Maleachi 1: 2-5 1)
1982-01-15
1. Dit gesprek begint met een liefdesverklaring van God ten opzichte van Israël. Deze verklaring was nodig, omdat het volk twijfelde aan Gods liefde.- Jaargang 26
- nummer 2
"Ik heb u liefgehad" betekent niet dat Gods liefde verleden tijd is. Gods liefde begon in het verleden maar duurt voort tot in het heden. Luther vertaalde dan ook "Ik heb u lief". De twijfel bij het volk komt uit in de vraag "Waarin hebt Gij ons Uw liefde betoond". Gods volk ziet Gods liefde niet, is het gezicht erop kwijtgeraakt. Dit hoeft niet alleen voort te komen uit bruut ongeloof, maar kan ook een gevolg zijn van moedeloosheid. Maar dat Gods volk Gods liefde niet meer ziet, komt in ieder geval niet door God. God heeft Zijn volk lief en zal dat laten zien ook.
2. Dat blijkt wel uit het vervolg. God herinnert aan het verleden. Hij had Jakob lief en haatte Ezau. Dit is een moeilijke tekst. Paulus haalt deze uitspraak aan in Rom. 9 : 10 e.v. en zegt dan dat God reeds voor de geboorte van Jakob en Ezau koos voor Jakob en hij gebruikt dan dezelfde woorden "liefhebben" en "haten". Heel logisch komt dan de vraag naar voren wat Ezaa dan nog kon doen als God hem al haatte voor zijn geboorte. Het woord "haten" heeft in de bijbel echter verschillende betekenissen.
Het betekent niet alleen wat wij er vandaag onder verstaan, maar kan ook betekenen "op de tweede plaats zetten". Zie b.v. Gen. 28: 31 waar staat dat Jakob Lea haatte, niet beminde (zie ook Deut. 21 : 15-17). In Luc. 14 : 16 wordt het woord "haten" ook gebruikt in de zin van "op het tweede plan stellen". Zó heeft God Jakob op de eerste plaats gezet en Ezau op de tweede en Hij deed dat in de tijd, in de heilsgeschiedenis. God had met Jakob iets bijzonders voor.
3. Deze voorkeur voor Jakob is gebleken toen Jakob was gestorven. Steeds weer wordt het volk Israël geconfronteerd met Edom, het nageslacht van Ezau, maar steeds weer kiest Gods partij voor Israël. Ken je hiervan voorbeelden? Ook in dit gesprek speelt Edom een bijzondere rol. Het gaat dit volk in de tijd van deze profetie blijkbaar goed, terwijl het Israël slecht gaat. Ook pocht Edom en het lijkt er op dat God er niets aan doet. Daardoor gaat Israël twijfelen en gelooft het God niet meer op Zijn Woord.
4. Het volk vergist zich echter. Het moet niet denken God voor te kunnen schrijven hoe Hij handelen moet. God zal er Zelf wel voor zorgen dat Edom de straf niet zal ontlopen. In het vervolg van dit boek blijkt dat God een flinke appel te schillen heeft met Zijn volk, maar eerst laat Hij zien dat desondanks Israël de eerste plaats blijft innemen. Edom zal worden vernietigd, niet maar voor een tijdje maar voor altijd.
4. Ook Gods volk heeft met puinhopen te maken, maar de mogelijkheid van herstel blijft voor Israël altijd open. Edom zal echter volledig verwoest worden (lees vers 4 maar eens).
5. Zo zal Gods verkiezende liefde blijken en zal het volk God weer loven. Dan zullen moedeloosheid en twijfel zijn verdwenen.
Vragen en opdrachten:
1. Mag je twijfelen aan Gods liefde? Is dat ongeloof?
2. Probeer eens op te schrijven wat je weet van de rol die Edom heeft gespeeld in de geschiedenis van Israël. Lees in dit verband eens de profetie van Obadja,
3. Wanneer is Edom verwoest? Zie Ps. 137 : 1 en 7 en vergelijk Jer. 49 : 7 met Jer. 25 : 9 en 21.
1) Schets uit brochure 'Maleachi - dialoog tussen God en mens', uitgave GLJC, te bestellen bij Albert Kok, Karveel 58-90, 8242 Lelystad. Naast schetsen voor de bestudering van het bijbelboek Maleachi komen in deze brochure artikelen voor over methode van bijbelstudie, leiding geven enz.