K. Schilder
1982-12-17
In het "Hervormd Weekblad", het orgaan van de confessionele vereniging stond in de maand oktober een aantal artikelen van de hand van ds. J. J. C. Dee van 's Gravenzande over "onze band aan de belijdenis". Met de aanvaarding van de nieuwe kerkorde heeft men in de Hervormde kerk gekozen voor de uitdrukking "in gemeenschap met het, belijden der vaderen" en niet voor "in overeenstemming met". In dat verband besteedt ds. Dee aandacht aan Schilder's mening over onze band aan de belijdenis. In de maand november heeft Ds. Dee, duidelijk als vervolg op wat hij geschreven heeft in het "Hervormd Weekblad" een serie artikelen gepubliceerd in "De Waarheidsvriend" die bedoeld is als een levensschets van prof. Schilder. Op te merken valt voor ons allereerst dat het Hervormd Weekblad duidelijk let op wat er in onze kerken gebeurt. Om in de termen van Schilder te blijven: met sympathie en kritiek. Ik vind dat fijn. Verder is evenzeer verheugend dat een bepaald ongunstig beeld over Schilder aan het verdwijnen is. De meest populaire opvatting was immers dat Schilder een lastige man was die in de oorlogsjaren de Gereformeerde Kerken deed splijten. Ds. Dee schrijft: “in zijn theologie heeft Schilder geen stap gewaagd buiten de Schrift en de Belijdenis om.” Hij wordt getekend als een echte oecumenicus. En het zeer terechte en vernietigende oordeel: de Gereformeerde Kerken hebben in de veertiger jaren “een van hun grootste zonen geschorst en afgezet.” We moeten dankbaar zijn dat er zo over K. Schilder geschreven wordt. Eerherstel werd tijd. Iedereen die eerlijk over de droeve jaren van de grote dwaasheid in de Gereformeerde Kerken wil oordelen kan niet anders dan tot de conclusie komen dat een zekere society in de Gereformeerde Kerken Schilder het zwijgen heeft trachten op te leggen, terwijl het onmiskenbaar was dat juist bij Schilder geen enkel ander verlangen kende dan gereformeerd te zijn en er juist bij Schilder een nimmer aflatende ijver was voor de eenheid. Omdat Schilder echt gereformeerd wilde zijn en een echte oecumenicus was, liep hij nooit met de gedachte rond anderen uit de kerk te werken. Aan het einde van de zestiger jaren heb ik vaak op kerkelijke vergaderingen gezeten met de gedachte “hadden ze maar echt naar Schilder geluisterd.” Met name ten aanzien van de leer der kerk. Het zou goed zijn als ook in de Vrijgemaakte Kerken er eerherstel kwam voor prof. Dr. K. Schilder. - Jaargang 26
- nummer 47