Vernieuwing van de gemeente (2)
1982-12-24
"Aan een predikant van een gemeente, die steeds kleiner werd, werd naar de oorzaak van die terugloop gevraagd. Zijn antwoord luidde: "dat komt doordat ik de bijbel als Gods Woord predik." Verlies en trouw zag hij als bijbehorende grootheden. Maar toen aan een predikant van een snel groeiende gemeente gevraagd werd waaruit die groei voortkwam, was ook zijn antwoord: "dat komt doordat ik de bijbel als Gods gezaghebbend Woord predik."- Jaargang 26
- nummer 48
Deze anekdote heb ik overgenomen uit "Gemeentegroei" van B. Krol, blz. 21. De conclusie die hij aan dit verhaal verbindt is deze: dat het hoognodig is om eens grondig na te gaan waarom een gemeente niet groeit en geen aantrekkingskracht heeft en waarom wèl.
Sociologie
De vruchten van deze studie kunt u vinden in boeken zoals "How your church can grow" van P. Wagner of studieboeken door Mc. Gavran, in Nederland gepopulariseerd door ds B. Krol. Ook vanuit een meer oecumenische achtergrond is men met deze vragen bezig, getuige de boeken van G. Dekker en G. C. de Haas.
Deze studies zijn meestal met hulp van de sociologische wetenschap geschreven. Daarmee is hun verdienste aangeduid, maar tegelijk hun zwakte. Het is een verdienste om materiaal in handen te krijgen dat door haar objectiviteit ons eens een beeld geeft hoe kerkdiensten overkomen en wat aanspreekt en wat afstoot. Toch is dit gelijk ook hun zwakte. Wat zou het resultaat geweest zijn van een sociologisch onderzoek naar de werfkracht van de pas opgetreden rabbi als wij een peiling hadden kunnen doen in de tijd waarvan Johannes ons vertelt in het zesde hoofdstuk of Lucas aan het slot.
Wie sociologische analyses geeft heeft maar een heel beperkte benadering van de waarheid. Die is nl.
sociologisch niet te vangen. Daarvoor moet je de gave van de Geest bezitten, die In de bijbel de gave van het onderscheiden van de geesten genoemd wordt (1 Kor. 12 : 10). Die alleen stelt ons in staat om wellicht bij de ene sterk groeiende beweging te reggen: ze is uit Christus - en van de ander: het is uit de mensen - en precies zo om bij de ene kleine kwijnende groep de geest van Simeon en Anna te bespeuren en bij de andere alleen maar een sentiment dat leeft van vergane glorie. Dat kan sociologie je niet leren.
Achterdocht
Uit deze achtergrond in de sociologie en in het Amerikaanse (me het vorige artikel) schrijf ik het toe dat deze beweging en zelfs alleen al de titel "Vernieuwing van de Kerk" in de gevestigde kerken niet direct een warm onthaal krijgt. Vele trouw meelevende leden van de gemeenten zullen denken: wat wordt er nu weer van ons verwacht? Moet er weer iets nieuws komen? Ook al zullen ze het niet direct zeggen, zit er bij velen achterdocht: wie heeft dat nieuwe plan uitgebroed? Waar draait het om?
Waarom is wat wij hebben niet goed genoeg? Ik denk dat dat komt omdat vele van de ideeën die in deze boeken naar voren komen niet echt van toepassing zijn op iedere plaatselijke gemeente. Om een voorbeeld te noemen: in veel gemeenten wordt nagedacht over: het kleine kerken-plan door ds Veenhuijzen. Dit plan stimuleert de vorming van kleine gemeenschapskernen in het wijdere verband van een plaatselijke gemeente.
Nu is het zo dat in de gemeente waarvan ik dominee ben in Utrecht de noodzaak van de vorming van zulke kleinere gemeenschapsverbanden niet genoeg kan worden benadrukt. Alleen in de loop van de jaren is daar al op een heel reële wijze in voorzien, Niet op de manier van een kleine kerken-plan (hoe goed ook) maar langs een andere weg nl. door bijbelkringen, wijkavonden, actiegroepen of koren enz. Wie zich bij zo'n kring aansluit ondervindt daarin "bovendien" nog gemeenschap. Het "bovendien" heb ik tussen aanhalingstekens gezet want het komt uit Mattheüs 6: 33 en is door mij bewust z6 geciteerd, omdat het ook de behoefte die vandaag zo sterk gevoeld wordt 'laar warmte en gemeenschap in een heel speciaal Lioht stelt. Wat uit (sociologisch vastgestelde) behoeften voortkomt wordt in de bijbel niet geminacht of overgeslagen, maar wel in het hogere licht gesteld van het 'zoek eerst Mij en Mijn Koninkrijk' en al het andere wordt u bovendien nog geschonken. Nieuwe plannen die uit de beweging van de gemeentegroei in onze gemeenten worden gelanceerd zijn best boeiend, maar kunnen gemakkelijk aan de al bestaande vormen en gaven voorbijgaan. Dat wekt terecht achterdocht bij sommige leden.
Aanknopen bij het bestaande
Is het niet zo dat iedere echte gemeente vernieuwing moet aanknopen bij wat er al door de Here gegeven is? Is er niets gegeven 2lOals in een emigrantencultuur - of een totaal dode kerk, ja dan is er de noodzaak van een nieuw begin.
Maar als er al reële vormen waarbinnen de Geest van God werkt gegeven zijn, dan is het goed om bij iedere inzet tot gemeentevernieuwing daarbij aan te knopen. Dat is geen zaak van sociologisch getrainde actie - maar van liefde. Merk de diensten en gaven en gemeenteactiviteiten op waarlangs de Heer wil werken en wees daar dankbaar om en ga dan bidden om meer. Want er zijn veel gaven van de Geest die in onze gemeenten niet tot ontplooiing komen (1 Kor. 12). Zoek die gaven en gebruik ze en laten er zo nieuwe planten op de oude bodem mogen groeien. Soms zal zo'n nieuwe plant de oude overgroeien. Die gaat dan vanzelf dood en dat is niet erg.
Daarvoor is soms moed nodig, moed om uniek te zijn, moed tot een nieuw begin. Bovendien is daarbij het geloven in de leiding van Gods Geest onmisbaar. Geeft Hij hier een open deur? Wijst Hij ons de weg? Geeft Hij ons hier een nieuw lied, een nieuwe gave, een nieuwe impuls, een nieuwe bewogenheid? Zo ja, dan mag het In blijdschap worden ontvangen en ontplooid.
Revival
Dat leidt mij tot een tweede aanvulling op het thema 'vernieuwing van de gemeente'. De eigenlijke vernieuwing moet van binnenuit en met van buitenaf komen. Ik bedoel daarmee niet in kennigheid, alsof ons van buitenaf geen vruchtbare ideeën kunnen worden gegeven. Integendeel. Alleen met vernieuwing van binnenuit bedoel ik die ook al n.a.v. Matth. 6 : 33 opgemerkte innerlijke toewending. Voordat de discipelen uitgezonden werden tot aan de einden der aarde op de Pinksterdag waren er eerst vele dagen geweest waarop zij bijeenkwamen en eendrachtig volhardden in het gebed (Hand. 1 : 14). Dat was een incubatietijd, die Jezus zo had gewild (1 : 4 en 8). Waar onze kerken nog bet meeste in tekort schieten is in deze geest van gebed. Niet in gebeden op zich, maar echt een geest van gebed. Een innerlijk wachten en uitzien - en bidden. In verbondenheid met heel ons volk. In geloof in de gaven 'van Gods Geest en in dankbaarheid voor wat al ontvangen is.
Waar de Here echt werkt treft het mij altijd hoezeer zo'n werk geboren wordt uit die Geest, die van binnenuit Hem en Zijn Rijk is toegewend. "Gij hebt niet, omdat gij niet bidt" lezen wij in Jac. (4 : 2).
Ik las vorige week de geschiedenis van een episcopaalse kerk in Houston in Texas CM. Harper: Hoe een christengemeente tot bloei kwam, Kok, Kampen f 11,50). Daarin trof het mij hoe heel die latere vernieuwing van die gemeente vooraf gegaan is door een jarenlange voorbereidingstijd, van 1963 tot 1968, waarin zonder enige bekendheid werd gebeden door een kring van op elkaar aangewezen gemeenteleden.
Trouwens ook van Luther en Calvijn weten wij hoe er aan hun reformerend werk in de gemeente een voorbereidingstijd voorafging, van geestelijk ontwaken, of hoe u het noemen wilt. Daar in de worstelingen van Luther met God - in het licht van de Romeinenbrief is de reformatie geboren. Er zal geen echte vernieuwing van de gemeente komen als het niet weer opnieuw ook daar begint.
Punten ter overweging
Tenslotte: iemand vroeg mij wat ik nu tot nu toe uit deze boeken over gemeentegroei geleerd heb.
Met bet noemen van een paar punten die voor ons allen van belang zijn wil ik eindigen.
1. Het welslagen van de samenkomsten van de gemeente op zondag hangt van veel meer factoren af dan van de preek. Het is een feit dat een willekeurige gast die onze dienst bezoekt, maar voor een heel beperkt deel wordt geïnspireerd door de preek. Ook als de preek bijzonder goed, helder en bijbels is, zal het bij een eerste kennismaking bijna altijd voor 90% langs de hoorder heen gaan. Het vraagt een langere tijd voordat iemand echt het zal kunnen gaan volgen. Waar de geest echter wel bijzonder gevoelig voor is is de vriendelijkheid van de mensen, de manier waarop zij met elkaar omgaan, of men ook een woord met hen wisselt, of er goed gezongen wordt enz. Dit alles geldt toch eigenlijk ook weer voor onszelf.
Wat maakt een samenkomst geslaagd? Als er naast de verkondiging ook ruimte is voor een gesprek of contact. Als er openheid is onderling - en echte interesse in elkaar. Daarom is het belangrijk om in de dienst ook die toon te treffen: dat wij niet alleen verzoend zijn met God - maar ook met elkaar.
Kortom: maak van de eredienst zo veel mogelijk een samenkomst. Zie de mogelijkheid om elkaar te spreken en koffie te drinken niet als bijkomstigheid. Laat als het mogelijk is ook een ander dan de predikant het woord voeren: over activiteiten in de gemeente of ter verwelkoming van een gastpredikant.
Schakel zoveel mogelijk koren in in de samenkomst, zodat het de lofzang verrijkt. Laat de kerkenraad na de dienst niet weggaan naar de consistorie maar vóórgaan naar de hal of voordeur - om de gemeente en eventuele gasten te spreken etc. Uit de onderzoeken van "churchgrowth" .blijkt dat dit alles belangrijke factoren zijn waarom mensen een kerkdienst bezoeken.
2. Het' werk in de gemeente (en namens de gemeente naar buiten toe) moet bewegelijk en creatief ingaan op de door de eigen tijd, plaats en samenleving gegeven mogelijkheden. Die zijn vandaag anders dan vroeger en zijn in een stad anders dan op het platteland. Waarom zouden er bijv. in een stadsgemeente niet mensen mogen zijn met een meer gespecialiseerde taak? Wij moeten met krampachtig vasthouden aan twee soorten ambtsdragers: ouderlingen en diakenen. Er mogen méér doel- en groepsgerichte ambtsdragers zijn: zoals een legerpredikant, een ziekenhuispredikant, een psycholoog in pastorale dienst zoals wij die kennen in het werk van de Stichting Anno '70, een evangelist, godsdienstleraren op een middelbare school, jeugdouderlingen etc.
Die horen er maar niet een beetje bij, neen zij zijn functies van de gemeente.
3. Er zijn vandaag nieuwe mogelijkheden om tot verdieping van het geloof te komen.
Vroeger was er alleen een J.V. en M.V. Vandaag geven veel mensen één of meer vrije dagen aan dit doel: zij volgen een cursus. Vroeger was er alleen de J.V. en weekend I'Abri, zij gaan naar een conferentie of nemen tijd voor bijv. een bezoek 'aan 'De Burght'. Wie rondkijkt in de evangelische beweging vindt er een enorme hoeveelheid aan mogelijkheden tot bezinning en verdieping.
4. Tenslotte is er de rol van de media. Ik denk dat onze kerken meer dan zij nu doen de mogelijkheden die de moderne communicatiemiddelen ons bieden moeten gebruiken. Er is videomateriaal.
Er zijn mogelijkheden om cassettes te verspreiden van belangrijke lezingen of preken - en er is een kopieermogelijkheid van vluchtige geschriften, die weinig kost.
Dit zijn zo enkele overwegingen die ik u doorgeef vanuit mijn kennismaking met de gemeentegroeibeweging.