Voorlopige afsluiting

1982-12-17
  • Jaargang 26
  • nummer 47
Het wordt tijd, deze serie af te ronden. Er is veel materiaal aangedragen, dat gedeeltelijk fonkelnieuw voor onze lezers moet zijn. We kunnen toch deze dingen rustig laten bezinken? En er zijn enkele losse eindjes blijven hangen, die we nu zullen afknopen.

1. Dat Maria en Jezus niet alleen van David stamden, maar ook van Levi, is terloops opgemerkt. Daarover is natuurlijk veel meer te zeggen en we hopen dat te zijner tijd te mogen doen.

Wijlen prof. B. Holwerda heeft ons een uitvoerige studie nagelaten over de Priester-Koning in het oude testament 41). Hij herinnerde aan Melchizedek 42), aan Psalm 110, Zaoharia 6 en Hebreeën 7 - niet aan Gods absolute en onvoorwaardelijke beloften aan David en het volk Israël in Jeremia's profetie 43) - en zegt: dat de priester-koning in de oudheid van Babel, Egypte en Phoenicië een gebruikelijke combinatie was, maar voor Israël nog toekomstmuziek bleef.

Dat Jezus Christus de eerste vervulling van de beloften voor een eeuwig koninklijk priesterschap is geworden, is ontegenzeggelijk. Dat Hij van David afstamde zegt de Bijbel onomwonden. Niet dat Hij evenzeer van Levi afstamde. En wanneer de oud-Joodse geslachtsrekeningen ons dit kleine detail aanreiken, kunnen we er niet achteloos aan voorbijgaan. Het eeuwige dubbelambt van onze Heiland was blijkbaar niet slechts geestelijk bedoeld - maar ook op de "burgerlijke stand" gestoeld.
Wij hopen hier op terug te 'komen, wanneer wij eens iets over de geschiedenis van het Britse vorstenhuis publiceren. Want ook daar wordt (het moge u niet ontgaan) het koningschap gecombineerd met het hoogste ambt in de kerk; het gezalfde koningschap, uniek ter wereld. Dat komt, omdat het Britse koningshuis langs vele lijnen afstamt niet slechts van David, maar evenzeer van Levi, van Aäron. En hierin mogen we ook denken aan Gods beloften aan David en het huis Israëls:dat nazaten van David en nazaten van Levi tot het eind der dagen in functie zullen blijven. 44)

2. Dat Gladys (later Claudia genaamd, naar haar Romeinse adoptievader keizer Claudius) met haar broer Linus en haar Romeinse echtgenoot Pudens door Paulus worden genoemd 45) is een verhaal op zichzelf. Dat hangt samen met de langdurige strijd tussen Rome en Britain, waarin koning Caradoe met zijn gezin gevangen is genomen. Door tussenkomst van niemand minder dan Paulus zou Caradoe het lot van een overwonnen vorst zijn bespaard en werd hem genade geschonken, onder conditie dat hij nimmer de wapens tegen Rome zou opnemen. Dat lot zou anders geweest zijn: achter de triomfwagen van de overwinnende generaal door Rome te worden gevoerd (gesleept) om dan afgemaakt te worden. Omgekeerd hebben zijn kinderen, die reeds voor hun gevangenschap gedoopt waren, Paulus verzorgd tot zijn levenseinde - zegt de Britse geschiedschrijving.
Denk er aan, dat de Britse christelijke kerk reeds nationale kerk was, voor de kerk te Rome werd gesticht. Maar ook hier zullen we graag nader op ingaan.

3. De uiterst nauwkeurige Britse geschiedschrijving trekt wel zeer de aandacht, zo niet onze critiek. Dat iemand 46) een geschiedschrijving opstelde "Van de Zondvloed tot 700 nC." lijkt onmogelijk; vooral wanneer we aan de eigen geschiedschrijving denken, die in onze schooljaren begon met:
"Honderd jaar voor Christus kwamen de Batavieren in ons land.
Zij leefden van vechten, lieten hun vrouwen werken en dronken bier uit de schedels van hun vijanden".

En waarom deze lachwekkende tegenstelling?
We zijn er van overtuigd dat de Romeinen, in hun streven naar opperste wereldmacht, de wetten, taal en geschiedschrijving van de onderworpen volkeren hebben aangevochten en waar mogelijk vernietigd. Locale geschiedschrijving was gevaarlijk voor een wereldrijk. Alleen Romeinse geschiedschrijving had recht van bestaan. De "geschiedschrijving" uit de moderne gruwellectuur 47) heeft klassieke voorbeelden. De geschiedenis van ons vaderland moeten we uit handen van de Romeinen aannemen en dat is een even hachelijke zaak als wanneer ze door Joseph Goebbels was geschreven.

Maar in Zuidwest Engeland zijn de Romeinen nooit doorgedrongen, noch in Ierland, noch in (een groot deel van) Schotland. En daar bleef de historie onaangetast.

De betrouwbaarheid van geraadpleegde schrijvers wordt, behalve uit de kennelijke waarschijnlijkheid en geloofwaardigheid zelf, mede gevonden in hun wetenschappelijke scepsis tegenover hun uitkomsten. Bovendien leveren enkele schrijvers een attest van betrouwbaarheid aan collega's, zonder dat we van een wederkerige borgstelling kunnen spreken.

Zo schrijft Dobson over de door hem geciteerde schrijver Morgan:
"Deze schreef voorheen een ander boek, "De geschiedenis van Britain van de Zondvloed tot 700 nC." Daarin geeft hij een lijst van geraadpleegde werken. Ik kan die lijst, welke naar zijn zeggen onvolledig is, slechts duizelingwekkend noemen. Z:j bevat niet slechts welbekende bronnen - maar een massa onbekende werken, handschriften en fragmenten, al of niet eerder gepubliceerd, zowel in openbare als in privé handen aanwezig, en dan werken in vele talen. Ik heb niet eerder een werk ontmoet, dat op zulk een gedegen onderzoek was gebaseerd. Ik ben zo vrij geweest enkele van Morgan's beweringen, die mij dubieus voorkwamen, te verifiëren.

Maar tot nu toe heb ik geen enkele onjuistheid gevonden". - "In zijn later werk "St Paul in Britain" geeft hij talloze bronnen, waar natuurlijk zijn voornoemde lijst bijgeteld mag worden". 48)
De schrijver Milner (die in 1902 "The Royal House of Britain" publiceerde, dat tot 1964 herdrukt werd) herinnerde in zijn eerste hoofdstuk dankbaar aan F. R. A. Glover, de schrijver van “England, the remnant of Judah and the Israel of Efraim", 1861. Hij vertelt van Glover: "deze begon in 1844 op zijn onderwerp te studeren, gedwongen door voorhanden feiten.

Na jaren van studie en bezinking heeft hij het jaar 1860 speciaal aan dit onderwerp gewijd. Zijn ideeën en conclusies werden alle bevestigd." In 1881 kwam zijn tweede druk uit, vlak voor zijn dood. Milner heeft twee weken in de Bibliotheek van het British Museum doorgebracht, alleen om de bronnen en citaten van Glover na te sporen. Hij heeft elk citaat regel voor regel gespeld en vertaald en kreeg de overtuiging, dat Glover correct was geweest in vertalingen en weergave. Ook dat zijn conclusies volkomen redelijk waren.

De bewerker C. F. Parker, die in 1940 en 1952 herdrukken van Milner verzorgde, merkte op dat Milner sedert 1911 het hoofdstuk "Kerk en Staat onder één Hoofd" had weggelaten. Om onbekende redenen. Maar dat Parker dit hoofdstuk weer aan het boek had toegevoegd, mede omdat er sedert Milner's dood nieuwe en aan Milner onbekende bewijzen op tafel waren gekomen, die de juistheid van dit hoofdstuk steunden.49)

Het voornaamste wat we in deze kleine reeks artikelen naar voren brachten was wel: de overlevering, welke op verschillende plaatsen in Somerset en Cornwall wordt gevonden: als zou Jozef van Arimathea daar herhaaldelijk zijn geweest (hetgeen door diverse oude schrijvers in het Oosten wordt beweerd); dat hij zijn neefje Jezus op buitenlandse reizen zou hebben meegenomen; vooral dat Jezus een of meer jaren in Somerset zou hebben gewoond, als voorbereiding voor zijn publieke optreden; ook dat Jozef met elf anderen na Christus' dood en hemelvaart naar Somerset zou zijn teruggekeerd en daar een eerste buitenlandse kerk zou hebben gesticht, lang voor die te Rome.

Apart mag nog Blake's profetische gedicht worden genoemd.

Er zijn details die, hoewel onbewijsbaar, in het licht van andere - wel bewijsbare - details aannemelijk schijnen. Er zijn geen of weinig details in, menen wij, die weerlegd kunnen worden. De degelijkheid van de studie van schrijvers waaruit hier geput is, de bewijskracht van manuscripten en historieschrijvers uit de vroegste eeuwen, en vooral de kracht van volkse overlevering behoeven echter niemand te overtuigen; maar zullen wel de vrienden van het Evangelie doen beamen: dat God de Heere een zeer bijzondere weg met het Britse volk heeft gehad .

Dobson, aan wiens werk wij veel te danken hebben, geeft zelf een verstandige afsluiting van zijn overtuigende studie. Hij zegt van die overlevering:
"Er kunnen tal van sceptische bezwaren tegen de overlevering worden ingebracht - maar met redenen ontkennen zal moeilijker gaan".

En: "Alleen de mogelijkheid van haar waarheid was voldoende grond voor onderzoek en dat onderzoek bleek sterker gronden te geven dan hij vooraf verwachtte". "Het is misschien het beste, dat de waarheid van deze overlevering nimmer bewezen wordt - wil de plaats niet een centrum van bijgelovige verering worden".


Noten:
41) "Begonnen hebbende van Mozes".
42) Gen. 14.
43) Jer. 33: 17-22.
44) zie 43.
45) 2 Tim. 4 : 21.
46) R. W. Morgan "History of Britain from the Flood to A.D. 700" .
47) George Orwell ,,1984".
48) het boek verscheen in 1860 en wordt nog steeds herdrukt.
40) Milner, "Royal house of Britain", p.3.
50) Dobson, p. 43.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief