Het Liedboek
1982-01-22
Lied 116 De bij dit Lied genoemde auteurs kunnen beide tot de mystieken worden gerekend, zoals ook uit de inhoud van het Lied duidelijk merkbaar is. De tekst is mede daardoor niet acceptabel als kerklied en de allegorie in strofe 2 "het zeil dat is de liefde, de Heilige Geest de mast", onderstreept dit nog eens te meer. Om van het beeld van het schip (waarmede Maria bedoeld zal zijn, Comp. 334) dan nog maar te zwijgen.- Jaargang 26
- nummer 3
De melodie is niet gemakkelijk, maar wel erg mooi.
Tekst: 1; melodie 3
Lied 117 Dit adventslied is voor een deel (strofe 1a, 4, 6b en 7, behoudens enkele kleine wijzigingen) onder ons algemeen bekend uit de bundel 29 Gezangen (gezang 10). Taal en stijl zijn echter o.i.
zodanig verouderd, dat een geheel nieuwe berijming overwogen zou moeten worden. Dan zou een verbetering kunnen worden bereikt door dichter bij de oorspronkelijke Duitse tekst te blijven. Met name zou dit het geval zijn b.V. bij strofe 3 om het herhaalde "Ge-ons" te doen verdwijnen en ook de minder fraaie regels "en onder miljoenen hebt Gij ook mij in 't oog" te vervangen. "Juist wie zich gaat verdiepen in wat er in de 17e eeuw gezongen is, krijgt het wat moeilijk met gezang 117 zoals wij het nu hebben" (Comp. 339). Uitgaande van hetgeen we bezaten in het bovengenoemde gezang 10 is dit Lied stellig geen verbetering te noemen. De melodie zoals die onder ons bekend is (zie Lied 3) is vervangen door een beter bij het Lied passende zangwijze.
Tekst: 2; melodie 3
Lied 118 "Sinds dit Lied in de Oude en Nieuwe zangen van Van Woensel Kooy verscheen, werd het in ons land snel tot een van de meest geliefde adventsliederen ... Het is in zijn Kerstverwachting dermate subjectief, dat we ons wel dienen af te vragen, of het als Kerklied wel recht van bestaan heeft" (Comp. 340). Het Lied draagt typisch het karakter van het Piëtisme van de 17e eeuw: Christus, die in ieder van ons persoonlijk geboren moet worden om iets voor ons te kunnen betekenen.
Een en ander motiveert voldoende een afwijzing als Kerklied.
De melodie vraagt op bepaalde punten zo sterk de aandacht, dat de tekst er niet door ondersteund wordt. Voor de gemeentezang niet bepaald aanvaardbaar.
Tekst: 1; melodie: 2
Lied 119 In dit adventslied, oorspronkelijk bedoeld voor de 1e adventszondag, komen verschillende schriftuurlijke gedachten goed tot hun recht: in de 2e strofe Psalm 85 : 11-14, in de 4e strofe Jesaja 25: 6-7 en in de 5e strofe Luc. 21 : 25-33. Daardoor krijgt dit adventslied dan ook een wijdere strekking dan alleen het kerstgebeuren. De melodie is die van Psalm 110.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 120 Ook de omvang van dit Lied is, daar het geschreven is op het thema van de 24e Psalm, ruimer dan enkel de adventsgedachte.
"De vraag uit die Psalm: wie is de koning der ere die om intocht vraagt, schept als het ware de ruimte voor Zijn komst. Christus is het Die als rechtbrengend koning binnenkomt, dragende de kroon van heiligheid en de scepter der barmhartigheid. Hij treedt binnen als bevrijder in de wereld. Hij treedt binnen in elk hart, dat Hem woning bereidt. In de 4e strofe klinken duidelijke verwijzingen mee aangaande de intocht in Jeruzalem (Matth. 21 : 1-11)". (Comp. 345).
De melodie, die vermoedelijk teruggaat op een veel oudere zangwijs, is in de loop der jaren bekend en geliefd geworden.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 121 Het gaat in dit Lied "om de komst van de Koning, de Rechter der wereld, waarvan Jezus zelf heeft gesproken (Luc. 21 : 25-33). Alleen zij die geloven, zullen deze Koning herkennen in de schamele gestalte waarin Hij zich aandient. Hij komt om een werk te doen dat Hem door God is opgedragen. Pas wanneer dàt voltooid is, zal de wereld Hem zien zoals Hij is en zoals de gelovigen Hem nu al kennen... Opmerkelijk is de krachtige waarschuwing aan het adres van de machtigen der aarde (strofe 3)" (Comp. 346, 347). Strofe 4 vertoont daarentegen helaas een weinig concrete inhoud. Over 't geheel genomen kan het Lied goed worden gekarakteriseerd als het Lied van de 2e advent, de Wederkomst. De melodie, afkomstig van een van de allerbelangrijkste componisten uit de geschiedenis van het Kerklied, is in de huidige, herstelde, versie zeer aantrekkelijk voor de kerkzang.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 122 De kerngedachte van dit oudste kerstlied van de christenheid is de aanroep tot de Verlosser van de hele wereld in het licht van de Voleinding. Het is daarom belangrijk dat zowel de gedachte aan de eerste als aan de tweede advent in hun onderling verband goed tot hun recht komen. "Daarom heeft Luther het Lied ook bewonderd en vertaald" (Comp. 348). Met het oog hierop zal het dan ook in zijn geheel moeten worden bezien en gezongen. Een detailopmerking: regel 4 van strofe 1 zou beter kunnen luiden: "Zoon van God, Maria's Kind". De melodie is mooi en geschikt voor de gemeentezang.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 123 De inhoud van die Lied is nogal vaak vanwege het feit dat het door een aaneenrijging van losse gedachten geen eenheid vertoont. Daardoor roept het alleen maar allerlei vragen op waar geen duidelijk antwoord op wordt verkregen. Het is dan ook noch als kerstlied, noch als kerklied geslaagd.
De melodie is die van Psalm 110.
Tekst: 1; melodie 3
A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die met bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.