Wij, zonder buidel uitgezonden (2)

1982-12-03
  • Jaargang 26
  • nummer 45
Welke visie hebben wij op de gemeente? Wat leert de bijbel ons over het volk van God na de komst van Christus? Vorige week heb ik vanuit de bijbel laten zien dat H. M. van Randwijk precies de kern raakte toen hij de gemeente omschreef met de zinnen:

Wij, zonder geld op reis gegaan,
en zonder buidel uitgezonden,
om te genezen waar wij konden
te zegenen waar andren slaan.

Wie nader toeziet merkt op dat Van Randwijk hier citeert uit de Evangelieën nl. Matth. 10: 7-10 en Lucas 10: 3-6. Daar gaat het over de uitzending van eerst de twaalven en daarna de zeventig. Het getal twaalf is zeker ontleend aan de 12 stammen van het oude Israël en het getal zeventig is ontleend aan de zeventig oudsten die Mozes moesten bijstaan in het leiden van het volk (Numeri 11). Vooral de geschiedenis van Numeri 11 laat zien dat de afzondering van een deel uit' het geheel tijdelijk was. Als twee mannen van de zeventig midden in het kamp profeteren en Jozua daartegen protesteert, dan zegt Mozes met een diepe zucht: Och, ware het gehele volk des Heren profeten, doordat de Here Zijn Geest op hen gave (15: 29). Dat oude verlangen van Mozes is in het Nieuwe Testament op de Pinksterdag vervuld: daar is aan de gehele gemeente de Heilige Geest gegeven.
De twaalven en de zeventig gaan typologisch vooraf aan de zending van de gehele gemeente als lichaam van Christus onder de volkeren. Daar spreken de apostelen de gemeente ook op aan: Paulus in de Philippenzenbrief bijv. door de hele gemeente te vergelijken met een lichtende ster die schijnt in een ontaard en verkeerd geslacht en het Woord des leven vasthoudt (2 : 15, 16) vgl. 1: 27 vgl. Efeze 3: 10.
Petrus, in de eerste brief als hij schrijft: "Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht (2 : 9). Johannes in zijn eerste brief als hij spreekt over de overwinningstocht van het Evangelie en die overwinning geheel verbindt niet aan het "bijzondere"
ambt maar aan het getuigenis van iedere gelovige (5 : 5).
Toch is het opvallend, zegt ds Moggré in zijn reeds aangehaalde artikelen dat het N.T. nergens met evenzoveel woorden de gemeenteleden oproept tot opzettelijke evangelisatie, maar dat alle nadruk in Paulus brieven valt op de levensheiliging. Dat is wèl opvallend, maar zoiets tref je wel vaker aan in het N.T. Zo vind je in het N.T. nergens ook maar één expliciet gebod dat een man moet trouwen. Toch wordt er veel over het huwelijk geschreven nl. hoe je in het huwelijk moet handelen (bijv. Ef. 5). Toch zal niemand de conclusie trekken dat een man of een vrouw niet mogen trouwen omdat ieder direct gebod voor individuele gemeenteleden op dit vlak ontbreekt. Paulus gaat ervan uit dat mannen en vrouwen als direct uitvloeisel van de scheppingsordening met elkaar trouwen en besteedt er alleen aandacht aan dat zij dan ook op de goede wijze met elkaar getrouwd moeten zijn. Precies zo gaan de apostelen ervan uit dat alle gemeenten van Christus het licht van hte evangelie bewust uitdragen.
Dat heb ik in het vorige artikel voldoende aangetoond. Alleen wèl besteden zij er in hun brieven alle aandacht aan dat dit op de goede wijze gebeurt nl. vóór alles door een heilige levenswandel, door barmhartigheid, liefde, geduld enz. enz. Alle vermaan tot levensheiliging staat in dit missionaire licht (zie bijv. 1 Petrus 3 : 1).
Ik zou daarom uit het N.T. nooit willen afleiden dat opzettelijke evangelisatie verkeerd is, maar dat alle opzettelijke methoden, die niet recht doen aan al deze Paulinische geboden tot levensheiliging en die worden losgemaakt van de éérste opdracht de naaste lief te hebben verkeerd zijn. Christus deelt Zich aan de ander mee via niet alleen onze woorden, vooral onze daden.
Het opzettelijk wegen zoeken om het evangelie uit te dragen is niet verkeerd - als het gedaan wordt in een biddend opzien tot God en met inachtneming van het bovengenoemde.
Waarom zou opzettelijk zending bedrijven wèl goed zijn en opzettelijk evangeliseren niet? Er is nog nooit zending bedreven of men heeft nagedacht over methoden en manieren, soms zelfs gesproken over een strategie. Fout wordt dit pas als men hierbij verkeerde methoden volgt - of als men vleselijk te werk gaat. Maar het opzettelijke karakter van zendingswerk of van evangelisatiewerk is op zich niet te veroordelen.
Trouwens in onze moderne wereld lopen zendingswerk en evangeliesatiewerk door elkaar. Er zijn kerken in de Nieuwe wereld èn in de derde wereld die naar Europa zendelingen sturen en er zijn zendelingen vanuit Europa die in de derde wereld eigenlijk evangelisatiewerk doen.
En zelfs als dit eens gebeurt met methoden die wij niet zouden volgen of die mij niet liggen, het bijbels criterium waarnaar wij de waarde van dat werk moeten beoordelen ligt niet in de methode - zelfs niet in de motieven, maar in de inhoud. Als het Christus is die verkondigd wordt, dan zullen wij toch Paulus moeten navolgen in zijn Filippenzenbrief die hij schreef met het oog op sommigen die Christus verkondigden uit haat en nijd (letterlijk zó) "en toch verblijd ik mij, want in elk geval, hetzij met een bij oogmerk, hetzij in oprechtheid wordt Christus verkondigd en daarin verblijd ik mij ."
Zo is het voor het N.T. een uitgangspunt dat nu de gehele gemeente 'gezondene' is: Gemeente van God onderweg, of zoals je vandaag ook veel leest: Exodus-gemeente.

Oecumenische beweging
Dit inzicht in het karakter van de gemeente is namelijk ook veel wijder dan in onze kring na de oorlog doorgebroken en benadrukt. Meestal heeft dit in wijdere oecumenische kringen geleid tot een nadruk op sociale bewogenheid en inzet voor recht en gerechtigheid in de wereld. Zo moeten wij vandaag: zegenen waar anderen slaan en genezen waar wij kunnen. De kritiek vanuit de Evangelische wereld mag nooit gericht worden tegen deze bewogenheid of tegen de bijbelse visie die daaraan ten grondslag ligt, ze richt zich uitsluitend tegen de eenzijdige manier waarop aan deze roeping inhoud wordt gegeven. Zo heeft John Stott al jaren geleden als waarnemer in de kring van de Wereldraad van Kerken gezegd:
you hear the cry of the poor,
but do you also hear the cry of the lost....?
U hebt een oor voor de nood roep van de armen, maar hoort u ook de noodroep van hen die zonder Christus verloren gaan? Ook moet er kritiek zijn als woord en daad uiteengerukt worden en men aan de roeping van de kerk alleen inhoud geeft door middel van sociale actie. Overal waar er een open deur is moet ook expliciet het evangelie gebracht worden. Woord en daad horen samen te gaan. Tenslotte is er terecht kritiek op de invulling van deze roeping in oecumenische kring doordat de sociale actie vaak eenzijdig zich verbonden heeft met links-marxistische bewegingen. Maar wat geen kritiek mag ondervinden is de visie op de gemeente van Christus, als een gezondene, die haar licht moet laten schijnen in de wereld.

Ontwaking
Op dit punt nu hebben ook "onze" kerken in de laatste tien jaren een ontwikkeling doorgemaakt ten goede.
Ik zou hier gerust van een ontwaking
willen spreken, hoewel het gevaar bestaat dat dit het oog afleidt naar onszelf. Er is geen enkele reden om daarover hoog op te geven.
Toch is het goed en belangrijk deze dingen eens te noemen, om de in het vorige artikel aangeduide minderwaardigheidsgevoelens tegen te gaan en ook om deze ontwikkeling zo mogelijk te bevorderen. Zolang wij vrijgemaakt waren, waren onze gemeenten op enkele uitzonderingen na in het algemeen erg gesloten, vaak geheel opgezogen door binnenkerkelijke twisten. Daarin is sinds de breuk met de binnen verbanders een geleidelijke verandering gekomen. Ik wijs op de groei van allerlei opzettelijk evangelisatiewerk.
Ik gebruik hier het woord opzettelijk omdat ik na de artikelen van ds Moggré dit woord uit de besmette kleur zou willen wegnemen. Er wordt in veel van onze gemeenten veel aandacht en tijd gegeven aan opzettelijk evangelisatiewerk. Ik noem nu bijv. het Kinderwerk Tirnotheüs. Er zijn in veel gemeenten kinderclubs en vakantiebijbelscholen. Ik werd vorig jaar uitgenodigd om twee keer een regionale startdag voor dit kinderwerk te openen in Amersfoort. Daar waren twee keer op twee na volgende zaterdagen 800 vrouwen bijeen die dit kinderwerk opzetten. Ik was en ben er zeer van onder de indruk. Hier zijn geen speciale geroepenen aan net werk, zoals Mozes of Paulus, maar gewone leden van de gemeente die met hun gaven zich inzetten om de roeping die aan de hele gemeente gegeven is inhoud te geven.
Natuurlijk wordt hier nagedacht over methoden. Voor zover ik heb kunnen zien worden die methoden door de kinderen zeer gewaardeerd. Er is ook niets verkeerd aan om bewust over methoden na te denken, als het maar methoden zijn die de liefde tot uitdrukking brengen jegens de mensen - of kleine mensen die wij willen bereiken.
Alles wat naar manipulatie of iets dergelijks riekt moet hier worden vermeden. Wat ik in het kinderwerk Timotheüs zie is een werk dat de kinderen zelf - van buiten de gemeente - fantastisch vinden - en wat binnen de gemeente gedaan wordt met een vreugde die aanstekelijk werkt. Wie mee wil doen die moet om informatie vragen aan mevrouw Godschalk in Eindhoven.
Zo ken ik een gemeente van waaruit een viertal teams al enkele jaren werkt op een camping in Voorthuizen.
Ook daar wordt 's morgens een kinderbijbelvertelling gegeven door "gewone" gemeenteleden: jongeren van rond de twintig, die het soms best moeilijk vinden. Het werk richt zich op kinderen uit de binnenstad van Amsterdam, van wie velen nog nooit iets van de bijbel gehoord hebben. Er zijn avondsluitingen, waar ook "tieners" komen.
Er is een intens vakantieprogramma opgezet; er zijn vier teams van jongeren bij betrokken van ieder ongeveer acht leden. Het is bewust evangelisatiewerk. De campingbewoners dragen het team een bijzonder goed hart toe en ook de buitenkerkelijken hebben de hoop uitgesproken, dat zij volgend Jaar weer terug komen. Nog een voorbeeld: in de sociale woningnood is er in sommige stadsgemeenten in ons midden studentenhuisvestingswerk opgezet, mede ook met de bedoeling om in een woongemeenschap van christenen ook niet-christenen onderdak te geven.
Daar hebben ook verschillenden van buiten de gemeente gebruik Naast dit kinderwerk Timotheüs is er ook in sommige gemeenten sprake van camping-evangelistatiewerk.
van gemaakt en er zijn er die daar tot geloof kwamen. Tenslotte noem ik nog de betrokkenheid van vele leden van onze gemeente bij het werk van Youth for Christ, of bij hte werk van het Instituut voor Evangelisatie of bij het werk van l'Abri.
Zeker zullen vele lezers mij nog wel van meer van deze activiteit en kunnen vertellen. Mijn punt is: ik zou dit graag willen bemoedigen. Natuurlijk: het moet gerust tegen een stootje kritiek kunnen. Maar dan wel kritiek met de grondtoon van Filippenzen 1: de blijde erkenning dat het evangelie wordt uitgedragen. Ik heb mij in dit artikel vanuit de algemene roeping van de gemeente wat eenzijdig gericht op het bewuste evangelisatiewerk. Dat heeft een reden. Ik zou daarmee niet de indruk willen wekken alsof de algemene roeping van de gemeente om hte licht van het Evangelie te laten schijnen in de wereld alléén in bewust evangelisatiewerk inhoud zou moeten krijgen. Zeker niet. Die roeping moet ook inhoud krijgen in een bewogen inzet voor gerechtigheid in de wereld. Dat heeft alles te maken met de armen, en de gediscrimineerden en de onderdrukten - ver weg en dicht bij.
Het moet ook uitkomen in een persoonlijk leven, waar iets van die bewogenheid en echt betrokkenheid op onze medemens uitstraalt. In feite behoren woord en daad hand in hand te gaan.
De reden waarom ik dit wat heb toegespitst op bewust evangelisatiewerk was gelegen in de artikelen van ds Moggré. Ik heb hem mijn vorig artikel toegestuurd. Hij is echter ziek en niet in staat nu daarop te reageren. Daarom heb ik dit artikel ook in een algemene vorm gesteld. In die algemene vorm gesteld mag de inhoud worden samengevat met de eerste drie stellingen die Youth for Christ vorig jaar op 31 oktober op vele kerkdeuren nagelde:

I. Een kerk die niet werft, loopt kans dat zij sterft.
II. Het beste nieuws wordt vaak het slechtst gebracht,
III. Evangeliseren is nooit goedkoop. Het gaat om zelfverloochening, naast de ander staan, zoals Christus dat ons heeft voorgedaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief