De geloofwaardigheid van overlevering
1982-12-03
We zijn, bij het bezien van historie, dikwijls afhankelijk van overlevering. En soms bekruipt ons het gevoel, alsof het verhaal bij elke hervertelling min of meer gewijzigd is. Zoals bij dat verjaardagsspelletje: en paar zinnen in 's buurmans oor fluisteren, die deze fluisterend doorgeeft, tot het verhaal de kring rond is en vergeleken kan worden met de oorspronkelijke paar zinnen. Grote pret vanwege de veranderingen, die het onderging!- Jaargang 26
- nummer 45
Nu, zo is het met overlevering niet. Een volk met harden (heldenzangers, die aan hoven en in dorpsherbergen optraden, bij feesten en begrafenissen) zo'n volk kent de geschiedenissen, controleert de vertellers. Wie bij de Hooglanders bijvoorbeeld een ceilidh meemaakt weet, hoe allen volkomen betrokken zijn bij de vertellingen en dat de verteller zich geen varianten kan veroorloven.
De Keltische harden bezongen algemeen bekende feiten, onverschillig of die honderd of vijftienhonderd jaar geleden geschiedden. De stonehenge, groteske steenpartijen in Zuid-Engeland, heten 1800 jaar vC te zijn opgericht; maar hun oorsprong en betekenis is onder de Kelten nog bekend. De invallen der Noormannen, de heldendaden van Wallace, de rol van de hard Ossian, de Franse afkomst van Robert de Bruce, de boodschap van de Ierse zendeling Columba, de Ierse afkomst van alle Schotten, het vroegere Europa van de Kelten en de herkomst van de Scutoi - ze leven hier allemaal.
Daarom kunnen we overlevering niet gelijk stellen met verjaardagsspelletjes.
Bij elke weergave moeten de harde feiten dezelfde blijven, of de verteller wordt weggefloten.
Voor de oorlog leefde er in Nunspeet een volksverhaal over een zekere Buntman, die een marskramer zou hebben beroofd en gedood en die daarom buiten Nunspeet zou zijn opgehangen. Men zei erbij: die het het laatst verteld heeft leeft nog - maar men geloofde toch het verhaal, dat elk zomerseizoen in een toenstenfolder werd afgedrukt. Op de kaart van Nunspeet stond trouwens de Buntmansberg aangegeven, ook wel als "Brandende Berg" - het was waar nu de industrie buurt is. Buntman zou namelijk zijn onschuld hebben bezworen met: ik mag eeuwig branden als ik schuldig ben. Nu, bij een mooie zonsondergang stond de Westelijke hemel in gouden gloed en de mensen aan de Zoom riepen: de barg braandt, Buntmans' barg braandt!
De historicus H. van Heerde kende dit verhaal. Hij vroeg zich, bij het schrijven van zijn studie over Nunspeet's geschiedenis, vaak af of het verhaal vermeldenswaardige geschiedenis kon bevatten - dan wel een stukje Veluws bijgeloof inhield. Tot hij, studerende op de diaconale kasboeken van vroeger eeuwen, een post tegenkwam ten behoeve van de kinderen Buntmans, "die van koude en honger schier omkwamen". Het was een post uit 1680 en Van Heerde ging denken: stel dat het verhaal over Buntmans historisch is, dat zijn kinderen na zijn terechtstelling in nood zijn gekomen en door de diaconie geholpen - hoe vind ik dan de rest? Zijn adviseur in het Arnhems archief zei: een speld in een hooiberg, kruip de vonnissen in de Sententiënboeken maar door! Het was een stel lijvige leggers en Van Heerde nam de eerste aarzelend ter hand. Waar het boek openviel, viel ook zijn oog op Buntman. Hij had een draad in handen van een jaren slepend proces, dat inderdaad in 1675 was begonnen met een misdaad en in 1680 eindigde met een terechtstelling. Het verhaal had diverse wijzigingen ondergaan - maar de historiciteit stond vast en is correet neergelegd in zijn boek "Onder de Clockenslagh van Nunspeet".
Waarom dit verhaal? Om een illustratie te geven bij wat we zeiden: een volksverhaal, een overlevering, ontstaat niet zonder goede grond van waarheid. Wat de eeuwen overleeft heeft een begin gehad. En die waarheid kan in de loop van jaren, eeuwen, variëren - de hoofdzaak van de overlevering blijft dezelfde. Overal, waar een volk verbonden met zijn voorvaderen leeft, blijft de volksgeschiedenis zuinig bewaard. We doen er goed aan dit te bedenken, wanneer we met de wonderlijke legende van Zuid-Engeland te maken krijgen.
Trouwens: wat doen we met de diverse zondvloedverhalen die bij diverse volken ter wereld bewaard bleven? We zijn er blij mee en gebruiken ze als overbodige bewijzen van de historiciteit van Noach en zijn wereld.
Evenals de verhalen over een vroegere paradijstoestand, die afgebroken werd door de zondeval van de mensheid.
Er wordt wel gezegd: volksverhalen zijn van minder betekenis dan schriftelijke documentatie. Laat het waar zijn, dat een geschreven historie beter is vastgelegd dan een gesproken overlevering. Maar - waar kwam dan die geschreven historie vandaan? In het algemeen uit de kloosters, waar men kon schrijven. En wat legden die kloosters anders vast dan voorheen mondeling overgeleverde geschiedenis? We kunnen verder gaan: met de eerste Bijbelhoofdstukken. Afgezien van de leiding van Gods Geest moeten we toch stellen, dat de oudste geschiedenissen lange tijd van mond tot mond zijn gegaan, eer de mensheid de schrijfkunst machtig was. Of zou u de menselijke factor met zijn beperkingen willen uitschakelen?
De verhalen van Homerus, die in de 12e eeuw voor Christus spelen, zijn algemeen bekend. Hijzelf leefde waarschijnlijk in de achtste eeuw v.C. Homerus was een der eersten, die overleveringen te boek stelde. Zijn geschriften werden volstrekt niet als historisch betrouwbaar aanvaard - laat staan de voorafgaande overlevering. Totdat - de historicus Schliemann een eeuw geleden aantoonde: dat Homerus werkelijk gebeurde geschiedenissen beschreef, die wel in details konden verschillen met de historie, maar in de grond juist waren.
Het is duidelijk dat een geordende geschiedschrijving pas kon beginnen, toen de mens schrijven kon. Maar voor die tijd werd er even goed gesohiedenis gemaakt, die mondeling werd doorgegeven. En het vastleggen van de nationale historie betekende stellig iets als spitsroeden-lopen: van alle kanten werd gewaakt tegen historievervalsing. Barden, die de historie kleurden of veranderden, waren oplichters,
Natuurlijk gaat dit slechts op, zo lang een volk ter plaatse blijft wonen.
Wordt het verstrooid of door indringers onder de voet gelopen, dan kan een hele beschaving, inclusief het nationaal historisch "archief", vernietigd worden. Denk maar aan wat de Romeinen deden over de gehele toen bekende wereld.
Maar Groot-Brittannië heeft door zijn geïsoleerde ligging weinig indringers, nagenoeg geen overheersing gekend. De Romeinen hebben jaren lang gepoogd het land te veranderen - ze moesten vertrekken. Napoleon kon niets uitrichten. Hitler heeft zijn plannen' moeten prijsgeven. De historie bleef diep geworteld in een volk, dat - door zijn barden - levendig verbonden bleef met zijn voorgeslachten. De binnengedrongen Angelen en Saxen hebben de oorspronkelijke Keltische bevolking bijeengedreven in Wales, Cornwall, Ierland en Schotland. Daar hield zij haar karakter en haar overlevering.
Nog een enkel voorbeeld van overlevering, die eeuwen doorstaat. Wanneer men wenste toe te treden tot de orde der Druïden (wij komen er op terug) was een der eisen: dat de kandidaat in rechte lijn afstamde van negen vrije voorvaderen. Het is voor ons al een zware zaak, de namen van onze laatste negen voorvaderen te noemen - laat staan hun omstandigheden.
Maar (we hebben er al op gewezen) dat de Levieten, na de ballingschap, hun afstamming moesten kunnen bewijzen. En dat ging heel wat verder dan negen voorvaderen.
En dan de reeds genoemde Caradoc, koning van Silurië, dat is Zuid-Wales. Hij volgde in 36 n.C. zijn vader Brän op en beiden zijn met hun kinderen in Romeinse gevangenschap geweest. Van deze Caradoe worden in de manuscripten vlot 35 voorvaderen in rechte lijn genoemd, hetgeen zijn geslacht 1080 jaar terugvoert. Doet het u niet even denken aan de 3 x 14 geslachten uit Mattheüs' evangelie?
De overlevering moet dus gezien worden als een deel, soms een groot deel, van de historieschrijving. Daar komt bij dat de overlevering vaak getoetst kan worden aan andere, gelijktijdige, voorvallen. Stemmen die onafhankelijke bronnen overeen, dan is in het algemeen weinig verweer mogelijk.
De overlevering van Somerset: dat Jozef van Arimathea daar als tinhandelaar kwam en zijn neefje Jezus meebracht, wordt van vele kanten geboekstaafd. Een lange rij van vorsten, helden, priesters en martelaren zijn nabij lozef's graf te Glastonbury begraven. Deze plaats is herhaaldelijk in koninklijke besluiten met grote eerbied genoemd. De oude naam voor Glastonbury was Avalon. Deze naam komt u nog in Frankrijk tegen - en daarnaast zeven keer in de Verenigde Staten en Australië: het zegt dat landverhuizers aan deze naam waarde hebben gehecht.
Er was overigens nog een reden voor de jonge Jezus, om hier een tijd van afzondering door te brengen, zoals de overlevering zegt. Dezelfde reden, die Jozef van A. ertoe bracht, hier het evangelie te verkondigen. Glastonbury was namelijk een centrum van de Druïdenreligie. En deze religie had merkwaardige punten van overeenstemming met de Joodse leer en de wetten van Mozes. Hier lagen velden, wit om te oogsten. Er waren "schapen van een andere stal" dan Palestina.