Schone handen
1982-11-26
Er wordt vandaag nogal eens gesproken over schone handen en vuile handen.- Jaargang 26
- nummer 44
Als we luisteren naar mensen om ons heen wordt het steeds weer duidelijk dat de moderne mens schone handen wil hebben. Dat kan goed zijn want we kunnen in allerlei dingen zó berig zijn dat we onze handen vuil maken. Van de politiek wordt gezegd dat je daarin eigenlijk geen schone handen kunt houden. Terwille van een goede zaak moeten we misschien voor het oog wel eens vuige handen maken. Veel mensen hebben vandaag inderdaad vuile handen, denk eens aan de verhouding van de mensen onderling. Wat maken we ons vaak van andere mensen af: vuile handen.
Het praten over schone en vuile handen kan ook als achtergrond hebben dat we menen uit onszelf altijd schone handen te hebben, dan beseffen we niet meer dat onze handen alleen schoongemaakt en schoongehouden kunnen worden door God. Het gaat er maar niet alleen om of we schone handen hebben ten opzichte van elkaar maar vooral ook ten opzichte van God.
Pilatus waste zijn handen in onschuld.
Tenminste dat dacht hij. Hij dacht schone handen te kunnen houden door te zeggen dat hij Jezus niet schuldig vond maar intussen gaf hij Jezus wel over aan de joden en hij wist wat die met Hem van plan waren. Er is er Eén geweest op deze wereld die echt schone handen had: Jezus.
Hij was het Licht, Hij kwam te midden van allerlei menselijke verhoudingen maar Zijn handen bleven schoon. Zelfs toen Hij het tempelplein reinigde! Geloven is: erkennen dat je vuile handen hebt die door Jezus kunnen worden gewassen. Geloven is niet: je handen wassen in onschuld en intussen Jezus links laten liggen. Vuile handen kunnen schoon worden omdat God ze vastpakt en houdt.
In Gods handen
Een paar jaar geleden gebeurde er iets met het vliegtuig waarmee we vanaf Tenerife zouden terugvliegen naar Nederland. Er vloog een grote vogel in één van de twee motoren. net toen het vliegtuig los kwam van de grond. Een steekvlam, een ontploffing, een hevig schudden van het vliegtuig, opeens een weer snel optrekken omhoog, een grote stilte. Totdat een halve minuut later een stewardess vertelde dat er iets mis was. Dat had iedereen natuurlijk al begrepen. Na ruim anderhalf uur landden we op Gran Canaria, dat moest zo lang duren omdat de aanwezige brandstof een gevaar vormde voor het landen. En toen we landden stonden de brandweerauto's klaar.
De volgende dag, toen we tijdens het oponthoud wat rondreden op Gran Canaria, zei een stewardess: 'Ik weet niet of u gelooft, maar het is erg gevaarlijk geweest en Die van Boven moet wel erg veel met ons hebben op gehad'. Als je zo iets meemaakt onderga je iets dat moeilijk is na te vertellen en waar je eigenlijk alleen goed over praten kunt me mensen die er bij waren. Zo ontmoetten wij mensen in wie we medegelovigen ontmoetten. De reacties van de mensen waren heel verschillend, er brak geen paniek uit maar zo'n anderhalf uur rondvliegen boven Gran Canaria om brandstof kwijt te raken gaat toch bepaald niet langs je heen. Een echtpaar uit Den Haag ging arm in arm zitten slapen. De man vertelde later dat, als ze dan zouden verongelukken ze het maar liever slapende wilden ondergaan.
Een man uit Limburg dacht. wat opgewekt te doen door te zeggen: 'och, als we gaan gaan we allemaal'. Een mevrouw zei tegen haar buurvrouw heel eenvoudig dat we in Gods handen zijn. Die ander ging toen wat op papier schrijven, dit: In Gods handen is zo'n mooie zin, maar ik vraag me af: Gods handen, hoe kom ik er in?
Gods handen, hoe kom ik er in? Dat kan voor mensen in nood een vraag zijn, een moeilijke vraag. Uit een later gesprek bleek dat ze die vraag ook werkelijk meende toen ze die opschreef maar weer wat verder wegduwde toen uiteindelijk alles goed was afgelopen.
In Gods handen zijn. Geloven is: weten dat God onze handen heeft èn het telkens weer zeggen: néém mijn handen.