De vernieuwing van de gemeente

1982-12-17
  • Jaargang 26
  • nummer 47
De Evangelische Alliantie heeft al haar activiteiten in 1983 geplaatst onder het thema: de vernieuwing van de gemeente. In 1982 viel alle aandacht op evangelisatiewerk. Evangelisatiewerk dient volgens de E.A. echter verankerd te zijn in de plaatselijke gemeenschap van christenen. Drie zaken zullen in dit komend jaar centraal staan:

1. vernieuwing van de plaatselijke gemeente;
2. het bereiken van onbereikte groepen in onze samenleving met het evangelie;
3. de sociale verantwoordelijkheid van de gemeente.

De activiteiten dragen het karakter van bezinning en ontmoeting. Daarom worden ontmoetingsdagen en conferenties belegd en er zullen allerlei materialen (themanummer, ideeën, boeken, brochures) ter beschikking worden gesteld om christenen te stimuleren om op het plaatselijk vlak bezig te zijn met bezinning, gebed en praktische inzet. Bovenstaande mededelingen zijn een samenvatting van de plannen van de Evangelische Alliantie zoals die mij in schriftelijke stukken zijn toegezonden. Wat moeten wij denken en mogen wij hopen van deze activiteiten?


Actualiteit
Voor ik hier iets over ga zeggen, wil ik eerst wijzen op een veel bredere en wijdere ontwikkeling, waarvan dit werk van de Evangelische Alliantie een onderdeel uitmaakt. Er is in evangelische kringen wereldwijd een hernieuwde aandacht voor "church growth" = gemeente groei. De Evangelische Alliantie is via haar wereldwijde organisatie aan deze evangelische beweging verbonden en heeft mede daarom haar activiteiten dit komende jaar aan dat thema willen verbinden. Of je dat nu moet doen door een jaar tot gemeentevernieuwingsjaar uit te roepen, is voor mij een vraag, maar vooruit, ook in de gemeente gebeurt het wel eens dat de kerkenraad vaststelt dat er in het komende huisbezoekjaar een bepaald thema aan de orde moet komen. Dan staan alle activiteiten van de ouderlingen in de gezinnen ook voor een jaar onder het thema.
Als wij het zó opvatten, kan het ermee door. Het betekent dan niet dat dit thema in een ander jaar niet actueel zou zijn. Voor huisbezoeken is het trouwens zelfs sterk aan te bevelen, om eens een jaar in alle gezinnen over één onderwerp te spreken en dat via publicaties goed voor te bereiden.
Het maakt huisbezoeken soms zinvoller. Zoiets is dus de E.A. in 1983 ook van plan. Het zal gaan over "vernieuwing van de gemeente", wat als een betere omschrijving mag worden gezien van de Engelse term church-growth-movement.

Coral Ridge Church
Twee maanden geleden bezocht ik één van de grootste kerken van de Verenigde Staten. Het was de Coral Ridge Church waar ds James Kennedy predikant is. In Florida. In deze kerk was een conferentie belegd van l'Abri en zodoende hoorde ik naar en sprak ik met deze ds James Kennedy. Zijn gemeente is van een paar honderd leden in een paar jaar tijd gegroeid tot een kerk van 5000 leden. Als je vraagt hoe dat kwam, dan speelt daarin de .
persoonlijkheid van de pastor wel een rol, en zijn verkondiging die duidelijk, begrijpelijk en bijbels is.
Maar toch is dat niet het enige: er is een team van 450 (meest onbetaalde) nauwe medewerkers, die de vorming van gemeenschapskernen bevorderen en begeleiden. Daar worden in een persoonlijke sfeer de leden van de gemeente gebouwd in het geloof, rond bijbelstudie, gebed en sociale inzet. Ik sprak een mevrouw die daar twee jaar geleden lid was geworden en die beschreef hoe in haar Lutherse thuiskerk het geloof formeel was - meer dogmatisch (het hebben van een levensovertuiging) maar dat zij in de Coral Ridge Church met haar gevoel was gaan geloven en met haar hart en nu haar geloof veel liever zou omschrijven als: het hebben van een persoonlijke band met de Heer. In dat geloof werd zij gesterkt door één van deze kleinere gemeentesamenkomsten, die niet groter zijn dan 20 mensen.

Ik noem dit voorbeeld van gemeentegroei in de Verenigde Staten. Er zijn veel meer kerken die plotseling uitgegroeid zijn in de U.S.A. en er is zelfs een instituut in Pasadena in Californië dat onder leiding van een oude en ervaren professor McGavran de sociale, religieuze en bijbelse achtergronden van deze kerkgroeibeweging bestudeert. In Nederland zijn samenvattingen van het werk van dit instituut te vinden in een boekje van ds B. Krol "Gemeentegroei", een Telos-boekje
van Buijten en Schipperheijn van f 16,50.

Om u een indruk te geven wat u daarin kunt lezen, geef ik u de hoofdstukken:

1. Wat is groei? Er is groei in getal, er is groei in de diepte en kwaliteit en er is groei in organisatie.
De bijbel stelt groei in de diepte voorop en daaruit vloeit volgens Handelingen ook groei in organisatie (Hand. 6) en groei in getal (Hand. 5 : 14) voort. Kijk bij gemeentegroei niet alleen naar de dominee - er spelen veel meer factoren een rol: de sociale situatie enz.

2. De plaats van de gemeente in evangelisatie. Als het evangelisatiewerk niet naar de gemeente toe voert, loopt het dood. Maar de gemeente moet wel willen. Er zijn sponsgemeenten - die hebben de stijl van de wereld in zich opgezogen en hun eigen krachten verloren; steengemeenten - stoten keihard buitenstaanders af omdat zij door hun eigen taal en subcultuur wereldvreemd zijn geworden.
Er zijn ook magneetgemeenten. Die trekken de goede deeltjes - de mensen die echt op zoek zijn naar God aan - maar stoten de wezensvreemde deeltjes àf nl. een wereldse levensstijl of dwaalleraren. Van deze drie typen gemeenten zijn alleen de laatste echt gemeentegroeikerken.

3. Gemeentegroei-taal. Dit hoofdstuk houdt zich bezig met name met de sociologische achtergronden van allerlei zendings- en evangelisatiewerk.

4. Evangelisatie heeft voorrang. Alles wat enige waarde heeft in het Koninkrijk van God begint met evangelisatie. Wat houdt dat in? Pleidooi voor evangelieverkondiging die zich richt op de hele mens.

5. Kenmerken van groeiende gemeenten. Dat zijn kwaliteit, in warmte, vriendelijkheid, diepgang en levende samenkomsten, maar ook een toegewijd predikant en gemobiliseerde gemeenteleden, die zich in cellen actief naar buiten richten, waarvoor methoden worden aangereikt.

6. Ziekten van een gemeente. Een gemeente kan niet groeien als ze ziek is bijv. door een modernistische theologie aan te hangen - of door lauwheid of traditionalisme, ruzie en onenigheid of door foute kerkelijke structuren. Gebrek aan leiding is fout, maar dictatuur van één man evenzeer. Tenslotte is er soms ook contactarmoede naar buiten toe.

7. Chauffeurs zonder rijbewijs. In dit hoofdstuk wordt het belang van goede leiders benadrukt.

8. In het slothoofdstuk volgen statistieken van o.a. Nederlandse groeigemeenten, waarbij ds Krol niet aan de indruk ontkomt dat het in Nederland wel zoeken geblazen is. Voor echte groeigemeenten moet je in Amerika zijn. Van 10 leden naar 7000, ja, dat kan dáár gebeuren, maar in Nederland is een groei van een vrije gemeente als in Roosendaal - van 25 leden in 1976 tot bijna 200 leden in 1981 al heel opmerkelijk.
In Amerika zijn het vaak (niet altijd) gewoon traditionele kerken die zó groeien (als de Presbyteriaanse kerk van ds Kennedy), in Nederland zijn het bijna altijd geheel vrij gevormde gemeenten van pinksterkleur.

Dit heeft mij al geleidelijk naar een bespreking van deze beweging heengevoerd. Inderdaad: het eerste wat ik mij afvroeg als dominee in een gevestigde kerk in Nederland: wat heb ik er aan? Kan ik daar nu wat mee doen?
Het antwoord is niet direct positief. Natuurlijk, er staan in het boekje van Krol wel aardige dingen (zoals de "spons-, steen-, magneetgemeenten"). Maar bij het overgrote deel van zijn beschouwingen dringt zich bij een Europeaan het gevoel op: is dit nu niet allemaal Amerikaans?

Amerikaans?
Daar wil ik graag een wat bredere beschouwing over geven.
In sommige kringen (zoals naar mijn indruk soms bij het Instituut voor Evangelisatie) wordt te weinig het verschil tussen Amerika (USA) en Europa begrepen, zodat ons dingen worden aangereikt die niet bij ons passen. In andere kringen (zoals ik pas las in het verslag Hervormd Evangelisch Beraad 1979 en 1980, blz. 8) is het vaak voldoende om te zeggen: oh, dat is overgewaaid uit Amerika - om het daarmee àf te doen. Dit geldt soms van de reacties uit de kringen van Kerk en Wereld. Ik ben noch met het eerste noch met het tweede gelukkig. Amerika en Europa zijn nl. anders.
Niet beter of slechter. Dat geldt al voor de Amerikaanse cultuur, in het algemeen, als je die vergelijkt met de Europese cultuur. Dat geldt ook meer in het bijzonder voor het Amerikaanse christendom, als je dat vergelijkt met het Europese.
Over beiden een enkel woord. Volgens mij hebben culturen een identiteit - je zou soms haast zeggen: een persoonlijkheid. Een cultuur is méér dan de som van de mensen die erbij behoren en hun gewoonten. Er zijn zieke culturen en gezonde culturen. Er zijn bloeiende en verwelkende culturen Er zijn oude en jonge culturen. Als ik de Europese en de Amerikaanse cultuur met elkaar vergelijk, dan treft mij het verschil. Ogenschijnlijk zijn wij heel erg aan elkaar gelijk (in ieder geval van oorsprong) maar dat is schijn. Voor dit moment zou ik het verschil het liefst willen aanduiden met de woorden: jong en oud.Amerika (i.b.v. USA en Canada) is te vergelijken met een jonge man van ongeveer 20 jaar. Hij is ondernemend, energiek - soms onwijsen vaak nog heel makkelijk in de ene of de andere richting te beïnvloeden - dynamisch - maar ook nog vaak: oppervlakkig, soms ontworteld.
Daartegenover is Europa te vergelijken met een oude man van 68 jaar: hij heeft het alles wel gezien.
Hij is sceptisch geworden, moeilijk voor een ideaal of nieuw inzicht te winnen. Loopt nergens enthousiast voor. Maar heeft wel levenservaring en wijsheid opgedaan.
Hij kan relativeren waar het moet en voelt zich veel zekerder.
Ondernemend is hij niet meermeer introvert en beschouwend. Kerkelijk werkt zich dit ook uit. De Amerikaanse christenheid, die ik vooral in evangelische kringen ken, is dynamisch, rusteloos op weg, ondernemend. Het is niet tevreden met het bestaande, maar heeft wel veel behoefte aan verdieping,want het lijdt onder oppervlakkigheid.
Het kan ook nog heel mobiel in veel richtingen voortrollen. Daartegenover zijn de Europese christenen heel statisch - ze zitten vast in hun eigen kerken. Ze veranderen nauwelijks. Ze zijn niet ondernemend.
In hun bagage hebben ze wel veel kennis en wijsheid verborgen zitten waar eigenlijk veel meer mensen van zouden moeten profiteren. Deze sociologische beschouwingen die ik hier ten beste geef, zijn niet normatief. Ze moeten alleen dienen om zowel Amerikanismen als antiamerikanismen te bestrijden. Ik denk dat iedereen die het dynamische en ondernemende van de Evangelicals -met methoden en verkooptechnieken - gelijkschakelt met het ware Geestgedrevene, een fout begaat. Maar ieder die het in elkaar gezakte en statische van de Gereformeerde Nederlander normatief vindt, maakt dezelfde fout. Ik leer van de evangelischen om niet weg te zinken in die oude man-mentaliteit. en ik hoop dat zij iets uit onze bagage meenemen om te groeien in kennis.

Tot zover deze keer mijn voorlopige beschouwingen over gemeentegroei. De volgende keer meer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief