LITURGISCHE VRAGEN

1983-05-06
  • Jaargang 27
  • nummer 18
De belangstelling voor liturgische vragen neemt toe. Dat is de eerste zin in het "voorwoord" (waarom niet: "woord vooraf"?) van "Kleine Liturgiek" van Dr J. van der Werf.
Dat hij gelijk heeft, blijkt wel uit de belangstelling voor zijn boekje: de eerste druk verscheen in 1965 en vóór mij ligt de vierde druk van 1980.
Ook onder ons is belangstelling voor liturgische vragen. Dat is een goede zaak. In twee kerkbladen, die in de kring van de Ned. Geref. Kerken verschijnen en die ik de laatste weken ontving, ging het o.a. over de liturgie. In het éne schreef de plaatselijke predikant op verzoek over de betekenis van de onderdelen van de kerkdienst.
In het andere kwam een artikel voor, waarin er voor gepleit werd om bij de wetslezing altijd uitsluitend "de wet der tien geboden" te lezen en niet daarna ook nog de "hoofdsom", de samenvatting van de wet, die de Here Jezus gaf in Matth. 22 : 37-40.

In de wat oudere kerkboeken, waarin behalve de bijbel en de psalmen en gezangen ook de belijdenisgeschriften en gebeden en liturgische formulieren voorkomen, kunnen we ook een orde voor de eredienst vinden, resp. een "liturgie voor de morgengodsdienstoefening op den dag des Heeren"
en een idem voor de "namiddaggodsdienstoefening"
op die dag.
Nu geldt van het volgen van zo'n leidraad voor de orde van de dienst hetzelfde wat Van Ruler ergens schrijft over de kerkgang. Prof. dr A. A. van Ruler heeft een boek geschreven onder de titel: Waarom zou ik naar de kerk gaan? Op die vraag geeft hij vele antwoorden.
Niet minder dan 21. Het tweede antwoord luidt: Om een gewoonte vol te houden. Hij wijst er dan op, dat er nog heel wat mensen zijn, die de gewoonte hebben, regelmatig naar de kerk te gaan. En dat niet alleen, Ze doen het ook uit gewoonte. Het kan zelfs zijn, dat ze het zozeer uit gewoonte doen, dat ze er nooit eens bij stil staan en er wat over nadenken. Dan gaan ze dus puur uit gewoonte naar de kerk. Er is geen enkele andere overweging bij in het spel. De gewoonte krijgt dan heel gemakkelijk het karakter van sleur.

Het lijkt me nuttig om eens wat over liturgische vragen na te denken.
Om er eens bij stil te staan, waarom we 't zo doen en of we 't goed doen. Ik bedoel daarbij niet alle onderdelen van de kerkdienst te bespreken, maar enkele opmerkingen te maken over bepaalde dingen, die mij vaak getroffen hebben in de voorbereiding vóór en de vormgeving van de dienst.

Het woord liturgie komt ook in de bijbel voor. In Luk. 1 : 23 gebruikt de griekse tekst het woord leitourgia, als het gaat over de (priesterlijke) dienst van Zacharias, In Hebr. 10: 11 wordt gehandeld over de priesterlijke dienst onder het oude verbond. Het verrichten van de dienst heet ook daar "liturgen, liturg zijn."
Maar in ons spraakgebruik duidt het woord liturgie de orde van dienst aan, de gang van zaken in de samenkomst van de gemeente.
Het gaat in die samenkomst om de ontmoeting van de Here God met Zijn volk.
Preciese voorschriften voor de inrichting van de samenkomsten der gemeente vinden we in de Schrift niet. Een "dienstboek" biedt de bijbel ons niet. Dat wil nog niet zeggen, dat je dus niet in de bijbel terecht kunt, als je je afvraagt, hoe we de samenkomst van de gemeente vorm moeten geven.

Het Oude Testament
Heel het Oude Testament door treffen we de lofprijzing aan. God troont op de lofzangen Israëls, Ps. 22 : 4. Thema van die lofprijzing zijn de daden van de HERE in de geschiedenis en in de natuur.
Zangerskoor en het gebruik van instrumenten waren normale verschijnselen. (Num. 10 : 10; 2 Kron.29: 25,28).
Noordtzij wijst er in de K.V. bij 1 Kron. 25 op, dat de muziek in de tempel een grote plaats heeft ingenomen. De regeling daarvan gaat op David terug. De zonen van Asaf, Heman en Jedurnun profeteerden bij het"spel van citers, harpenen cimbalen. Dat muziekcorps bestond uit 288 man. De psalmen werden soms gezongen bij snarenspel.
Ook werd bij de zang wel eens een rolverdeling toegepast tussen gemeente, koor en solostemmen.

Het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament verhaalt ons, dat in de synagoge werd voorgelezen uit de wet en de profeten, Hand. 13 : 15. Zodra Paulus brieven ging schrijven, blijkt, dat die brieven in de samenkomsten van de christelijke gemeente ook werden voorgelezen, 1 Thess. 5: 27.
Aan de gemeente van Kolosse schrijft Paulus: Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat gij die van Laodicea u laat voorlezen.
Stellig werd de voorlezing uit de wet en de profeten en later de brieven en evangeliën afgewisseld door psalmgezang. Kol. 3: 16 spreekt van het zingen met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zie ook Ef. 5 : 19. Als die drie woorden worden gebruikt: psalmen, hymnen, geestelijke liederen, is er geen enkele reden om uitsluitend
aan het Psalmboek te denken.
Geestelijke liederen zijn liederen, die door de Geest beheerst worden; liederen, zoals de Geest ze geeft. We kunnen denken aan Ef.5: 14, 1 Tim. 3 : 16, Openb. 4 : 11; 5 : 9, 10 en 12. Misschien zijn ook lofzangen als die van Maria, Zacharias en Simeon al vroeg in de samenkomsten van de gemeente gezongen.
Verdere gegevens over de samenkomsten zijn te ontlenen aan Handelingen 2 : 42: Zij bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.
De tijd, waarop men samenkwam, was vooral de eerste dag van de week, zie Hand. 20 : 7; 1 Kor. 16 : 2. Wie de teksten goed leest, kan niet ontkomen aan de indruk, dat de maaltijd des Heren in ieder geval wekelijks werd gevierd.

De reformatie
Het hart van de R.K. liturgie is de viering van de eucharistie. "Alle andere gebeden en riten zijn een krans gevlochten om dit "stralende middelpunt". De prediking is slechts boodschap van wat in de offermis wèrkelijkheid wordt.
Centraal in het kerkgebouw staat daarom het altaar. De snelle opkomst van de offeridee en de ontwikkeling van de transsubstantiatie-
gedachte (de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus) hebben geleid tot een uitbundige liturgie, die principieel verschilt van de eenvoud van de samenkomsten van Christus' gemeente, zoals we daarover lezen in het Nieuwe Testament.

De Reformatie keerde terug tot de Schrift, ook wat de liturgie betreft.
Bij alle verschil tussen Luther, Zwingli en Calvijn was er overeenkomst hierin, dat ze alle drie vooropstellen, dat de prediking van Gods Woord het voornaamste deel van de dienst is en dat de offergedachte moet worden uitgebannen.
Maar terwijl Luther en Calvijn vasthouden aan de verbinding van Woord- en Sacramentsdienst, vindt bij Zwingli de avondmaalsviering slechts eenmaal per kwartaal plaats. Voorts zal het bekend zijn, dat Zwingli, ondanks grote muzikale begaafdheid de kerkmuziek heeft uitgebannen. Calvijn heeft de berijmde psalmen ingevoerd, daartoe in staat gesteld door Th. Beza, L. Bourgeois, Maître Pierre en Clement Marot.

Voor de eredienst in ons land is de invloed van de vluchtelingengemeenten in Londen en Frankenthal belangrijk geweest. Marten Micron, de predikant van de Londense vluchtelingengemeente, vermeldt de volgende orde van de dienst:

gebed voor de prediking
psalmgezang
tekst en prediking
afkondigingen
gebed
wet
schuldbelijdenis
verkondiging der vergeving met afwijzing van de onboetvaardigen
credo
gebed voor alle nood
psalmgezang.

Het avondmaal werd eenmaal per maand gevierd. Ik mag als bekend veronderstellen, dat Calvijn nadrukkelijk heeft gepleit voor een wekelijkse avondmaalsviering, Bij ons is de orde van dienst wel wat uitgebreider dan de hierboven genoemde gang van zaken in de Londense vluchtelingengemeente.
Maar onze orde van dienst is bij allerlei verschillen in de gemeente toch nog sober, vergeleken bij de liturgische vernieuwingen, waarbij men zich druk maakt om de nauwkeurig in acht te nemen volgorde.
Iemand spreekt in dat verband over de onweerstaanbare neiging der kerkelijke ambtenaren om alles vast te leggen en te reglementeren.
Hoever die neiging wel gaat, daar hoop ik de volgende week nog iets over te zeggen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief