Een ABC van het Nieuwe Testament
1982-12-10
Gemeente(kerk)- Jaargang 26
- nummer 46
Met het woord gemeente (of kerk) bedoel ik de samenkomst of vergadering of het geheel van gelovigen. Aan een bepaalde plaats 9f over heel de wereld. We zijn gewoon geworden daarvoor het woord kerk te gebruiken. In onze vertaling van het N.T. komt het woord niet voor. Noch in de St. Vert. noch in die van het N.B.G., wat wij gewoonlijk de Nieuwe Vertaling noemen. Maar in de loop der tijden zijn we gewend geraakt te spreken van kerk. Als de spraakmakende gemeenschap eenmaal zo heeft gekozen, zal dat moeilijk terug te draaien zijn. Maar het woord gemeente is m.i. beter en duidelijker. Ik hoor daarin nog de aanduiding van de gemeenschap, die de gelovigen vormen. In het woord kerk komt dat niet uit.
In het N.T. is het woord gemeente als vergadering of samenkomst van gelovigen ontleend aan een term, waarmee in het gewone dagelijkse leven een volksvergadering werd aangeduid.
Waarvan we 'lezen in Hand. 19. Daar wordt verhaald van Paulus en wat hij beleefde in Efeze. En van Demetrius de zilversmid. Die met z'n gilde zich bedreigd voelde in z'n inkomsten.
Er ontstond naar aanleiding van het spreken van Paulus een grote opschudding. En het volk "liep als één man naar het Theater en daar werd een verwarde volksvergadering gehouden.
En die vergadering wordt aangeduid met hetzelfde woord, dat op veel plaatsen voor de samenkomst van de gemeente van de Here Jezus wordt gebezigd. Dát is een bijeenkomst van het volk Gods. Ben heilig volk Een uitverkoren geslacht. Geroepen door het Evangelie uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. Afgezonderd van de wereld en toegewijd aan God.
Een enkele keer wordt met de Gemeente bedoeld het geheel van alle gelovigen, verspreid over heel de wereld. Waarvan we in de 12 art. belijdenis doen als van de éne, heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen. Een bekend voorbeeld van dat gebruik vinden we in Matth. 16: 18. Waar we de uitspraak van de Here Jezus vinden: "En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt en op deze petra(rots) zal ik mijn Gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen". We zouden hier het woord Gemeente met een grote G kunnen schrijven. En als we het geheel der gelovigen in één plaats of deel van één stad bedoelen, zouden we gemeente met een kleineg kunnen schrijven. Christus bouwt zijn Gemeente (Kerk) op de belijdenis van Petrus: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God".
Evenals in Matth. 16: 18 wordt ook op verschillende andere plaatsen van het geheel der gelovigen over heel de wereld gesproken. Namelijk overal waar Christus genoemd wordt als het fundament of het Hoofd of de Heer of de Koning van de gemeente. In de goede zin van het woord mogen we spreken van de wereld-
Kerk of -Gemeente. Maar dat een wereldraad dat zou zijn, met z'n bestuur en grootse organisatie, z'n leiders en commissies enz. moeten we maar niet erkennen. Evenmin moeten we dat zeggen van de tegenhanger van de Wereldraad van Kerken, die we kennen als de I.C.C.C. Of van welke andere wereldorganisatie ook. Enig Hoofd van de gelovigen is Christus. En dus geen Paus, ook geen Wereldraad. Hij alleen. Soms wordt dus met Gemeente bedoeld de algemene, universele Gemeente. Maar veel vaker wordt er mee aangeduid de gemeenschap der heiligen op één plaats of samenkomst in één huis. Een huisgemeente dus. Om één voorbeeld te noemen: Mat,tJh.18: 17. In dit verband: Als een br. of zr. vermaand moet worden dan moet dat eerst gebeuren onder vier ogen. Als dat niet baat dan vervolgens onder zes ogen. Als hij of zij dan nog niet luistert dan moet de gemeente er in gekend worden. Dat is alleen mogelijk als de groep niet al te groot is. Stel je voor, dat dit zou moeten gebeuren in een gemeente van een duizend of meer zielen. De kerk van Amsterdam had vroeger naar ik meen een 10.000 leden. We zullen het er wel over eens zijn dat zo groot een getal geen echte gemeenschap kan vormen. De kathedralen van vroeger waren wel monumentaal en prachtig, maar ondingen voor de prediking. En de massa die daar samenkwam als één gemeente was evenzeer een karikatuur van een echte gemeenschap. Nu heeft de K.O. in plaats van "gemeente" wel gezet "kerkenraad" . Maar dat was een gedienstigheid van de praktijk. Het staat er niet.
Zulk een plaatselijke gemeente vormt één lichaam, één geheel en het Hoofd daarvan is Christus. Er wordt wel gezegd dat zij zou zijn de verschijningsvorm van de éne, universele Kerk of Gemeente. Die universele Gemeente zou dan de eigenlijke Gemeenschap zijn. Ik kan daarvan in het N.T. niets lezen. Een plaatselijke- zelfs een huisgemeente - is volledig een gemeenschap van heiligen. Geen afdeling of onderdeel van een geheel, dat dan de eigenlijke Kerk zou vormen. Christus heeft zich voor haar overgegeven, om haar te heiligen en te reinigen. Om eens haar Zich voor te stellen stralend, zonder vlek of rimpel, onbesmet. Zij wordt de bruid van Christus genoemd. Dat is zij. Als zodanig is zij geworven door Jezus Christus.
Maar daarin ligt ook haar grootse roeping. Om zich namelijk vrij te houden van het pek der wereld.
Christus heeft 12 apostelen verkozen en hen uitgezonden naar de volken om door de verkondiging van het Evangelie de Gemeente en de gemeenten te stichten. En later hebben Paulus en de zijnen oudsten aangesteld. Van wie sommigen geroepen werden om bezig te zijn in de leer. Ook is er sprake van diakenen. Met de oudsten moesten zij voorstanders zijn, die vooraan stonden in de strijd tegen duivel en wereld.
En die geëerd (niet vereerd) moesten worden om hun werk. Als zij zich daarin tenminste veel moeite gaven. Paulus droeg als apostel de zorg voor al de gemeenten, die hij met de zijnen had gesticht: Johannes richtte de zeven brieven aan zeven gemeenten in Klein-Azië. Uit deze brieven en uit die van de andere apostelen blijkt de verscheidenheid der gemeenten. Er zijn geen twee precies gelijk. Ze worden geprezen om verschillende goede eigenschappen. Maar ook vermaand om verscheidene ondeugden. De gelovigen hebben de volmaaktheid nog niet bereikt maar moeten er wel naar' jagen. Tot het doel waartoe zij door Christus gegrepen zijn.
Ze worden niet alleen met het woord gemeente aangeduid. Soms worden ze aangesproken als heiligen, gelovigen, discipelen, uitverkorenen. Ze vormen een kudde, een lichaam, een bouwwerk, een Christus.
Nu is er een verbijsterend aantal godsdienstige gemeenschappen, die zich gemeente (kerk) noemen.
Aan een gezin, dat zich vestigde in een stad in Amerika werd een lijst gezonden van, naar ik meen, 100 "kerken". Van het goede wel wat te veel. Maar we belijden toch één Kerk van Christus! Ik geloof inderdaad dat er maar één gemeenschap der heiligen is. Maar die vind ik verspreid in allerlei gemeenten pen. Ik ontmoet leden van allerlei gemeenten van wie ik een "vriend en metgezel" ben.
Waarvan sprake is in Efeze 4. Mij is vroeger, in m'n jeugd bijgebracht, dat de Afgescheidenen de ware kerk vormden of in elk geval de meest zuivere openbaring van het lichaam van Christus. Volgens onze belijdenis is de ware kerk te kennen aan 3 kenmerken: Zuivere prediking, zuivere bediening der sacramenten en schriftuurlijke tucht. Ik ontken de betekenis daarvan niet. Maar even belangrijk is het meen ik, dat de gelovigen zich in de wereld van ongelovigen vertonen als "anders", door hun leven, hun handel en wandel. Hoe er gepreekt wordt vernemen de ongelovigen niet. Of de sacramenten zuiver worden bediend zal hun een zorg zijn en of schriftuurlijke tucht wordt geoefend evenzeer. Trouwens in welke gemeenschap gebeurt dat nog? Er zijn andere kenmerken, waaraan de wereld ons moet leren kennen. Zien ze onze goede werken? Is onze vriendelijkheid bekend? Zijn we betrouwbaar? Merken ze dat wij het goede niet alleen in eigen kring, voor mekaar zoeken, doch voor allen? Merken ze iets van onze liefde, ook van de liefde voor allen, waarmee we in aanraking komen?
Daarnaar zullen we streven. Dat is onze roeping. Ieder naar de gaven die hij heeft. Die kenmerken zijn veel uitgebreider dan hier genoemd. Te veel om op te noemen. Lees maar eens Gal. 5 : 22 of Fil. 4 : 8 of de Bergrede. Enkele van de vele teksten.
Tenslotte nog iets over de organisatie van gemeenten, die in een zogenaamd verband of verbond leven. We zijn gewoon, dat waren we tenminste, aan classes en part. synoden en bovenal een landelijke synode. Waarvoor nu wat andere namen in onze kring gebruikt worden. Men spreekt van een klassiek geref. organisatie als de beste. Die beslist nodig zou zijn voor een goede samenleving. Daardoor zou de rechte eenheid bevorderd worden. En men heeft z'n best gedaan aan te tonen uit het N.T. dat een organisatie met een vaste K.O. noodzakelijk was.
Die geluiden heb ik in m'n leven vaak gehoord. Het klinkt wel aannemelijk, maar mij ontbreekt het geloof. Moet alles niet met eer en orde geschieden?
Zeker, maar dat wordt gezegd van een plaatselijke samenkomst. Een vergadering der gemeente moet geen ordeloze troep worden. Maar is daarop een K.O. te gronden? Een gemeente moet niet menen alleen in de wereld te staan. Dat klopt, maar is daarmee een bepaalde organisatie geboden? M.i. is er in het N.T. geen aanwijzing te vinden, hoe georganiseerd moet worden. Maar er moet toch gezag wezen, in elke gemeenschap? Zeker. Maar een gemeente en een gemeenschap van gemeenten is uniek in deze wereld. Er is maar één Vader, namelijk die in de hemel is. Maar één Leidsman, de Christus. Maar één Meester. En in de gemeente of Gemeente mag maar één macht zijn. De macht der liefde. En de echte éénheid kunnen we vinden in Efeze 4.