"Bij brood en beker"

1982-12-31
  • Jaargang 26
  • nummer 49
“Bij brood en beker" - Leer en gebruik van het Heilig Avondmaal in het Nieuwe Testament en in de geschiedenis van de westerse kerk.
Onder redactie van Prof. Dr. W. van 't Spijker, Dr. W. Balke, Drs. K. Exalto en L. v. Driel:
Uitgave van De Groot - Goudriaan1980 - 456 pag.
Prijs (gebonden) f 75,-

In het "Woord vooraf" wordt gesteld, dat het de bedoeling van redactie en medewerkers is het avondmaalsgeheim dichter bij de gemeeente te brengen. Het Heilig Avondmaal moet juist als geheim der genade weer gaan leven. De schrijvers behoren allemaal tot de gereformeerde gezindte en maken deel uit van de Gereformeerde Bond in de N.H. kerk en van de christelijke gereformeerde kerken.
Ze blijken bij elkaar de nodige aansluiting te vinden, zodat het boek een harmonieus geheel vormt. Prof.
Versteeg opent met een doorlichting van de gegevens aangaande het H. A vondmaal in het N.T. Verschillende Schriftteksten krijgen achtereenvolgens aandacht.
Via punctuele exegese zoals we dat van deze hoogleraar gewend zijn, komt de auteur tot de conclusie, dat het de bedoeling van I Kor. 11 : 26 is, dat de handeling van de viering van het H. Avondmaal als zodanig nog geen verkondiging is, maar wèl om verkondiging vraagt". In heel het Nieuwe Testament wordt het woord "verkondigen"
namelijk altijd gebruikt voor het met woorden bekend maken van de boodschap van het heil" (pag. 61). Prof.
van Genderen schrijft over het Avondmaal in de oude kerk en in de kerk van het Oosten: Uit de Apostolische overlevering van Hippolytus (plm. 200) blijkt, dat men belijdt, dat Christus bij de instelling van het H. Avondmaal tevens tot doel had de opstanding te openbaren. Dit belangrijke facet van de avondmaalsviering krijgt bij ons hélaas nog maar weinig of soms helemaal geen aandacht terwijl het voor "de kerkvaders" essentieel bleek. Verder wordt door Van Genderen nader ingegaan op de betekenis-
van Ambrosius en Augustinus. Met name Augustinus is heel concreet en onderscheidend bezig geweest bij het zoeken naar een typering van het sacrament van het lijden en sterven van Christus". Van hem is de klassieke uitspraak: "Het Woord komt bij het element en het wordt een sacrament, dat zelfs als het ware het zichtbare Woord is" (pag. 89). De Apeldoornse dogmaticus schetst verder nauwkeurig de ontwikkeling van het theologisch denken in de Middeleeuwen, welke uitliep op het concilie van Trente als het Concilie van de Contrareformatie. Drs. K. Exalto, die tot de bekwame Lutherkenners gerekend mag worden, illustreert hoe Augustinus Luther beïnvloed heeft. De gemeenschaps- of communiogedachte stelt Luther centraal. Men moet weten, dat het sacrament een teken is en vervolgens dient men de betekenis van het sacrament te kennen, terwijl er in de derde plaats ook geloofskennis gevonden moet worden. De gelovigen zijn de oogappel van Christus. Dat mag hen troosten temidden van de aanvechtingen, die zij van binnen uit en van buiten af hebben te verduren. Luthers consubstantiatieleer is niet alleen te danken aan het feit, dat hij nog niet helemaal kon loskomen van de R.K. avondmaalstheologie.

Nee, vooral de functie van het Woord als daadwoord werd door hem benadrukt. Gods Woord schept het wonder van de reële presentie van het lichaam van Christus in het Heilig Avondmaal. Dr. Balke legt de avondmaalsleer van Zwingli onder de loupe en tekent op een levendige manier de tegenstelling tussen Luther en Zwingli met alle gevolgen van dien voor het verdere verloop van de kerkgeschiedenis.
Het godsdienstgesprek te Marburg (1529) leidt hélaas niet tot overeenstemming.
Luther weigert zelfs Zwingli de broederhand te reiken. Zwingli houdt vast aan zijn visie, dat de avondmaalsviering een gedachtenisrnaaltijd is. Hij houdt niet van het woord sakrament en accentueert in dit woord vooral de voorstelling van verplichting. "Wie het sacrament ontvangt, verplicht zich tot dienst en krijgt daarvoor een pand, dat hem eraan herinnert, dat hij trouw moet blijven" (pag. 163). Zwingli is erg gehecht aan de handhaving van het woord: eucharistiedankzegging.
Als Balke over Calvijn schrijft, laat hij ons zien hoe Calvijn steeds een grote eerbied voor het sacrament heeft gehad". "In zijn kerkbegrip is het sacrament naast de prediking van het Woord een constitutieve factor geweest" (pag. 179). Het is erg fijn, dat Balke zoveel aandacht besteedt aan Calvijns traktaat over het Avondmaal (1541). Dit traktaat legt getuigenis af van een oecumenische gedrevenheid.
Niets was Calvijn liever dan een verzoening tussen de standpunten van Luther en Zwingli. Hiervoor heeft hij geworsteld met een taaie volharding, die het uiterste van hem heeft gevergd. Hij legt nader uit waarom de Here een bepaalde vorm en manier van spreken in het Avondmaal gekozen heeft. De gemeenschap, die wij hebben in het geloof aan het lichaam van Jezus Christus blijft een onbegrijpelijke zaak. Daarom wordt zij ons zichtbaar getoond!
Calvijn pleit voor een regelmatig gebruik van het H. Avondmaal. "Daarom, in alle goed geordende kerken moet het gewoonte zijn het te vieren zo vaak als de bevatting van het volk het toestaat" (pag. 190). De kontakten met Bullinger, de opvolger van Zwingli, vormen in de bijdrage van Dr. Balke object van bespreking.
De betekenis van de Consensus Tigurinus (publicatie in 1551) wordt door de auteur nader uiteengezet. Het is een dokcment van de verzoening tussen de Zwingliaanse en Calvijnse sacramentsleer en kan terecht genoemd worden: de geboorteakte van het gereformeerd protestantisme (pag. 211). Tot zijn grote verdriet gelukt het Calvijn niet met de Lutheranen tot overeenstemming te komen. Balke heeft ons veel boeiend materiaal over een belangrijke episode uit de kerkgeschiedenis aangereikt.
Dr. Brienen gaat nader in op de opvattingen van de Erskines over het H. A vondmaal. De Erskines namen in de Schotse kerken een voorname plaats in. De karakterisering van het H. Avondmaal als liefdemaaltijd spreekt ons aan.
Al zijn wij niet gecharmeerd van het werken met het onderscheid tussen staat en gestalten, de oproep om voor God te leven, beheerste het doen en laten van de Erskines en vindt bij ons weerklank.
De Nadere Reformatie krijgt veel aandacht in dit dikke boek. Nu kan in dit kader niemand om G. Voetius en A. à Brakel heen, maar Prof. Graafland geeft ook één en ander weer uit de geschriften van J. Verschuir. De beide eerstgenoemden bewegen zich nog duidelijk in de lijn van de calvinistische traditie. Maar bij Verschuir zijn we tastbaar verder opgeschoven in de richting van het bevindelijk piëtisme, waarin het heil steeds meer getrokken wordt in het kader van de innerlijke beleving (pag. 270). Drs. Knevel biedt ons een gedegen studie betreffende Willem Teelinck en de praktijk van het H. Avondmaal. Teelinck wijdt veel attentie aan de zelfbeproeving vóór het aangaan aan de dis van het Verbond. Hij somt zes vereisten op: "Berouw, geloof, liefde, bijzondere kennis van de zaken van het H.A., een heilig verlangen naar de tijd der bediening van het Heilig Avondmaal en een oprecht voornemen, dat we ons zullen benaarstigen de kracht van het H.A. in ons leven te openbaren". Als zodanig zijn dit zaken waarbij iedere avondmaalsganger hoort stil te staan. Maar Teelinck gaat ons te ver als hij vervolgens bij deze vereisten een aantal kentekenen geeft om te bezien of de vereiste zaak wel aanwezig is. Dan gaat de functie van het H.A. verloren en wordt ze gedevalueerd tot een stimulans tot verplichtingen (pag. 288). Het grote manco bestaat dáárin, dat verwijzing naar het werk van de Heilige Geest gemist wordt (pag. 291). Een aparte figuur uit de tijd van de Nadere Reformatie is Petrus Immens.
Deze predikant deed op 12 januari 1698 intree in Middelburg waar hij 22 jaar heeft gewerkt. Het is m.i, triest, dat deze dienaar van het Woord zijn laatste preek over zondag 7 van de H. Cat. hield terwijl hij elders de strekking van dit stuk kerkelijk belijden heeft vertekend. Hij stelde nl. dat het wezen van het geloof (het toevlucht nemen) als middel is te onderscheiden van het vertrouwen als doel. De grond van Gods beloften waarop het geloof dient te worden gebouwd, verbleekte bij Immens, omdat hij zozeer gehecht was aan het vinden van kentekens van Gods volk in de mens zèlf. Ook wilde hij de avondmaalsganger voorschrijven hoè hij zich rondom de avondmaalsviering had te gedragen. Dr. Brienen geeft ons van dit alles in kort bestek een goed beeld. Prof. Graafland biedt een uitstekende bijdrage over het H. Avondmaal in de 19de en 20ste eeuw.
Hij analyseert haarfijn de ontwikkeling, die getuigt van een opschuiving van de reformatie in de richting van Rome. Maar de principiële theologische tegenstelling blijft duidelijk. "De rooms-katholieke theologie en ook de nieuwere reformatorische theologie leggen de nadruk op de voortzetting van Gods heilshandelen in Christus en de deelneming van de gemeente daarin. De klassieke reformatorische theologie gebruikt graag het woord toepassing. Daarin volgt zij nog steeds met instemming Calvijn, die ook spreekt over de applicatie (toepassing) van het heil in Christus, nl. doordat wij er deel aan krijgen om haar te genieten en haar met een waar geloof te ontvangen" (pag. 352).
Het boek wordt afgesloten met een praktisch gedeelte waarin Prof. van 't Spijker nauwkeurig de inhoud van het klassieke avondmaalsformulier nagaat.
De chr. geref. hoogleraar blijkt opnieuw heel goed op de hoogte te zijn van het getuigenis van de reformatoren aangaande het avondmaalssacrament van onze Heiland. We komen in zijn uiteenzetting dan ook verschillende citaten van Luther en Calvijn tegen. Terecht constateert van 't Spijker, dat wat het diepste avondmaalsgeheim is, ons altijd verborgen zal blijven en hij citeert dan het woord van de man van Genève: "Ik ervaar het meer, dan dat ik het begrijpen kan" (pag. 409). Wanneer we tot een slotconclusie moeten komen, hebben we er geen enkele moeite mee, de verschijning van dit voorname boekwerk als enorm verrijkend te typeren! Wèl hadden we graag gezien, dat Dr. Brienen zijn kritiek op Immens had uitgebouwd en vinden wij, dat Prof. Graafland op pag. 360 te nivellerend schrijft over de gebleken verschillen binnen de Gereformeerde Gezindte. Ook hebben wij in het slothoofdstuk, dat door Prof. van 't Spijker verzorgd wordt, een uitvoerige bespreking van de vraag naar de "kindercommunie"
en "de open avondmaalstafel" gemist. Maar verder kunnen wij dit prachtig uitgevoerde en stevig gebonden boek alleen maar hartelijk aanbevelen! In de eerste plaats denken we dan aan een lezerskring van predikanten en theologische studenten, maar voorts ook aan elk meelevend kerklid! Via het H. Avondmaal concentreren de gelovigen zich extra op de genade van God in Christus! Zo heeft dit sacrament een uiterst heilzame functie voor de kerk!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief