Het spreken van de kerk (1)

1982-01-29
  • Jaargang 26
  • nummer 4
De vraag of de kerk - wat men daaronder dan ook verstaat steeds weer zich moet laten horen ook over alle mogelijke politieke en maatschappelijke vraagstukken is de laatste tijd weer aan de orde. Zowel theoretisch als praktisch. In de Hervormde kerk is een rel ontstaan over de instemming die de synode van die kerk betuigde met het doel van de anti-kernwapendemonstratie van 21 november j.l. Het bestuur van de Gereformeerde Bond in de Hervormde kerk werd woedend en verweet het moderamen van de synode aanmatigend optreden, wanbeheer in het huis Gods en stelde dat de grens nu bereikt was in het verdragen van de verpolitieking van het evangelie. De kerk is geen actiegroep die de straat op moet voor buitenparlementaire acties. Het antwoord was een beetje kinderachtig.
De praeses, ds C. B. Roos, zei, dat de instemming met het doel geen oproep was om deel te nemen aan de demonstratie. Dat is formeel wel waar, maar feitelijk onzin. Als je uitspreekt dat je met een dergelijk gebeuren op de straat instemt, is dat praktisch een oproep eraan mee te doen. Het is welhaast een farizeïstisch onderscheid van ds Roos te zeggen: we hebben niet opgeroepen deel te nemen. De vereniging van de vrienden van Kohlbrugge stemde in met het schrijven van de Gereformeerde Bond. Terwijl dr A. A. Spijkerboer, een niet onvermaard hervormd predikant uit Amsterdam, zowel het moderamen van de synode als het bestuur van de Gereformeerde Bond in staat van beschuldiging stelt. Het moderamen van de synode, omdat het niet aangetoond heeft dat er een verband bestaat tussen het geloof in Jezus Christus en het deelnemen aan deze demonstratie. En het bestuur van de Gereformeerde Bond omdat dat bestuur meent dat het christelijke Westen ook wel verdedigd mag worden met Pershing 11-en kruisraketten. "Het moderamen", aldus Spijkerboer, "volgt het IKV en het bestuur volgt de NAVO". En hij vraagt: als het Evangelie ons nu eens een eigen weg wees?

Ook theoretisch is de zaak van het spreken van de kerk de afgelopen tijd aan de orde geweest. De synode van de Gereformeerde Kerken (Lunteren) heeft een rapport aanvaard van een deputaatschap dat na moest denken over het spreken van de kerk over maatschappelijke kwesties.
Dat komt hier op neer: De kerk - en men bedoelt de kerk in kerkelijke vergaderingen - mag uitspraken doen, maar pas dan als het getuigenis van christenen, werkzaam in de maatschappij, de overheid niet bereikt heeft. Verder dienen de uitspraken van kerkelijke vergaderingen evident evangelisch te zijn, zodat ze ook het gevoelen van de gelovige gemeente weergeven.
En een kerkelijke vergadering moet zich niet begeven in uitspraken op specialistisch terrein. En als de kerk dan spreekt, is dat spreken bindend voor de leden.

In de discussie die in Vrijgemaakte kring aan de gang is, of je bijvoorbeeld op politiek vlak met andere christenen kunt samenwerken, is feitelijk ook aan de orde de vraag naar het spreken van de kerk en hoe dat dient te gebeuren. Veel nieuws is er in die discussie niet te bespeuren, behalve dat de Open Brief wat de bedoeling betreft nu door veel anderen verdedigd wordt.

Wat van dit alles te denken? Het eerste is wel dit. Het vraagstuk of kerkelijke vergaderingen spreken moeten, speelt bij ons geen rol. Voornamelijk omdat wij - en dat is terecht - vinden dat meerdere kerkelijke vergaderingen vooral niets zeggen moeten als er niets gevraagd is. Een synode die op eigen gezag zich de stem van de kerk maakt, is in klassiek gereformeerd kerkrecht een onding. Maar dit te menen is een stuk van het isolement, waarin de klassiek gereformeerde leer is terecht gekomen.
In de tweede plaats valt op, dat in deze en dergelijke discussies zo weinig naar voren komt een zoeken van een antwoord op de vraag: wat zegt de Bijbel? Dat zoeken is er niet, omdat zowel in de Hervormde kerk als in de Gereformeerde Kerken het eigenlijk vanzelf spreekt, dat de kerk in kerkelijke vergaderingen bijeen uitspraken op politiek en maatschappelijk vlak mag doen. Over die vraag is dan ook geen discussie. De Gereformeerde Bond maakt geen bezwaar tegen het feit dat een moderamen van een synode spreekt, maar maakt bezwaar dat ze zo spreekt.
Dat maakt wel duidelijk dat er wat betreft kerk en kerkbeschouwing toch een vrij diepe tegenstelling is tussen de Gereformeerde Bond en onze kerken en ik vermoed ook tussen de Gereformeerde Bond en de Chr. Gereformeerde Kerken. Des te akeliger is die tegenstelling, omdat juist op veel ander gebied je elkaar herkent als overwonnenen door hetzelfde Evangelie en strevend naar hetzelfde klassiek gereformeerde spreken en belijden. In de derde plaats vind ik in het standpunt van de Lunterse synode een voordeel, dat men van mening is dat als een kerkelijke vergadering iets zegt de leden er ook aan gebonden zijn. Dan krijg je in ieder geval niet van die gespleten situaties als zich in de Hervormde Kerk voordeden bij de demonstratie van 21 november j.l.
Maar de meest wezenlijke vraag is: is het het recht en de plicht van een kerkelijke instantie, welke dan ook, om politieke invloed uit te oefenen?
Daaraan verbonden is de vraag: op welke wijze regeert de Here Jezus Christus de wereld? Want om de heerschappij van Jezus Christus en om Zijn vrede te bevorderen spreekt de Hervormde synode en (desnoods) de Gereformeerde synode. Om die heerschappij en die vrede zijn het IKV en Pax Chris ti bezig. Sedert de tijd van keizer Constantijn (306-337 n. Chr.) leeft er in Europa de gedachte dat de wereld gekerstend kan worden en moet worden, ook in die zin dat het publieke leven gesteld dient te worden, ook door de overheid, onder de heerschappij van het Woord Gods. In die gedachtngang heerste soms de kerk over de staat en de maatschappij (vooral in de middeleeuwen) soms ook de staat over de kerk.
Maar hoe men dat ook wilde en regelde, men was het er over eens, dat Gods macht tot overwinning gebracht moest worden. Desnoods dwingend. Want had de Here Jezus niet gezegd dat aan Hem alle macht is gegeven in hemel en op aarde? En past het onderhouden van de geboden des HERE niet aan alle mensen?
Prediker 12 : 13, 14. Op grond van deze en veel andere plaatsen in de Bijbel meende de kerk - hoe dan ook - het recht te hebben over alle publieke zaken mee te praten. Gaat Gods Woord niet over alles? Dat uit zich nu nog in toespraken van pausen, in boodschappen van de Hervormde synoden.
Het uitte zich in de Vrijgemaakte kerken in een prediking die soms aan de mensen voorschreef op welke partij men moest stemmen of naar welke school je je kinderen zond, Het uit zich ook daarin, dat alleen leden van de Vrijgemaakte kerken lid kunnen zijn van het GPV. Het uit zich ook nog in de idealen van het SGP. In het verlangen naar de 'onverkorte' handhaving van het onverkorte artikel 36 NGB. Er is feitelijk ook nu nog niet zo veel verschil tussen gereformeerden van alle soorten onderling op dit punt. Alleen de methode verschilt en de ene keer maakt de ene groep zich boos, de andere keer een andere groep. Dat is afhankelijk van wat 'DE' (?) kerk zegt.

Nu: het werk van de apostelen na Pinksteren werd niet verricht met de bedoeling de politieke en maatschappelijke orde omver te werpen. Hoe naar die orde ook was. Hoe onrechtvaardig die orde was. Het Romeinse rijk met zijn ambtenaren, zijn keizers en zijn instellingen komt alleen maar terzijde ter sprake in het Nieuwe Testament. In hoofdzaak als dat rijk zich gaat bemoeien met de apostelen. Niet omgekeerd! Nergens lezen we iets in de Bijbel over het fundamentele onrecht waarop dat rijk gebaseerd was. Want het Romeinse rijk was een roofstaat. Nergens lezen we van de door dit rijk onderdrukte volkeren. Nergens lezen we uitvoerige verhandelingen over de waanzin en de schande van de slavernij, hoewel het Romeinse rijk economisch dreef op de slaven. De roofzucht van de Italianen was onbegrensd en de maffiapraktijken van nu hebben een lang verleden. Toch werden er geen oproepen gedaan tot opstand, noch door de Heer noch door Zijn apostelen, de gezanten van de Heer. Waarin bewijst de Here Jezus Zijn regeermacht en regeerbevoegdheid?
Paulus zegt in Romeinen 15: 19: "Zo heb ik, van Jeruzalem uit rondreizende tot Illyrië toe, de prediking van het Evangelie volbracht". En daaraan verbonden beweert hij dat er geen arbeidsveld meer voor hem overblijft in die streken. Illyrië ligt waar nu Joegoslavië is. Illyrië was het hart van het Romeinse rijk. Er is in de geschiedenis van het Romeinse rijk zelfs sprake van Illyrische keizers. Paulus blijkt door juist Illyrië te noemen goed op de hoogte te zijn met de politieke zwaartepunten van zijn tijd.
Maar wat had Paulus nu bereikt? Overdrijft hij niet mateloos als hij zegt dat hij geen werk meer heeft "in deze streken"? Als we nu aannemen dat hij niet mateloos overdrijft dan weten we het antwoord op de vraag hoe Jezus Christus Zijn heerschappij vestigt en bewijst. Er is vrijwel niets te zien van Zijn macht. Zeker in het publieke leven niet. Maar er zijn gemeenten ontstaan. Zeker: kleine Verdwijnend klein, zouden wij zeggen.
Maar ze zijn er. Hier en daar in grote steden. Dat zijn mensen die de boodschap van de rechtvaardiging van Paulus (2 Kor. 5 : 20) hebben gehoord en aanvaard. Het koninkrijk van Jezus Christus breekt baan, waar die heilrijke boodschap wordt verkondigd en aangenomen. Als de Here Jezus zegt: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde", dan wordt die macht daarin zichtbaar, dat de apostelen heengaan en het Evangelie verkondigen aan alle volken. Matth. 28 : 19,20. Lucas vertelt hetzelfde in Lucas 24: 46,47. De apostel Johannes in Joh. 20 : 21-23. De boodschap van de vergeving wordt gehoord. Het bericht van de amnestie. Van de kwijtschelding van de schuld. Zo wordt de heerschappij van Jezus Christus zichtbaar.
Het koninkrijk is niet van deze wereld. Dat zei de Heer tegen Pilatus.
Als we dat echt gelóven, niet zien, maar gelóven, moeten we ook trachten dat consequent te beleven. We hebben in dit land een periode achter de rug, waarin het mogelijk was om aan "christelijke" politiek te doen. Er bestond een klankbodem. Zonder dwingend geweld was het mogelijk om in de politiek en de maatschappij bezig te zijn als christenen. Die tijd is voorbij. We kunnen en moeten dat betreuren. Maar het is wel een feit. En we dienen te bedenken dat ons nergens in de Bijbel beloofd wordt, dat 'de kerk' politieke invloed zou krijgen en houden. Het tegendeel is ons wèl gezegd: in de wereld zult ge verdrukking hebben. We zijn vreemdelingen en bijwoners. Ons vreemdelingschap hebben we te aanvaarden. We moeten ook niet wat anders willen zijn. Dat is in het verleden veel te vaak vergeten. Als bijwoners dient ons de publieke zaak ter harte te gaan. We mogen ons daarvoor inspannen, als we daartoe de gelegenheid ontvangen van de Heer. Maar als we die gelegenheid niet ontvangen, moeten we niet klagen. Als U de zonde ziet in uw leven en als U moeite hebt met uw zonde, let dan op Hem, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze vrijspraak. Romeinen 4: 25.
En als U moeite hebt met de zonde in hèt leven, ook in het publieke, weet dan dat daarin bewaarheid wordt dat het koninkrijk niet van deze wereld is. Want er komen in deze bedeling geen andere bewijzen van de heerschappij van Jezus Christus dan alleen de prediking van de genade. Laat ons dat niet verdrieten. Als de kerk moet spreken laat dat zijn in een eerherstel van de leer van de rechtvaardiging zonder de werken. Laat dat verkondigd worden!
Dan misschien is de HERE ons en ons volk nog weer genadig. Als daarnaar geluisterd wordt. En als er onrecht gedaan wordt, hetzij aan de kerk hetzij aan de wereld - want dat maakt geen onderscheid voor het spreken van de kerk - dan gaat de gemeente des Heren roepen.
Roepen tot God! Dat is dan altijd een roep uit de diepten. Maar dat roepen zal gehoord worden door God, de Here. De kerk in deze wereld is als de weduwe die niet ophield met dat roepen. De kerk moet nooit méér willen zijn. Zou God geen recht doen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de apostel Paulus zegt, dat we voor alles moeten bidden, ook voor de overheden. Opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden. De gemeente des Heren trekt niet de straat op!
Dr W. Balke, eens een Hervormd collega van mij uit Langerak, zei op de synodevergadering, waarin gesproken werd over de 21 novemberdemonstratie: de kerk moet niet demonstreren, maar getuigen. Een goed voorbeeld daarvan trof ik aan in een verslag van een Reünistensamenkomst van de SSR, waar Prof. W. F. de Gaay Fortman sprak over deze zaken. Volgens het verslag zei hij "Hoe je wel politiek kun spreken? Een voorbeeld gaf ds J. J. Buskes in een Amsterdamse kerk, toen hij preekte op de zondag na het aan de macht komen van Hitler. Hij had als tekst "De zaligheid is uit de Joden"."
Een goed voorbeeld hoe de stem van de Heer gehoord moet worden.
Zo alleen kan, mag en moet de kerk spreken. In de prediking van de genade alleen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief