Christus, het einde der wet

1983-04-22
  • Jaargang 27
  • nummer 16
" Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft. Want Mozes schrijft:
Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: " Rom. 10 : 4-8

De wet als "streefregel

Een vergelijking.
De trein is een voortreffelijk vervoermiddel.
Maar hij brengt je niet overal. Wie met de trein naar Breskens wil, zal in Vlissingen de boot moeten nemen. Wie zwéért bij de trein en in Vlissingen koppig blijft zitten, is niet wijs. Zo komt hij er niet. Want Vlissingen is het einde van de rilt. Hij late de trein de trein en neme de boot.
De wet van God is een voortreffelijk goed. Maar zij brengt je niet overal. Wie met behulp van de wet in de hemel wil komen, zit op dood spoor en bereikt op een gegeven moment een eindstation. Wie zwéért bij de wet en koppig toch met eigen goede werken de hemel wil bereiken, is niet wijs. Zo kom je er niet.
Want Christus is het einde van de wet. In de hemel kom je niet door de wet, maar door het geloof. Alleen door het geloof.
Is het nog nodig, dat "ons gereformeerden" daar op gewezen wordt?
Is het "sola fide, sola gratia" nog aktueel? Zeker! Juist voor hen die van genade "moeten" leven, is doe-het-zelf-godsdienst verleidelijk. Wie leeft graag van ontvangen? Juist in de kerk ligt een verfijnd wetticisme op de loer. Nu en toen.

IJver zonder verstand

In Romeinen 9-11 worstelt Paulus met 'het verbijsterende probleem, dat heidenen ingaan tot het Koninkrijk, maar Israël, Gods eigen volk, 'achterblijft.
En dat niet door gebrek aan godsdienstigheid! De weg naar de ondergang is blijkbaar niet altijd geplaveid met keien van zonden; hij kan ook geplaveid zijn met het smetteloze asfalt van de godsdienstigheid.
Paulus kan getuigen van Israëls ijver (zelos) voor God. Maar wat een ijver zonder verstand (vs. 2)! Wat Israël gekregen had, omdat het het volk van God wàs, ging het gebruiken om het volk van God te wórden. Althans, zo werd het Israël voorgeleefd. Alsof de HEREzijn wet niet gaf toen Hij zijn verbond al gesloten hàd, toen Israël al Gods volk wàs. Niet om er bij te komen, maar om er bij te blijven.
Niet opdat, maar omdat.
Farizeeërs keren de orde om. Dat is godsdienstige ijver zonder verstand.

Een doodlopende weg

Zulk onverstand is maar niet een denkfout, een theologische dwaling.
Dat is zonde. Dat is een streep door Christus. Want het kruis van Christus is de dood aan alle wetsreligie!
Dat is ontmaskerend en bevrijdend tegelijk. Ontmaskerend. want de ladder van verdiensten waarmee de mens de hemel bestormt, is niet toereikend.
Mensengerechtigheid voldoet niet. Werkelijk aangenaam voor God is de mens pas met Gods eigen rechtvaardigheid. Hoe hij die verwerft? Niet door eigen inspanning.
Die gééft God. Dat is het bevrijdende.
Het kruis van Christus is ontmaskerend : het zegt dat de weg van onze prestaties een doodlopende weg is. De weg van de wet is geblokkeerd door het kruis.
Maar het kruis is tegelijk bevrijdend: het zegt dat de weg naar God tóch open ligt, open voor het geloof.
Geloven is: eigen prestaties laten varen en met lege handen aankomen.
Handen die dan gevuld kunnen worden met de rechtvaardigheid van Christus. Verdiend met zijn dood.

De Thora aan het woord

Elke ketter heeft zijn letter. Zo ook de wetticist. Hij "heeft" Lev. 18 : 5. Het staat er toch maar! "De mens, die de gerechtigheid naar de wet doet, zal daardoor leven". Paulus citeert deze tekst (vs. 5) en gaat daarmee even op wetticistisch standpunt staan: Wie de wet onevangelisch lezen wil, leze ook wat er staat, wil Paulus zeggen. De wet doen, letterlijk: gedaan hèbben, dät betekent leven. Dus de dood. Want wie is volmaakt?
Paulus zet Schrift tegenover Schrift.
Deut. 30 tegenover het ui!t zijn belofteverband gerukte en tot slagzin verheven Lev. 18 : 5. Uit de mond van wetgever Mozes zelf laat Paulus zien, dat de weg tot God nooit een weg van werken maar steeds een weg van geloof is geweest. "Het gebod dat ik u opleg", zegt Mozes in Deut. 30, "is geen onmenselijk gebod. God vraagt geen heksentoeren.
Niemand zegge: Wie stijgt op ten hemel, wie steekt de zee over, om het gebod voor ons te halen, het ons te doen horen, opdat wij het volbrengen? Ga gelovig met de wet om. Hij komt van uw eigen Vader". Zo spreekt de HERE.

V.T.T.

Paulus doet meer dan Deut. 30 slechts aenhalen. Hij geeft er een exegese van. Tussen de regels door.
Tot drie keer toe onderbreekt hij Mozes voor een uitleg: "namelijk om... ". Paulus verwijst daarmee naar de helle- en hemelvaart van Christus. En laat daarmee zien, wat eigenwillige godsdienst wil. Eigenwillige godsdienst wil de heilsfeiten overdoen. Liever dan te gelóven, de hand op te houden, zou de eigenwillig-godsdienstige mens wel in de hemel willen opklimmen -- alsof, wil Paulus zeggen, God in Jezus al niet een weg naar ons gebaand hád.
Liever dan te geloven, met lege handen voor God te verschijnen, zou de eigenwillig-godsdienstige mens voor God wel door de heil willen gaan -- alsof Jezus 11'1niet in het rijk van de dood geweest is, alsof het nog Pasen moet wórden!
Tot de hemel willen opklimmen-- het zit de mens in het bloed, van de torenbouwers van Babel tot en met de moderne zeloot. Het zal hem vergaan als Ikarus, die de zon tegemoet vloog. Die deed zijn vleugels smelten en... hij stortte neer.
Wie in de hemel wil opklimmen, rekene ermee, dat hij nadert tot de laaiende gloed van Gods heiligheid (Lekkerkerker) .
In de "afgrond" willen afdalen -- het zit de mens in het bloed. Alsof hij de hel van Gods toom moet en kan doormaken. Gewilde nederigheid (Kol. 2 : 18; 23) kon wel eens hoogmoed zijn, in heteronome travestie gehulde autonomie (Zuurmond).
Wanneer wij spreken over ons heil, behoren we dat te doen in de V.T.T., de voltooid tegenwoordige tijd. Niet de mens moet nog iets doen, God heeft iets gedaan, Alles.
Dat ontmaskert èn bevrijdt.

De wet als leefregel

Wie in Breskens wil komen, late de trein de trein en neme de boot.
Wie bij de Here wil blijven, late de wet de wet en gelove. Zetten we daarmee de wet overboord? Geenszins.
Evenmin als we de trein afzweren -- die is goed voor de terugreis.
Zo zweren wij de wet niet af. De wet is heilig en goed (Rom. 7:12). Maar gebruik haar ook goed!
Niet ter zelfrechtvaardiging. Van die wet is Christus het einde. Wij mogen ontspannen voor Gods aangezicht leven. Dan doen we graag wat Hij in zijn wet van ons vraagt. Als kinderen voor hun Vader, die niets liever wil dan hun leven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief