Hoofd en lichaam (1)

1982-12-17
  • Jaargang 26
  • nummer 47
Een goede zaak
Buyten en Schipperheyn, uitgevers te Amsterdam, hebben samen met andere "positiefchristelijke uitgevers" een serie boeken onder de titel "Zicht op de Bijbel" opgezet; ze omschrijven hun bedoelen met "De Bijbel en bijbelse onderwerpen binnen het blikveld; kanttekeningen voor bij belstudie". We ontvingen ter recensie nr. 22 van die reeks "De brief aan de Efeziërs", geschreven door ds. M. R. van den Berg. Het is een goede zaak, dat op deze manier de bijbelstudie in onze kring een stimulans ontvangt en ook dat velen buiten die kring daarvan profijt kunnen trekken, temeer omdat de opzet van de boeken is, dat ieder er mee aan het werk kan: jongeren en ouderen, mensen die veel en anderen, die weinig letters hebben gegeten.
Je kunt je afvragen wat bedoeld is met dat "Zicht op...". Het lijkt wel alsof je een zo goed mogelijke opstelling moet kiezen om vandaar uit dan de Bijbel te bezien, min of meer op een afstand, vrijblijvend, kennisnemend van een boek. Ik weet zeker dat de uitgevers dat beslist niét willen. De inhoud van de boeken is ook anders. De schrijvers nemen je als 't ware bij de hand en brengen als een boodschapper (een dienaar) de Woorden Gods bij je thuis - ze betrekken je er bij. Zo wordt het een "Luisteren naar..." en dat is wat de HERE in Zijn gunst ons nog steeds als mogelijkheid geeft.

Identiteit
Als iemand je zou vragen onze kerkelijke gemeenschap te typeren, wat zeg je dan? Je kunt op verschillende manieren antwoorden. Het lijkt me, dat je bijv. zou kunnen zeggen: "Lees dit boek maar eens, dan krijg je een goede indruk van wat in onze gemeenten leeft" en je geeft hem of haar dit boek van ds. Van den Berg in handen. Een goede lezer zal dan opmerken, dat het boek - eenvoudig van opzet is; het dient zich aan zonder enige pretentie - bijzonder nauwkeurig de tekst van de brief nagaat; je ontmoet een pogen aan te geven wat de HERE indertijd door Paulus' hand aan Zijn gemeenten liet schrijven en wat Hij door Zijn Geest in deze tijd tot de gemeenten zegt - bij de tijd is - en praktisch gericht en daarmee is toch ook het leven van de Nederlands Gereformeerde kerken te typeren? Ik hoop het van harte.
We mogen de HERE wel dagelijks danken, dat Hij Zijn Woord op deze manier in de gemeenten doet brengen: in de prediking, door werk van bijbelkringen en jeugdverenigingen, in geschriften. Geen theoretische beschouwingen, geen min of meer moderne opvattingen van theologen, geen tegemoetkomen aan het moderne levensgevoel, maar duidelijk voor ieder "Uw Woord is een lamp voor mijn voet", psalm 119, uitsluitend nagaan "wat zegt de HERE"?
Als we nu samen dit boek, dat tot ondertitel heeft "Hoofd en lichaam", ter hand nemen, volg ik de hierboven aangeduide karakterisering en zal pogen daar iets meer van te zeggen.

Eenvoud
De schrijver zegt bij Efeze 3: 12 "dat is nu de situatie, waarin de geadresseerden verkeren. Ze zijn bij God kind in huis" en bij 3 : 20, 21 "Een lofprijzing moet je eigenlijk niet uiteenrafelen. Die moet je gewoon op de lippen nemen.
Waarom zou u dat nu niet even doen?". Kan het eenvoudiger en directer? Tevoren konden we uitvoerig lezen, wat het betekent "in Christus" te zijn (1 : 3). Hebt u wel eens geteld hoe dikwijls die uitdrukking in hoofdstuk 1 voorkomt? "God heeft ons gezegend in Christus. Dat is de enige manier waarop we gezegend kunnen worden. In Adam kunnen we niet meer gezegd worden. In hem kunnen we alleen maar ondergaan in de dood. Maar in ons nieuwe Hoofd, Christus, die nu in de hemelen is, zijn we gezegend met alle mogelijke geestelijke zegen".
En verder zijn we in Hem uitverkoren, hebben we de verlossing door Zijn bloede ontvangen we een erfdeel, zijn we tot geloof gekomen. Zo is Hij ons Hoofd en mogen wij Zijn lichaam zijn. "Want hoofd en lichaam vormen een onverbrekelijke eenheid. Wat met het Hoofd gebeurt, gebeurt ook met het lichaam. En dat alles is pas realiteit op het moment waarop we tot het lichaam gaan behoren" (1 : 4).

Nauwkeurigheid
Je proeft hoe ds. Van den Berg zich inspant om precies te zeggen wat er staat. Een enkel citaat en wel bij 6: 4 "Ouders (moeten) hun kinderen opvoeden in de tucht en de terechtwijzing van de Heer. Ik vind die vertaling van het NBG niet zo gelukkig. De Nederlandse woorden wekken de indruk, dat de kinderen voortdurend gestraft en op de vingers getikt moeten worden. Maar dat zou de methode zijn om die kinderen voor altijd te verbitteren.
Het is Paulus' bedoeling, dat de kinderen door daadwerkelijke en door mondelinge instructie en onderricht en aansporing Christus leren kennen en volgen. Het gaat erom dat Hij hun leven gaat beheersen". En bij 6 : 3, waar het Se gebod van de Tien Woorden aangehaald wordt, zegt de schrijver, na over bezwaren van de letterlijke vervulling van de belofte te hebben gesproken: "Waar gezag erkend wordt, komt de anarchie en de chaos en wordt het leven onmogelijk.
In die zin kunnen we deze Belofte ook vandaag toepassen. Als in de gemeente de gezagsverhoudingen geëerbiedigd worden, zal de gemeente bloeien en een voorspoedig en lang bestaan hebben. Maar wanneer in een gemeente de kinderen het gezag van hun ouders niet meer erkennen, raakt die gemeente gedesintegreerd. Dan gaat het gemeentelijk leven tot ontbinding over en heeft de gemeente haar langste tijd gehad".
We zullen het boek een week terzijde leggen en in het volgende nummer verder gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief