God stijgt blinkend schoon zegenend ten troon

1983-05-13
  • Jaargang 27
  • nummer 19
"En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde."
Luk. 24 : 50-53

Scheiden doet …
U hebt op de stippeltjes al het woordje 'lijden' ingevuld. Zoals u misschien ook in de hierboven geciteerde zin uit de slotverzen van Lukas' evangelie de nadruk legt op het woordje 'scheidde'. Er zijn altijd weer christenen, die er moeite mee hebben de Hemelvaartsdag te vieren als een feest!
Ja, het is te begrijpen dat Jezus met blijdschap terugkeerde naar de hemel, om na al de vreselijke dingen die Hij had meegemaakt weer op verhaal te komen in het huis van zijn Vader. Voor Hèm was de dag van zijn terugkeer ongetwijfeld een feestdag. Maar ook voor zijn discipelen? Ook voor zijn gemeente, die op aarde achterbleef?
Als we de evangelist Lukas mogen geloven hebben de discipelen inderdaad die dag óók groot feest gehad. "Zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God" (vs. 53). Het scheiden van hun Heer deed hen dus niet lijden, maar loven.

Zegen lokt zegen uit
Wat is het geheim van de lofzang van de discipelen? Dat geheim komen we op het spoor door te letten op een woord, dat in vs. 50-53 drie keer gebruikt wordt, nl. 'zegenen'.

U denkt, dat ik niet tellen kan, omdat u het maar twee keer ziet staan? Maar dat ligt aan onze vertaling. Want waar in vs. 53 het woord 'loven' staat heeft het grieks dezelfde uitdrukking die twee keer eerder met 'zegenen' is vertaald.
In dat slotvers staat dus eigenlijk dit: 'zij waren voortdurend in de tempel, God zegenend'. Zij zegenen de dag waarop Jezus van hen heengaat. Zij zegenen de Vader tot Wie Hij terugkeert.
Maar deze zegen van de discipelen is uitgelokt door de zegen van Christus. Want die zegen van de Heiland maakt duidelijk hoe de verhouding tussen God en mensen fundamenteel veranderd is. Dat er een einde is gekomen aan de periode van het Oude Verbond. De vorige week zagen we al hoe door de zondeval de zegenstroom van God naar ons belemmerd was.
Gelukkig was in elk geval het volk van God er niet van verstoken, Maar de zegen was door hen slechts te verkrijgen op een speciale plaats - de tempel, via speciale mensen - de priesters, op speciale tijden - bij morgen- en avondoffer. Alle andere plaatsen en mensen en tijden bleken niet langer geschikt. Er was een volkomen nieuwe schepping nodig om de vloek ongedaan te maken. Er moest een zware ban gebroken worden voordat God zijn zegen ten leven weer ongeremd kon laten uitstromen naar ieder, die zich daarvoor openstelt.

De ban gebroken
op Hemelvaartsdag heeft Christus duidelijk gemaakt, dat de vloek is opgeheven. De herschepping hééft plaats gevonden. Gods zegen kan weer vrijuit tot ons komen.
Gods kinderen zijn niet langer gebonden aan allerlei beperkingen, die het liefdesverkeer met onze Vader moeilijk maken.
De discipelen ontvangen de zegen.
En ze zijn niet eens in de tempel.
Ze ontvangen de zegen op een plaats, die tot dan toe onheilig was. En niet van een zoon van Levi, maar van een zoon van Juda, Dus speciaal aan God gewijde priesters hoeven er ook niet meer aan te pas te komen. Ook hoeven ze niet te wachten tot de tijd van het morgen- of avondoffer. Ze ontvangen de zegen zomaar midden op de dag.
Ja, het houdt zelfs niet meer op.
Want Christus trekt zijn zegenende handen niet weer terug als Hij naar de hemel gaat, Hij vaart voor het oog zegenend omhoog. D.w.z. nu is er geen ogenblik meer in ons leven, waarin we het zonder deze zegen hoeven doen. En er is ook geen plekje in de wereld, waar we voor deze zegen onbereikbaar zijn.
De tempel is a.h.w. uitgebreid tot in onze keuken en ons schoollokaal, tot in de kantoren en fabrieken of waar we ook maar leven en werken. Overal en altijd is onmiddellijk kontakt met God mogelijk ronder dat bijzondere mensen dit voor mij tot stand moeten brengen.
Hoeveel rijker is Lukas 24 dan Lukas 1. Daar horen we nog van een tempeldienst in vol bedrijf. En een priester, als Zacharias kan door kleingeloof de zegen zelfs blokkeren.
Maar nu komt de zegen rechtstreeks van Christus zelf. rijker en krachtiger dan in de tempel.
'En het geschiedde terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.' Maar is dit wel een scheiding?
Inderdaad, in zekere zin verwijderde Christus zich van zijn discipelen.
Hij verdween uit hun ogen, maar niet uit hun leven! Al zegenend treedt Hij met de zijnen in een nieuwe gemeenschap.
Nee, in het hart van de discipelen is niet de minste plaats voor weemoed en verdriet om het afscheid.
Ze voelen zich opgetogen. In Jeruzalem staat nog steeds de tempel, alsof er niets is gebeurd. Nog steeds wordt er geofferd. Maar het is niet meer nodig nu het Lam van God dat de zonden der wereld wegneemt geofferd is op Golgotha.
Als de ware Hogepriester is Hij, nagestaard door de discipelen het hemelse heiligdom binnengegaan met Zijn eigen bloed om van God een nooit eindigende zegen af te bidden.
Het verkeer tussen God en mensen is hersteld.

Gods heil, Gods glorie staat
licht als de dageraad
reeds voor het oog te gloren
van wie Hem toebehoren.
Een vreugde van de HEER
stroomt in hun harten neer.

Kunnen zij en wij anders dan terugzegenen, gehoorzaam aan de oproep:

Gij die (in Christus) rechtvaardig zijt,
weest in de HEER verblijd.
Zijn Naam zij lof en eer!?

(ps. 97 : 6)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief