Twee reakties
1982-11-26
In mijn serie over Leegloop van kerken schreef ik, dat het goed zou zijn om een vrouw uit ons midden eens te horen over het functioneren van de vrouw in de kerk en wat daar mee samenhangt. Daar kreeg ik twee reacties op uit onze lezerskring. De eerste schrijfster behoorde tot voor kort bij een van onze kerken, maar ging over naar een Geref. Kerk, terwijl de andere lid is van een Vrijgemaakt-geref. Kerk. Ik wil haar stemmen hier doorgeven, omdat ze toch wel iets vertolken, wat bij velen in onze Kerken vermoedelijk ook leeft. Ik noem de namen niet, omdat ze niet vroegen om opname in ons blad.- Jaargang 26
- nummer 44
De eerste schrijft:
“Ik heb dankzij het feminisme het christelijk geloof behouden en ik heb op "Kerk en Wereld" vrouwen ontmoet, die met dezelfde twijfels en vragen rondliepen als ik. Met het geloof heb ik niet zoveel moeite gehad, wel met de kerkelijke tradities. In de Ned. Geref. Kerk waar ik lid was heb ik mij zeer thuis gevoeld, omdat een aantal zaken bespreekbaar was en niet per definitie afgedaan werd als onzin. Wel werd mij langzamerhand duidelijk, dat ik niet meer bij een Kerk wilde horen, waarin vrouwen officieel niet gehoord werden.
Jezus Christus is in Zijn benadering van vrouwen ruimer dan veel mannen en ook vrouwen binnen de Ned.
Geref. Kerken. Ik noem mij al enkele jaren feministe: een beladen woord in traditionele kerken, maar het is een gevolg van de bevrijding, die Christus geeft. Om in de kerk alleen te zingen over broeders, aangesproken te worden als zonen Gods enz. deed mij al lang een onbehagen voelen.
Ik werd niet aangesproken als vrouw. - Ik sta nog niet op het kerkplein, de kruk van de deur heb ik soms aarzelend vastgegrepen. De Kerk heeft de arbeiders al verloren, ook veel vrouwen zullen volgen en ook onze homofiele naasten voelen zich miskend. Ik ben heel graag bereid over feminisme en geloof in "Opbouw" te schrijven, want ik voel mij nog wel betrokken bij de Ned. Geref. Kerk. Vanuit eigen ervaring weet ik, dat er ook in die kring vrouwen zijn, voor wie het geloof met name bepaald wordt door de traditie in de kerk, maar die ermee in de knoei raken als ze met andere invloeden te maken krijgen. Die invloeden behoeven je niet bezorgd of angstig te maken, want de Bijbel is het antwoord; geen receptenboek, maar een leer- en leefboek, dat je mens-zijn, ook als vrouw, bevestigt."
De tweede schrijft:
"Wij kennen in onze gemeente het vrouwenkiesrecht niet. Een vreemde situatie. als het merendeel vrouwen is, die alleen maar namen mogen opgeven, die door de kerkenraad geschift worden. En als een pas ingekomen jongeman, die niemand kent, mag stemmen en een dame van 60 jaar, die de gemeente van haver tot gort kent, van stemming is uitgesloten. De dame in kwestie werkte in "Ziekenzorg".maar een paar jaar geleden wilden de diakenen dit werk maar zelf ter hand nemen. omdat ze anders niets te doen hadden! Dat moest dan uiteraard in de avonduren gebeuren; voor zieken niet zo'n beste t.ijd. In de dertiger jaren zei mijn oom, die diaken was: "Dat werk zou eigenlijk een vrouw moeten doen, die zien veel meer en scherper." (Hij werd n.l. zelf nog al eens bedrogen.) Ik geloof, dat dat ook schriftuurlijk is, zie Dorcas. Ook schrijft Paulus over weduwen boven de zestig jaar, die dit werk kunnen doen. Maar dáár heeft men het nooit over, wèl over de onderdanigheid van de vrouw!
Als het over de financiën van de kerk gaat kan men ons wel vinden! En als je bij de bespreking van de begroting een post op de balans gespecificeerd wil zien wordt je gebrek aan vertrouwen verweten. En waarvoor dient al die geheimzinnigheid om kerkenraadsvergaderingen in nietszeggende korte verslagen? En waarom niet eens een wat ouder gemeentelid, man of vrouw, ingeschakeld, als een jeugdig lid ergens mee zit en dominee of ouderling geen vat op zo iemand heeft? En waarom moet juist per se de ouderling van die wijk er heen, terwijl een broeder uit een andere wijk misschien veel meer tijd of geduld heeft? Hoe kun je bidden, als je de moeiten in de gemeente niet kent? En waarom wordt er praktisch nooit voor de ongehuwden gebeden? En zo ja, waarom dan de ongehuwden altijd speciaal als "eenzamen" gekwalificeerd? Er zijn meer eenzamen in een gezin, in een huwelijk, dan er buiten, als je dat hoort.
Neen, eruit lopen doe ik niet, maar ik was toch wel blij een en ander eens op papier te kunnen zetten.
En dan de homofiel. Waarom wordt daar zoveel over gepraat? Ik heb eens tegen zo iemand gezegd: "We zitten in hetzelfde schuitje" al kan ik dan in mijn achterhoofd nog de gedachte hebben: "Misschien komt voor mij nog eens de ware Jozef." Wat is er eigenlijk voor verschil met ongehuwden, gescheidenen, die niet mogen hertrouwen, lichamelijk/geestelijk gehandicapten... Geldt voor allen niet: Gij zult niet? 'k Geloof, dat de homofiel zelf moeiten maakt. Als hij celibatair leeft kan hij toch gewoon functioneren in kerk en vereniging?"
Twee reacties, uit heel verschillende hoek. En toch iets gemeenschappelijks. Wat het aanbod van de eerste schrijfster betreft om in ons blad iets over feminisme en geloof te schrijven: daar ik niet tot de redactie behoor en ook maar gastschrijver ben, mag ik haar wel verzoeken zich tot de redactiesecretaris te wenden: ds K. Muller, Dovenetel 45,Heerenveen, tel. 05130-20476