Gedenken

1983-05-06
  • Jaargang 27
  • nummer 18
Voor de mensen van mijn generatie zal de meimaand wel nooit meer alleen de lentemaand worden.
Ook afgedacht van alle officiële herdenkingen en van alle bevrijdingsfeesten blijft dit voor ons de maand van 10 mei 1940 en 5 mei 1945. Dat wil zeggen: het blijft de maand waarin alle herinneringen aan de vijf jaar onderdrukking en verzet weer naar boven komen.
Ik schrijf dit op de dag des Heren.
Vanmorgen hebben we in de samenkomst der gemeente deze onderdrukking en de bevrijding herdacht. Er deed zich voor mij een merkwaardige coïncidentie voor. De voorganger, ds Plooy uit Ede preekte over Habakuk, het derde hoofdstuk met nadruk op het slot. Al zou de vijgeboom niet bloeien en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn ... nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil.
Ds Plooy zei dat in de oorlogsjaren veel over deze tekst gepreekt is. Een van die preken kon ik me inderdaad herinneren. Het was in het laatst van de oorlogswinter in wat de Duitsers de vesting Holland noemden. De nood was hoog gestegen.
Zo hoog dat er elke dag kerk werd gehouden in het dorp waar ik was, Maarssen bij Utrecht.
Er was vrijwel niets meer. Geen eten. Geen gas, Geen licht. Er was honger. Echte honger. Toen preekte op een door de weekse avond de Hervormde predikant van Maarssen ds A. van der Kooy, over het nochtans van het geloof dat Habakuk beleed in de tijd van andere bloedheren. Het maakte op mij toen diepe indruk. En ik vond het moeilijk. We werden opgeroepen in het midden van de honger toch op de HERE te vertrouwen.
Nu herdachten we zondag als gemeente des Heren bezetting en bevrijding. En deze zelfde tekst werd gekozen en weer werden wij erop gewezen dat in een wereld vol dreigingen, waarin veel zekerheden wegvallen en veel nieuwe hopeloosheid opkomt, we als gemeente toch maar weer net zo ver moeten komen als in die tijd toen de mensen de kerk plat liepen. Dat was snel over toen de welvaart toesloeg.
In de Bijbel staat herdenken steeds in dienst van het zuiver houden van het geloof. Dat is in dienst van het zuiver houden van ons vertrouwen op de HERE alléén.
Steeds weer terugdenken aan de periode van Hitier is een goede zaak, als we dan maar daardoor gebracht worden tot het gebed van Habakuk. Hij zag de dreigingen komen. Hij beefde ervan. Hij bad: gedenk in de toorn aan ontfermen.
Misschien zijn de dreigingen nu wel ernstiger dan in de laatste hongerwinter. Want lichamelijke dreigingen zijn niet de ergste.
Erger is het als we de HERE kwijt raken.
Maar als we in de grootste smarten aan de HERE vasthouden dan wordt een gebed tot een belijdenis en een psalm, zoals ds Plooy zei.
En ik dacht vanmorgen: wat er ook verandert in de wereld, Gods Woord houdt stand in eeuwigheid.
In de laatste oorlogswinter was het een Woord van pas, dat ds Van der Kooy predikte. Nu sprak ds Plooy een Woord van pas. Het christelijke leven hier is altijd het leven in het "nochtans".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief