De magiërs uit het Oosten

2008-12-19
  • Jaargang 52
  • nummer 25
Rond de jaarwisseling wordt er heel wat getheoretiseerd, gefilosofeerd en gemediteerd over de (drie?) wijzen, koningen of magiërs. Hier volgt een daarvan iets afdoend verhaal.

Er waren eens wat magiërs die uit het Oosten naar Jeruzalem kwamen, maar in Bethlehem terecht kwamen.

Waarom? Wel, ze hadden een ster gezien en ze concludeerden dat dat het teken was van de geboren koning der Joden.
We hoeven ons denk ik niet af te vragen hoe ze aan die wetenschap kwamen, want dat was volgens mij door een profeet voorzegd; wel een vreemde, maar zó bekend in zijn dagen dat Balak, de koning van Moab, hem liet roepen om het naderende volk Israël te vervloeken. Dat mocht hij niet van de HEER, maar hij ging toch, ondanks zelfs een sprekende ezel.

Hij heeft het voor geldelijk gewin een paar keer geprobeerd, maar steeds moest hij andere woorden spreken dan koning Balak zo graag wilde horen. U kunt het hele verhaal lezen in Numeri 22 t/m 24; het liep uit op de volgende verzen (NBV):
15 Daarop hief hij deze orakelspreuk aan:
‘Zo spreekt Bileam, de zoon van Beor,
zo spreekt de man wiens oog geopend is,
16 zo spreekt hij die Gods woorden hoort,
die weet wat de Allerhoogste weet
en ziet wat de Ontzagwekkende toont,
in vervoering, met ontsloten ogen:
17 Wat ik zie is niet in het heden,
wat ik waarneem is niet nabij.
Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.

Dat moet geweldige indruk hebben gemaakt daar in het Oosten van Israël: van lager hand geroepen om te vervloeken, van hogerhand om te zegenen.

Als die magiërs eeuwen later een vreemde ster zien, begrijpen ze denk ik dat het hun is vergund te zien wat Bileam nog niet kon zien en ze haasten zich naar Jeruzalem.
Als ze daar komen weet Herodus (zich) geen raad, maar de schriftgeleerden wel: dan moeten jullie naar Bethlehem. Maar zelf gingen ze niet. Zo ging vervulling het woord gesproken door de profeet Jesaja in hoofdstuk 1 vers 3 (SV) Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.

We zeggen wel dat de Rooms Katholieken een dikke duim hebben.
Maar als je al een kerststalletje meent te moeten hebben, dan horen daar een os en een ezel bij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief