in onze macht..." (16: 24), en dan beseft hij: het gaat om de eer van de God van Israël... Daar staat hij in de tempel als schouwspel, publiek vermaak. Blind en hulpeloos - een jongetje moet hem bij de hand naar zijn plaats leiden. Maar als ze om hèm lachen, dan moet dat gewroken worden, want dan lachen ze om en spotten met de kracht van Israëls God.

Nameloos sterk
Zijn haar groeit weer (16 : 22). Maar hij denkt niet: zal ik het nu nog eens eventjes proberen of ik weer sterk ben? Zijn kracht schuilt niet in zijn haren :de HERE was van hem geweken (.16 : 20). Dus roept hij de HERE, de God van het verbond "terug": "Here HERE, gedenk toch mijner en maak mij nog slechts ditmaal sterk ... (16 : 28). Dat vraagt hij, wetend dat het ook hem zijn leven gaat kosten. Maar het gaat niet om hem. 't Gaat om God die Israël wil verlossen, die Israël wilde inprenten: Ik ben er.
Zodat ze met eerbied weer zijn naam zouden uitspreken en geloven: Jahweh - Hij is er!
Nu, Jahweh was er. Nog eenmaal schonk Hij Simson kracht: "de doden die hij (Simson) in zijn sterven gedood heeft, waren talrijker dan die hij in zijn leven gedood had" (16 : 30). In zijn leven: "hij nu had Israël twintig jaar gericht" (16 : 31). Gods kracht komt in (menselijke) zwakheid aan het licht: toen Simson gevangen' en blind en machteloos als een kind was, toen hij uitgelachen en bespot werd, toen hij een lijdende knecht des HEREN was, toen pas werd Gods kracht ten volle openbaar. De zon schijnt weer over Israël!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief