Beproeven enz.

1982-01-29
  • Jaargang 26
  • nummer 4
Vermoedelijk denken velen van de lezers bij dit woord wel aan de bekende tekst: "Maar ieder beproeve zichzelf en ete van het brood en drinke uit de beker" (1 Kor. 11 : 28). Een vermaning van Paulus in verband met misbruiken bij de viering van het Avondmaal in Korinthe. Waarschijnlijk ging aan de viering van het Av. een zogen. liefdemaaltijd vooraf. Maar erg liefdevol ging het daar niet toe. Want de rijken hadden een overvloed van eetwaren bij zich en de armen moesten tevreden zijn met een schamel hapje. En dan ging men het Heilig Avondmaal vieren. Dat noemt Paulus een onwaardige wijze van doen. De rijken waren verzadigd en de armen hongerig. Men moest nu maar toetsen of dit een waardige wijze van viering was. Het spreekt vanzelf, dat men dan tot de conclusie kwam, dat het z6 niet langer moest. Die misstand moest eerst uit de weg geruimd worden.
En dán op waardige wijze Av. vieren. Let er wel op, dat Paulus niet zegt: En dan blijve men van het Av. weg. Dát is in brede kringen van de geref.
gezindte wel gewoonte geworden. Men gaat er in die kerken van uit, dat de meeste broeders en zusters, nauwkeurig zelfonderzoek, wel de gevolgtrekking moeten maken dat men onwaardig is. En blijft dus weg. Maar het gaat helemaal niet om het waardig- of onwaardig zijn. Van nature zijn we allen onwaardig. Maar de HERE verwaardigt zondige schepselen, onwaardige mensen, om door Gods genade tot waardige kinderen Gods te worden aangenomen. Toestanden als in Korinthe komen hoop ik zelden voor. Maar als ergens een soortgelijke situatie zou zijn, dan bedoelt de apostel: Toetst die toestand aan het Evangelie, ruimt de misstand uit de weg. En viert dat Av. op waardige wijze.

Aan deze tekst is een heel zelfonderzoek verbonden, dat speciaal voor het Av. zou moeten worden gedaan. En aan de hand van allerlei kenmerken (daarover zijn boeken van honderden kenmerken geschreven) zou men kunnen uitmaken of men wel een waardig tafelgenoot is. Men vindt daarin dan een grond om van zichzelf te geloven, dat men echt gelooft! Een wrakke en brakke grond dunkt mij. M.i. moet de zelftoetsing of zelfkeuring niet maar 4 of 6 of 12 maal per jaar plaats vinden. Maar dagelijks moeten we ons afvragen en ons er over bezinnen, hoe we léven. De vraag is niet: geloof ik wel of geloof ik niet en is dat geloof wel echt of niet. Maar de vraag is: lééf ik uit het geloof en is er soms een schadelijke weg bij mij. Wat heb ik te belijden. Niet maar in het algemeen: ik zondig alle dagen met gedachten, woorden en werken. Maar met naam en toenaam: wat denk ik en wat zeg ik en wat doe ik. En dan niet maar in het algemeen vragen: HERE, vergeef mij al mijn zonden. Maar precies belijden wat er mis was. Meer vraagt de Here niet. Maar minder ook niet. En als we zo doen, dan mogen we met opgewektheid het feest van het Avondmaal vieren. Roemend in Gods genade, die ons verwaardigt Zijn kinderen te zijn. En dan zullen we ons te meer beijveren te onderhouden al wat de Here Jezus geboden heeft. En zo onze roeping en verkiezing vast maken. Door een godvrezend leven.

Over zelftoetsing spreekt Paulus ook in 11 Kor. 13 : 5: "Stelt u zelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt u zelf. Of zijt gij niet zo zeker van u zelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk." De Korinthiërs vonden het optreden van Paulus maar zwak. Zij wilden wel bewijs, dat hij een apostel van Christus was. Zij wilden Paulus wel eens keuren. En nu zegt hij: U zelf moet gij toetsen. Dat ik apostel ben van Christus kan u duidelijk genoeg zijn. Gij zijt mijn brief. bat gij gelooft, dat er in Korinthe een gemeente van Christus is, hebt gij aan mij te danken.
Gij moet mij niet keuren, maar u zelf moet gij examineren. Of weet gij niet, dat Christus in u is? D.w.z. weet gij niet, dat Christus door zijn Geest werkt in uw leven, in uw doen en laten, in uw denken en spreken, in uw leven zoals dat reilt en zeilt? Paulus wil zeggen: dat weten jullie toch wel. Dat weet gij toch door het geloof. Hij heeft toch beloofd in u woning te maken en in u te werken? Van Zijn kant eigent Hij u toe het ganse heil. Door Zijn Woord en Geest. En gij eigent het u toe door het geloof. In het geloof zijn, in Christus zijn en het zijn van Christus in ons geeft dezelfde werkelijkheid aan. Dat werk van de Geest van Christus is ondoorgrondelijk en onnaspeurlijk. Het is een zaak niet van zien of aanschouwen, maar van geloof. Dát is de hoofdzaak in ons leven. Want zonder geloof geen wedergeboorte en zonder geloof geen weet van ons uitverkoren zijn. Geloof alleenlijk zegt de Heiland Zelf.

Wij hebben zo ons zelf te beproeven, maar God beproeft ons ook. Zo staat het in 1 Thessalonicensen 2 : 4: "Het is God Die onze harten keurt". D.i. zoveel als: Hij toetst ons, Hij examineert ons. Dat schrijft Paulus in verband met zijn apostolische bezigheid. Die moet hij z6 volbrengen onder Gods keurend oog, dat Hij hem, n.l. Paulus een goedkeurend knikje geeft.
Zo drukt een verklaarder het uit. Dat weegt Paulus zo zwaar, dat hij weinig geeft om het oordeel van mensen. Hij die mij beoordeelt is de Here zegt Paulus ergens. Dat is niet alleen zo voor Paulus. Maar voor ons allen.
Is dat niet om angst voor te hebben? Welnee, broeders en zusters. Angst voor onze hemelse Vader hebben? Moeten we dan nooit bang zijn? Jawel, maar dan in deze zin, dat we bang zijn om van Zijn wegen af te wijken. Als wij in een zonde leven, knikt God ons niet goedkeurend toe. En daar moet het ons om te doen zijn. Daar moeten we ernst mee maken: Wie dat niet doet krijgt angst voor God. Zou de angst waarin velen tot hun dood leven niet daarvan komen dat ze slordig leven zal ik maar zeggen? Leven velen niet naar de traditie, terwijl ze eigenlijk wel weten, dat die niet goed is.
Of zeggen velen niet: ze doen het allemaal? Maar daarmee is het toch niet goed? We zeggen dan mogelijk wel: eigenlijk zou ik het niet moeten doen.
Maar het is zo moeilijk om te doen wat de Here wil. Zou het? Waarom zei de Here Jezus dan: Mijn last is licht en mijn juk is zacht? Is dat dan niet waar? Natuurlijk wel zal iemand zeggen. Maar ze ontduiken allemaal wel een beetje de belasting. Of: ze handelen allemaal wel wat zwart. Of: om dit of dat moet ik toch wel? En een beetje zondigen in nood, zondigt niet groot. We moeten gewetensvol handelen. Maar het geweten heeft ook het laatste woord niet. Bij geweten hoort weten. Met elkaar moesten we overleggen, wat de heilige en goede wil Gods is.

We krijgen geen stem van de hemel, die ons zegt dit of dat te doen. Maar "wie Hem needrig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren". En als we soms zondigen, zonder het te weten, dan is daarvoor vergeving.
Er zijn 100 dingen die anderen verkeerd doen, naar ons oordeel. Laten wij er dan nooit aan meedoen. Radicaal zijn in ons doen en laten. Nooit zeggen: eigenlijk moest ik dit of dat doen of moest ik het laten. We moeten ons er aan gewennen maar eenvoudig te doen wat we "eigenlijk" moesten doen. Direct of zo spoedig als het mogelijk is. Van uitstel komt afstel. Wat ik vandaag niet doe, waarom zou ik het dan morgen wel doen? Het is levensgevaarlijk te volharden in een zonde. "Heden zo gij Gods stem hoort verhardt u niet, maar laat u leiden":
Want we mogen en moeten wel bedenken dat God ieders werk zal beproeven. Hij zal ons werk beoordelen bij Zijn wederkomst. De wederkomst van Christus. Het zal om zo te zeggen door vuur beproefd worden. Zoals een goudsmid het vuur over goud en zilver doet gaan. Om het van slakken te bevrijden. Is dat niet griezelig? Alweer hoeven en mogen we daarvoor geen angst te hebben. Op één voorwaarde. Dat we ernst maken met het doen van de goede en heilige wil van God. Want dat vraagt de Here wel. Wie dan alleen maar gezegd heeft: Here Here, zonder de wil van de hemelse Vader te doen, zal afgekeurd worden. Maar het examen zal gunstig voor ons uitvallen, als wij Zijn wil wel gedaan hebben. Er staat ergens: Wij stellen er een eer in de Here welgevallig te zijn; want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden. Opdat ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam, in dit leven gedaan heeft, hetzij goed hetzij kwaad. Of het er ook op aankomt hoe we leven, wat we met de leden van ons lichaam gedaan hebben. Eens kreeg ik de vraag van een persoon, die lange tijd een slecht leven had geleid, of al zijn zonden publiek zouden worden. Mijn antwoord was, dat ik het niet wist. Maar als hij zijn zonden had beleden en als ze hem waren vergeven, dan zouden al zijn misdaden bekend worden als vergeven, want beleden zonden. Zij die van mening zijn, dat Jezus alles, alles heeft voldaan; maar het verder wel geloven en geen ernst maken met een leven in de vreze Gods, zullen verschrikkelijk teleurgesteld worden in de dag der dagen. Zij die menen dat er van ons leven niets terecht kán komen en dat er ook niets van komt en ook niet hoeft, zullen de grote dag des Heren als een dag van ontzetting beleven. Aan de andere kant is het ook mis om overtuigd te zijn, dat we elke zonde in dit leven wel de baas worden. Maar we zullen wel naar de volmaaktheid jagen, d.w.z. er op zitten, er ons voor inzetten, alles op alles zetten, zoals we dat vaak doen voor geld en goed of wat dan ook.
Opdat we beproefde christenen mogen zijn. En steeds meer worden. Daar hoeven we geen grootse daden voor te verrichten. Maar bijv. naar het slot van Matth. 25 een beker water geven aan een dorstige enz. Leest dat nog maar eens na.

De Schrift spreekt van beproefdheid. In Rom. 15: 4: "De verdrukking werkt volharding of veerkracht en de volharding werkt of bewerkt beproefdheid".
In de Staten Vertaling stond niet beproefdheid, maar bevinding. Wat dit woord in de tijd van het ontstaan van de O.V. betekende is mij niet bekend.
Maar tegenwoordig heeft het, naar ik uit een woordenboek bevindt, de betekenis van "gewaarwording in het gemoed van gemeenschap met God". Maar dat is niet de betekenis van het woord, dat in het Griekse N.T. in Rom. 5 : 4 gebruikt wordt. Beproefdheid is een goede weergave. Dat woordje bevinding heeft een grote ellende met zich meegebracht. Vrome lieden gingen na wat ze aan bevinding in hun vrome ziel vonden. Allerlei gemoedsaandoeningen werden verheven tot kenmerken, waaruit iemand kon opmaken of hij wel echt geloofde en of hij wel uitverkoren en wedergeboren was. En ze (die vrome zielen) kwamen zelden of niet tot zekerheid.
En als ze tot zekerheid kwamen, dan was het niet de zekerheid van het geloof, waarvan de Schrift spreekt. Maar het was een zekerheid, gegrond op het waarnemen van kenmerken. Keurmeesters schreven boeken van behoorlijke dikte met lijsten van aandoeningen, waaraan iemand moest voldoen om zeker te zijn van echt geloof enz. enz. Maar de vele boeken waren het niet met elkaar eens. Er werden steeds fijnere onderscheidingen gemaakt en meer kenmerken uitgevonden. Want 0, het onderscheid tussen de ongelovige op z'n best en de gelovige op z'n slechts was zo klein! En het was toch verschrikkelijk om met een ingebeeld geloof naar de hel te gaan. 'k Heb wel broeders gekend die hele verhalen konden vertellen van hun bevindingen; die op hun sterfbed weer twijfelden of ze zich wel nauwkeurig genoeg onderzocht hadden. Ze gingen soms heen in diepe duisternis.
In Rom. 15 : 4 gaat het helemaal niet over gemoedsaandoeningen. Maar over de beproefdheid, die uit volhardend geloof voortkomt. Juist in dagen van verdrukking waardoor het geloof op de proef wordt gesteld. We zouden het kunnen vergelijken met een rekruut, die in en door veel harde gevechten gestaald wordt. Hij wordt van rekruut een veteraan, een beproefde strijder. En zo gaat het ook in de strijd, die het geloof te strijden heeft, Door volhardende strijd van het geloof tegen de duivel, wereld en vooral eigen verdorven natuur wordt een christenstrijder een veteraan. Hij wordt een beproefd gelovige. En zulk een beproefd geloof bewerkt de hoop.
D.w.z. de zekerheid dat hij zal volharden tot het einde. En zo naar het woord van de Here Jezus behouden worden.

Zo wordt ergens de beproefde trouw van Timotheüs geprezen. Jacobus prijst de broeder of zuster gelukkig, die beproeving verdraagt. Die het examen om zo te zeggen doorstaat. Als hij of zij trouw is gebleken, zullen zij de krans van het leven ontvangen. Want die krans heeft God beloofd aan wie Hem liefhebben en dat metterdaad betonen. In Rom. 16, het bekende hoofdstuk met allerlei namen van gemeenteleden, die Paulus in Rome kent, wordt een zekere Apolles genoemd en aangeduid als beproefd in Christus. Door de kracht van Christus heeft hij volhard.
Er staat verder ergens: Niet wie zichzelf aanbeveelt is beproefd, maar wie de Here aanbeveelt. Dat geldt van Paulus. Want zijn werk, dat hij in dienst van de Here heeft gedaan beveelt hem aan. Het komt er wel degelijk op aan wat iemand aan werk in de gemeente en in de wereld heeft verricht.
Dat is niet alleen zo met dienaren van het Evangelie of andere ambtsdragers, maar met iedere christen, man of vrouw. Hun daden hoeven niet groot te zijn. Zoals wij van de grote daden van Piet Hein zongen. Maar heel gewone handelingen zoals naar zieken om zien enz. Wie veel gaven van de. Here ontving van hem zal veel gevraagd worden. Wie weinige gaven heeft gekregen van hem of haar zal weinig gevraagd worden. Veel gaven hebben is niet alleen plezierig, maar ook zeer verantwoordelijk. Ik hoorde eens een zeer begaafde zeggen: het is geen lolletje! De een zal zwaarder examen moeten afleggen in de dag der dagen dan de ander.

Dan nog één vaak misbruikte tekst: "Onderzoekt alle dingen, behoudt het goede". Dit is vaak zo verklaard, dat gelovigen alles wat er in de wereld te koop is moeten onderzoeken of meemaken. Anders kun je toch niet oordelen? Toen ik als aankomend student in veler ogen een "boertje van buten was, zo groen als gras" werden mij boeken aangeraden om te lezen.
Want ik moest toch weten wat er in de moderne wereld gaande was. Tot mijn schade en schande heb ik daar wel te veel aan toegegeven. Bij die gelegenheid werd, als ik mij wel herinner, deze tekst gebruikt en misbruikt. We moeten wel alles wat er gaande is keuren of toetsen. Maar we hoeven het daarvoor zeker niet meemaken! Dat het in een riool stinkt kun je z6 wel weten. En dat er op allerlei gebied veel schandelijks geboden wordt, kun je uit de reclame en voorlichting wel te weten komen. Het artikel is al langer geworden dan ik bedoelde. Naar ik hoop zal ik een volgende keer beter oppassen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief