Oordeelt niet, aanvaardt elkaar!
1983-04-29
"Laten wij dan niet langer elkander oordelen ... "; "Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods."- Jaargang 27
- nummer 17
Rom. 14: 13a; 15: 7
Tactiek van de Vijand
"Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt" (Mt. 7 : 1). Wat is tegen deze leefregel voor de gemeente van Christus als met gezondigd!
Wat hééft de satan die menselijke zondige neiging tot oordelen aangegrepen en gebruikt als breekijzer om de gemeente van Christus te ontwrichten! Oordelen over elkaar kan een gemeenteleven totaal verlammen. Nog steeds. Want de duivel gaat nog rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
Daarom dient de gemeente de tactiek en de camouflagetrucs van haar aartsvijand grondig te kennen, om hem steeds op tijd te kunnen hèrkennen.
Een proeve van die satanische tactiek wordt ons gegeven in de brief aan de gemeente te Rome. Aldaar is de satan aan het werk. Als hij de gemeente in de hoofdstad van het romeinse wereldrijk kan wurgen, heeft hij een van de slagaders van de evangelieverbreiding in zijn greep!
Het oordelen over elkaar is in Rome aan de orde van de dag. "Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?
Wat oordeelt gij uw broeder?", moet Paulus schrijven (14 : 4, 10). Wat in het geding is, is het meest alledaagse wat te denken valt: het dagelijks even. Bepaalde gemeenteleden, waarschijnlijk met een joodse achtergrond, weigeren principiëel alle vlees. Paulus noemt hen "zwak in het geloof" (14 : 1 v.). Anderen, waarschijnlijk van heidense komaf, eten alles. Paulus noemt hen "de sterken" (15 : 1). Behalve het eten is ook de sabbat in geding. De eerstgenoemden houden hem wel, de laatsten niet (14 : 5). Duidelijk een gemeente waar over bepaalde zaken verschillend gedacht wordt. Een verscheidenheid, die echter niet in het geloof aanvaard wordt, maar die leidt tot minachting en veroordeling.
En dat is tactiek van de duivel.
De satan verschaft zich toegang tot het gemeenteleven in de camouflagekleuren van het alledaagse futiliteiten - en zet dan aan tot oordelen. Afbraak van het gemeenteleven komt niet alleen via de voordeur van een nieuwe leer of van een "nieuwe Iiturgie", maar veelal via de achterdeurtjes van dat ogenschijnlijk zo onschuldige maar intussen zo dodelijke oordelen over elkaar. "Oordeelt niet", zegt Paulus.
Dat betekent positief: "Aanvaardt elkaar" . Elkáár. De sterken de zwakken (14 : 1) èn de zwakken de sterken. Gelijk op. Zo wordt in de verscheidenheid de eenheid bewaard.
Er bij halen, opnemen
Elkaar aanvaarden is meer dan zich schikken in de nu eenmaal onvermijdelijke omgang met elkaar. Elkaar aanvaarden is meer dan elkaar oogluikend tolereren, zoals een schoolklas de nieuwe klasgenoot oogluikend accepteert.
Het werkwoord dat Paulus hanteert, wordt op verhelderende wijze gebruikt in Hand. 28 : 2 en Filemon 17. Lucas schrijft in de eerste tekst, verhalende over de schipbreuk en de stranding bij Malta: "En de inlanders (van Malta) bewezen ons buitengewone menslievendheid, want zij staken een groot vuur aan en (en dan volgt het woord dat Paulus gebruikt) haalden er ons allen bij om de dreigende regen en om de koude".
Aan Filemon schrijft Paulus ter aanbeveling van diens weggelopen slaaf Onesimus: "Want hij, Onesimus, is misschien wel daarom een tijdlang weg geweest, opdat gij hem voorgoed zoudt terughebben... Indien gij u dus met mij verbonden weet, (en dan volgt datzelfde woord) neem hem dan op, zoals gij het mij zoudt doen". Aanvaarden heeft alles te maken met "bij het vuur halen", met "in de gemeenschap opnemen"!
Treffend is daarom de Willibrord-vertaling: "Aanvaardt elkander als leden van één gemeenschap".
Geloven wij de gemeenschap der heiligen? Laten wij hem dan ook beoefenen!
Als Christus
Paulus gebruikt de geschiedenis wijs. En wel op grond van het werk van Christus. Want ook Christus heeft ons aanvaard. Toen wij goddelozen, zondaren en vijanden waren (5 : 6, 8, 10)! Daarom aanvaarden wij elkaar, zonde en vijandschap ten spijt.
Leven van aanvaarding betekent leven in aanvaarding. Wie wil leven vàn aanvaarding maar niet in aanvaarding, neemt het offer van Christus niet au sérieux. Wie daarin volhardt, begaat naar Hebr. 10 een levengevaarlijke weg. Hij treedt tenslotte de Zoon van God met voeten en acht het Moed van het verbond, waardoor hij zelf geheiligd was, onrein. En daarom: aanvaardt elkaar. Zoals Christus. Nèt als Christus: zonder voorwaarden vooraf, zelfverloochenend. Met oog voor en dienst aan de ander. "Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen", schrijft Paulus, "want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd" (15: 2 v.). Aanvaardt en behaagt niet uzelf maar de ander!
Telt Gods eer
Elkaar aanvaarden dient een zeer hoog doel. Namelijk de "heerlijkheid Gods". Daarop wijst ook het redengevende "Daarom" ter inleiding van Paulus' oproep. Aanvaardt elkaar "opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken" (vs. 6)! Waar men elkaar niet aanvaardt, is de eenheid zoek. En waar de eenheid ontbreekt kan God niet "eendrachtig uit één mond" geloofd en geprezen worden. Eenheid dient de eer van God! En dáárom: aanvaard elkaar. Omwille van uzelf Christus heeft ook u aanvaard. Omwille van de eenheid van de gemeente.
Omwille van de verheerlijking van Gods Naam. Elkaar aanvaarden is een van de slagaders van het gemeenteleven. Als de duivel die in zijn klauwen heeft, slaat hij drie slagen in één. Elkaar oordelen is satanisch. Het berooft ons van ons eigen heil: het berooft de gemeente van haar eenheid en het berooft onze God en Vader van Zijn eer.
Wensen wij elkaar datgene toe, waarmee Paulus zijn brief besluit (16 : 20): "De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!".