Functie van het Woord
1982-11-12
Via het "Hervormd Weekblad" nemen wij een stuk over van dr H.F. Kohlbrugge, destijds gepubliceerd in: "Der Evangelische Sonntagsbode" d.d. 11 maart 1866 onder het opschrift: "Enige gedaohten over Gods Woord." Ds D. v. Heijst vertaalde het en gaf het een plaats in "Het Kerkblaadje" d.d. 20 aug. '82. ("Het Kerkblaadje" is het orgaan van de Stichting "Vrienden van dr H. F. Kohlbrugge").- Jaargang 26
- nummer 42
Kohlbrugge geeft hierin op unieke wijze aan wat de betekenis en de functie van het Woord is!
Hier volgt het bedoelde stuk van Kohlbrugge:
"God, de Here in de hemel, vergeet niets van al wat Hij de Zijnen hier op aarde in Zijn Woord belooft, en nog veel minder kan Hij henzelf vergeten! Dat Gij aan mij en al de Uwen gedenkt, hoe verlaten zij zich ook gevoelen - zegt dát niet Uw Woord?
Hier is mijn provisiekamer, waar ik óók de oorzaak van mijn honger en kommer, namelijk mijn zonden, weggenomen zie; hier wordt mijn honger gestild, en op elke schotel waarop het manna voor mijn ziel ligt, lees ik met de ogen mijns harten het opschrift: "De ellendigen zullen eten en verzadigd worden!
Komt en smaakt, hoe goed de Here is!" Hoe word ik hier bij het gevoel van al mijn dorst naar Gd, naar de levende God, gelaafd uit de levensstroom! Hier is de wijnkelder, waar Hij die mij liefheeft, mij binnenleidt, omdat Hij mij liefheeft. Als ik het allerbedroefdst ben, geeft Hl: mij met vreugde water te scheppen uit deze bron des heils. Mijn Koning en mijn God, Israëls eer en heerlijkheid, omgord mij met kracht en moed; dan neem ik, hoewel ik zo heel klein en onaanzienlijk ben, uit Uw beek een gladde steen en slinger die Uw vijand, die Uw Naam hoont, naar het schaamteloze voorhoofd.
Als een vuur is Uw Woord: het zet mijn hart in vlam, brandt er alle bekommernis uit weg en verwarmt mij, verkleumde. Als een hamer is Uw Woord: het verbrijzelt al mijn beenderen; daarna breekt Gij met Uw goede, troostrijke woorden mijn harde hart.
O, Uw Woord is toch slechts een Woord voor zieken en bekommerden, voor hen die hevig aangevochten worden vanwege hun zonden. Bij hen gaat het heilbrengend naar binnen met een eeuwig blijvende werking.
Mijn hart houdt U Uw Woord voor; Uw beloften heb ik niet vergeten.
Neen, ik kan ze nimmer vergeten. Here, ik wacht op Uw heil.
Gods woorden zijn immers niet slechts woorden, maar het zijn alle tezamen wezenlijke, werkelijke daden. Ze brengen tot stand, wat ze getuigen. Onopvallend staan ze daar - 0 zo gering - op het papier. De wereld veracht ze, de vermetele versmaadt ze, de hardleerse let er niet op. Maar toch, hoe worden ze van dag tot dag alle waar bevonden, en hoezeer bewijzen ze hun grote macht zowel in het bestraffen als in het belonen!
Een mens kan dag aan dag de Bijbel lezen, die haast van buiten kennen en veel daarover discussiëren en prediken, en toch Barnabas stellen boven zijn Koning. Dat doet het onverbroken hart dat Koning Jezus niet over zich koning wil laten zijn.
Neen, het laat zich door duivel en wereld telkens weer vasthouden en vastbinden. Dan sluit men het geweten toe met het Woord, en men wordt zonder het te weten verhard, men is in de duisternis neergestoten en liegt zich met behulp van het Woord wat voor.
Maar er is toch geen vrede; het Woord laat zich niet om de tuin leiden. Het Woord leert ons zulke dingen en handhaaft ze, die ons verstand te boven gaan en onze wil en lieve lust aan het schandhout slaan. Het heeft echter altijd gelijk en vooral al wat het getuigt, ook over mij en u getuigt, heeft het Woord alle grond en oorzaak. Al wat het spreekt staat wel degelijk met elkaar in verband en stemt in alle opzichten met elkaar overeen. Het laat zich niet oordelen door mensen. Duister en onbegrijpelijk blijft het voor wie het Woord weerstaan en zich erover heenzetten, terwijl zij niet willen weten hoe grote zondaren ze zijn.
Maar voor hen die naar recht en licht, die naar Gods waarheid vragen, wordt het hoe langer hoe meer een licht, een leidstar. Gij, Here, zijt mijn Herder en ik ben Uw schaap! O, hoe vertroosten mij Uw stok en Uw staf! Met deze staf raak ik allen en alles aan, vooral in de duisternis.
Dit Woord is mijn richtsnoer voor heel het leven, de maatstaf voor alle werken ermee te beoordelen.
Dit Woord is het zwaard van mijn Koning en het zwaard des Geestes, waarmee ik, als Hij het hanteert, mijn, dat is: Zijn vijanden, aan stukken houw.
Maar is het wel Gods Woord? Hoe zou iemand ooit op deze vraag komen, als het niet werkelijk Gods Woord was? Welnu, geloof het of geloof het niet - het is tóch Gods Woord.
Het laat zich niet naar uw welgevallen en niet naar dat van mensen buigen of breken. Het werpt alle kwaadwillige verachters overhoop. Het is aan alle plaatsen.
Waar het komt, moet het rumoer teweegbrengen; het neemt de vrede weg, om eeuwige vrede te brengen. Het laat zich niet bedwingen, het loopt snel en laat zich niet in zijn loop stuiten - Hoezeer duivel en wereld ook tegen dit eenvoudige Woord gekant zijn, toch moeten zij het laten staan.
Hoe lieflijk is het Woord! Het maakt de kinderen er hoe langer hoe begeriger naar, het wordt voor de eenvoudigen nooit te veel, zodat ze er genoeg van krijgen.
Welk een lusthof hier, waar ik alles voor mij zie groeien, als het mij bang is, omdat er bij mij niets groeit! Het blijft dagelijks toegaan naar Uw Woord, want alles moet U dienstbaar zijn."
Amen.
Wie echt in het geloof leeft maakt kennis met de macht en de overmacht van het Woord van God!
Hij kan die Bijbel niet lezen als een oud boek, dat hem verder niets doet. Hij leert niet alleen zingen ván en uit het Woord, maar in de eerste plaats zingen voor het Woord! Die laatste woorden zijn ook van Kohlbrugge als hij het elementaire van de vrees van Gods Naam onder woorden brengt. Dat houdt zonder meer in, dat de mens capituleert voor wat de HERE belooft èn voor wat Hij eist. Zo functioneert dan van de kant van Gods kind het Verbond der verlossing.
Maar dan dienen wij de Bijbel te kennen en te bestuderen! Anders weten we in de verste verte niet waarover we het hebben. Dan worden we dwaallichten hoe goed we aanvankelijk ook op bepaalde geestelijke lectuur zijn ingespeeld. Ik denk hierbij tot slot aan het woord van C. H. Spurgeon: "Ik zou graag alle boeken, die geschreven werden, goede en slechte, gebedenboeken en preken en gezangboeken en welke dan ook tot een geweldige berg opgestapeld zien roken zoals vroeger Sadom, wanneer het lezen van deze boeken u afhoudt van het Bijbellezen". Deze scherpe woorden van de destijdse Engelse prins der predikers hebben niets van hun actualiteit verloren!