Het ultimatum van de Here ten gunste van Zijn Gezalfde

1982-01-15
  • Jaargang 26
  • nummer 2
Nu dan, gij koningen, weest verstandig,
laat u gezeggen,
gij richters der aarde.
Dient de HERE met vreze
en verheug u met beving:
Kust de zoon, opdat hij niet toorne
en gij onderweg niet te gronde gaat,
want zeer licht ontbrandt zijn toorn.
Welzalig allen die bij Hem schuilen!

Ps. 2: 10-12 (N.V.)

De volken rond Kanaän zijn onrustig, hun machthebbers hebben de handen ineen geslagen. Maar al hun plannen zijn ijdel, zullen op niets uitlopen. Want met al hun eensgezindheid en vastberadenheid zullen Davids vijanden zich te pletter lopen tegen het grapieten besluit van de HERE: "Ik heb immers mijn Koning gezalfd over Sion, mijn heilige berg!"
Indachtig aan dat onwrikbare besluit des HEREN, kan David, zonder in paniek te geraken, heel rustig deze koningen tot bezinning manen (vs 10). Tot hun eigen bestwil mogen zij bijtijds inzien, dat hun verzet en opstandigheid tevergeefs is. Deze vriendelijke aanmaning wordt echter gevolgd door een ultimatum. Sions vorst eist slechts één ding: onvoorwaardelijke onderwerping aan de HERE (vs 11) en zijn gezalfde (vs 12a). Een tussenweg is er niet. Een compromis sluit hij niet. Als "gezalfde", als "zoon" houdt David zichzelf en zijn tegenstanders aan het "besluit des HEREN". Hij gaat niet, zoals sommigen van zijn opvolgers later marchanderen. Hij biedt Zijn vijanden niet de rijkdommen van het beloofde land, noch verkoopt zijn onderdanen, het volk des HEREN. De intimidatie heeft geen vat op hem: hij stáát in de naam des HEREN voor land en volk. Zijn houding is een theocratisch vorst waardig. Zij is gespeend aan alle hoogmoed en neerbuigendheid: het besluit van Jahweh is voor ieder het eind van alle tegenspraak. Willen de volkeren het JUK DER DIENSTBAARHEID afwerpen? (vs 3). Vreze en beving moge hen bevangen voor deze God van Israël: dient de HERE! En dit dienstbaar zijn blijke daaruit, dat zij zich ter aarde werpen en de voeten van de gezalfde kussen!
En haastig- zonder uitstel - opdat de toorn van de zoon over de vijanden van de HERE niet ontbrandde en zij onderweg - nog maar net op mars met hun legers - vergaan.
Zo spitst David de strijd toe. Het gaat hem om de ere van de HERE - voor Hém zal alle knie zich buigen. Als nu reeds David zo scherp de lijnen trok, hoeveel te meer zal dat dan doen zijn grote zoon, de Messias, onze Here Jezus. Regeert ook Hij niet namens de HERE? En zoekt Hij, Gods universele erfgenaam op de troon der wereld - heerschappij, niet de eer van Zijn Vader? (1 Cor. 15 : 28). Het kan ons troosten, te weten dat Jezus Christus Zijn vijanden slechts een ultimatum stelt: God dienen - of vergaan. Hij marchandeert niet met Zijn volk. Hij verkoopt ons niet. Hij sluit geen compromis. Onvoorwaardelijke onderwerping - en anders: het einde.
Men zou kunnen zeggen: Zijn toorn blijft lang uit. Men kan ook zeggen: Hij geeft Zijn tegenstanders volop de tijd om tot bezinning te komen.
De laatste bedeling begint niet met de toorn - zij eindigt er mee. En tot aan dat einde, die laatste dag heeft Zijn kerk te prediken het evangelie van diezelfde Gezalfde. Van Hem, die gezonden en gestorven is voor de zonde der wereld en die zich een volk wil verzamelen uit alle natiën en volken. Het is Zijn genade, die geproclameerd wordt. Met de boodschap er bij: haastig! V66r het te laat is, en Hij wederkomt op de wolken des hemels om Zijn tegenstanders te verdoen door de adem zijns monds.
Volk des HEREN: gij wordt niet verkocht - uw erfenis niet prijsgegeven. Soms hebt ge 't zwaar te verduren, onder het woelen der volkeren en de plannen van hun machthebbers. Maar ge zijt en blijft Zijn eigendom, het volk dat Hij zich verlost heeft, om hun het eeuwige leven te schenken. Welzalig allen die bij Hem schuilen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief