Vasten
1982-01-22
Vasten is onder protestanten niet zo in. Dat is wel verklaarbaar, want in de loop van de kerkelijke geschiedenis is het vasten tot een stuk wetticisme geworden. Bij verschillende zg. primitieve godsdiensten werd ook wel gevast.- Jaargang 26
- nummer 3
Dat vasten hield verband met de gedachte dat in voedsel bepaalde boze machten konden wonen. Men meende door onthouding rampen en andere narigheid te kunnen afwenden. Het vasten kón zo tot boetedoening worden. Vanaf het begin van de geschiedenis van de christelijke kerk is deze vorm van vasten op een of andere manier wel aanwezig geweest. We hoeven slechts te denken aan bijzondere biddagen en ook wel vastendagen. Op zulke dagen werd er sober geleefd en was alles sterk geconcentreerd op het geloofsleven. In de bijbel lezen we slechts van een gebod om te vasten op de grote verzoendag die jaarlijks werd gehouden. In Leviticus 16 : 29 staat hierover: “...in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u verootmoedigen en generlei werk doen...”Eigenlijk is het woord 'verootmoedigen' niet duidelijk genoeg, het hebreeuwse woord heeft de betekenis van vasten. Ook lezen we in de bijbel wel van mensen die vrijwillig vastten. In Exodus 34: 28 staat b.v. dat Mozes veertig jaren en veertig nachten geen brood at en geen water dronk.
Hij was toen in het bijzonder bezig met God toen Deze hem de tien woorden van het Verbond liet opschrijven. Een mooi voorbeeld van vrijwillig vasten lezen we in 1 Koningen 21 : 27-29 waar wordt verteld dat Achab zich voor God verootmoedigde. Dit had tot gevolg dat God tot Elia zei dat het onheil over Achab's huis pas later zou komen.
De bijbel laat ons ook duidelijk zien dat het vasten al spoedig werd tot een dierbaar gedoe waar echte vroomheid aan ontbrak. Jesaja heeft het er over (58 : 1-8): het volk vastte niet echt en daarom had God er geen behagen in. Jezus heeft het er later ook over (Matth. 6 : 16-18): 'En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen wanneer zij vasten'.
De geschiedenis uit Lucas 5 : 27-39 was leerzaam voor de mensen rondom Jezus maar is dat ook voor ons vandaag. Als we deze geschiedenis rustig lezen blijkt dat de schriftgeleerden het een slechte zaak vinden dat de Here Jezus de zelfgemaakte vastenwetten niet volgt maar zelfs eet en drinkt met tollenaars . Jezus laat in Zijn antwoord zien dat de schriftgeleerden in feite de liefde uit hun wetticistisch leven hebben weggewerkt. Ze zoeken in hun vasten niet de Heer maar zichzelf. Niet voor niets volgt in Lucas direct de geschiedenis van het aren plukken op de sabbat.
Jezus laat zien dat het doen van bepaalde dingen en het laten ervan geen zaak is van strakke wetsbeleving maar ons doen en laten gebonden is aan de bruidegom, aan Hemzelf. Jezus zegt dat als de bruidegom er niet meer is, dat dán gevast zal worden. Maar dat vasten houdt dan niet allereerst verband met het laten staan van voedsel, maar het heeft betrekking op de droefheid vanwege de afwezige Jezus.
Vasten heeft direct te maken met onze band met God.
Vasten heeft te maken met ons verlangen naar de wederkomst van de Heer.
Vasten heeft te maken met het lijden van Jezus en het lijden om Hem in deze wereld.
Vasten heeft te maken met het geloof dat we ons op deze aarde niet al te vast moeten nestelen maar dat we een nieuwe aarde verwachten.
Vasten heeft te maken met het onrecht in deze wereld en het verlangen naar de gerechtigheid die straks volkomen zal zijn.
Vasten kan betekenen dat we onszelf eens even stilzetten, dat we 'het gewone gangetje' eens onderbreken, teneinde zó echt stil te kunnen zijn met God.
Vasten heeft alles te maken met vroomheid, met een diep geloof, met een vast vertrouwen.