Goed is het leven (4)
1982-01-22
Laten we nu vooral het begin van dit boek niet vergeten: in de dagen dat de richters richtten gebeurde het... Dat waren dus de dagen, waarin iedereen deed wat goed was in zijn ogen. Van een echte samenleving was nauwelijks sprake. De stammen bevochten elkaar als het moest op leven en dood. En zo ging het ook tussen de mensen individueel: ieder was slechts bedacht op zijn eigen belang. Het belang van de anderen, de rechten van anderen, het leven en het geluk van de anderen, - dat alles telde niet. Voor iedereen telde slechts dit ene: als ik maar aan m'n trekken kom. En iedereen ging daarbij, als het moest, letterlijk over lijken.- Jaargang 26
- nummer 3
Zo ging dat in die dagen. Zo gruwelijk, zo God geklaagd, als verteld wordt in de laatste hoofdstukken van dat boek (19-21). Een geschiedenis, waarmee je geen raad weet, die je laat zitten met het machteloze verdriet: wordt het mensenleven, zelfs bij het volk van God, zó ontluisterd, wanneer ieder maar doet wat goed is in zijn ogen? Wanneer mensen zijn overgeleverd aan elkaar? Zijn wij, mensen, dan zó onmachtig tot werkelijke vrede: vrede niet voor mij alleen, of voor die ene of die enkelen aan wie ik mij verbinden wil, maar vrede voor allen?
En in die dagen gebeurde het nu.
In die dagen gaat een man, Boaz, 's morgens vroeg naar de poort om wat hij des nachts op zich genomen heeft tot een goed eind te brengen. In die dagen begint opeens iets van echte vrede op te bloeien. Want Boaz wil dus graag met Ruth trouwen. Maar hij wil haar niet trouwen ten koste van die andere, die eerdere rechten heeft dan hij. En hij geeft die ander dan ook alle kans, door de transactie zo voordelig mogelijk voor te stellen. Hij komt niet aanstonds met Ruth voor de dag- dat was voor die ander kennelijk het moeilijke punt, het punt waarop zijn eigen belang in het gedrang kwam. Boaz noemt eerst de aantrekkelijke kant van de zaak: een stuk grond. Hij doet, zou je zeggen, z'n uiterste best om die man "ja" te doen zeggen.
Waarom doet hij dat? Om zelf van Ruth af te komen? Omdat een huwelijk met Ruth ook niet in zijn belang was?
Maar Boaz let niet slechts op zijn eigen belang. Hij let ook, vooral, op het belang van anderen. Zo trouwt hij met Ruth. Misschien was hij smoorverliefd op haar, wie zal het zeggen? Maar hij trouwt haar, omdat hij haar "losser" wil zijn. Niet om zelf wat te krijgen, maar om haar alles te geven. Niet omdat hij zichzelf zoekt, maar omdat hij uit is op haar geluk, haar leven, haar heil.
En zo geeft hij die andere kandidaat ook het volle pond.
Dwars tegen zijn eigen belang in misschien.
Tegen zijn eigen belang in? Of is dit juist zijn "belang"? Niet dat hij iets krijgen kan, maar dat hij iets te geven heeft. Dat hij geeft wat hij maar geven kan, aan Ruth, maar ook aan die ander?
Laat Boaz zijn eigen leven in de knel komen terwille van de ander? Nou, dat zal in zekere zin wel waar zijn. Maar dat is het eigenlijke niet. Want "leven", dat is voor hem niet dat er altijd wel anderen zijn, van wie je iets te verwachten hebt, maar dat er altijd wel anderen zijn, die iets van jou te verwachten hebben, anderen, voor wie jij altijd nog wel iets over hebt.
En zo neemt Boaz dan tenslotte, na alle vijven en zessen, Ruth ook tot vrouw, zo koopt hij ook dat stuk grond: om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden. Zijn leven met Ruth, zijn geluk met Ruth gaat niet ten koste van haar eerste man, Machlon. Machion is voor Boaz geen concurrent, die bij dit nieuwe begin in de huwelijks-acte en ook daarna maar zoveel mogelijk verzwegen moet worden. Nee, want het gaat óók om Machlon. Het gaat nu juist ook om Machlon, En om Chiljon. En om Elimelech. En om Naomi.
Het is voor allen een gelukkige dag. En het is voor Boaz een gelukkige dag. Want hij heeft de zaak tot een goed einde gebracht. Hij heeft allen goed gedaan. Hij heeft niemand over het hoofd gezien. Hij heeft allen kunnen zegenen.
Dit gebeurde nu in de dagen dat de richters richtten. In de tijd dat de samenIeving ontbonden werd door nietsontziend eigenbelang, door felle concurrentiezucht, de dagen van broedermoord en vrouwenroof.
In die dagen neemt Boaz Ruth tot vrouw. Omdat hij van haar houdt?
Ja, maar deze man houdt van die ene vrouw omdat hij van alle mensen houdt. Hij geeft zich aan haar omdat hij zich geeft aan de mensen. Hij zegt tegen Ruth: de Here zij met je. Daarom ben ik met je.
Maar datzelfde had hij al veel eerder gezegd tegen zijn knechten op het veld. En tegen Machlon. En tegen Elimelech. En tegen meneer Dinges die het eerst aan de beurt was om te lossen. De Here zij met jullie. Daarom ben ik met jullie.
Waar zulke mensen zijn, mensen als Boaz, daar wordt het vrede, vrede voor allen.
Je zou zeggen dat het onmogelijk is. We kennen de mensen toch. En we kennen onszelf.
Maar het is gebeurd. In de dagen dat de richters richtten. En in de dagen van de farizeeën en van Herodes en van Pilatus, van Petrus en van Judas.
En het gebeurt nu. Omdat ook onze dagen de dagen zijn van God en van Jezus:
Hij huwt de mensen aan elkander,
zijn liefde gaat van mond tot mond.
Hij geeft zijn lichaam ons in handen,
zo leven wij zijn nieuw verbond.
Zo gebeurt het in deze barre wereld, in ons armzalige bestaan. Dat er iets begint - misschien nog maar heel klein en aarzelend, zwak en aangevochten - maar dat er toch iets begint door te breken van echte vrede op aarde.
Het kan eigenlijk niet.
Maar het gebeurt toch: zo leven wij zijn nieuw verbond.