BIJ HOOG OF BIJ LAAG?
1983-05-13
Het opschrift van dit artikel is geen uitvinding van mij. Ik ontleen het aan een boekje, dat onder deze titel in 1968 is verschenen bij Kok in Kampen. Het is van de hand van W. Baas.- Jaargang 27
- nummer 19
In zijn "Woord vooraf" zegt de schrijver: "Waarom ik dit boekje geschreven heb, vraagt u?
Omdat ik het niet verdragen kan, dat het kerkelijk leven in Nederland, en met name in de Gereformeerde Kerken de hoog-kerkelijke weg zou worden opgedrongen, zonder dat ook maar iemand, om met de profeet te spreken, de bek open deed of piepte".
Het beleefde geen vier drukken.
Er kwam zelfs geen twééde druk.
Toch is het een juweeltje. 't Is geschreven in sappige taal, speels en met een diep-ernstige ondergrond.
Aanleiding tot het schrijven van dit boekje was kennelijk het veel geciteerde rapport over de orde van de eredienst aan de generale synode der Geref. Kerken, Middelburg, 1965.
In datzelfde jaar 1965 kwam ook het boekje uit van Dr. J. van der Werf, Kleine Liturgiek, dat ik vorige week noemde. Daarvan kwam in 1980 een vierde druk.
Baas heeft voor het kerkelijk jaar in z'n soberste vorm nog wel goede woorden over, maar tegelijkertijd uit hij zijn bezwaren ertegen.
Calvijn en veel andere gereformeerden hebben heel scherp aangevoeld, dat het opleggen van een menselijk schema aan het leven en de prediking van de kerk nooit zonder gevaar is.
Ik denk hierbij aan het prachtige artikel 32 van de Ned. Geloofsbelijdenis: "We geloven, dat de regeerders der kerken, hoe goed en nuttig het ook voor hen is onderling zekere orde in te stellen en te bevestigen tot instandhouding van het lichaam der kerk, zich er toch wel voor behoren te wachten af te wijken van wat Christus, onze enige Meester, ons heeft bevolen. Daarom verwerpen we alle menselijke vonden en alle bepalingen, die men zou willen invoeren om God (daarnaar) te dienen en de gewetens er door te binden en te knellen, op welke manier dan ook. Derhalve aanvaarden we enkel hetgeen geschikt is om eendracht en eenheid te bewaren en tebevorderen en allen te houden bij de gehoorzaamheid aan God". (vertaling C. Vonk)
Kerkelijk jaar
Het kerkelijk jaar is gegroeid! Hoe dan? Wel, als volgt: de christen leeft van opstandingsdag tot opstandingsdag, al weldra uitgebreid tot een jaarlijkse aparte viering van het Paasfeest. Rondom deze Paasviering ontstaat een volledige kring van dagen. Een groot feest moet voorbereid worden. Aangezien de bijbelse verhalen telkens perioden van voorbereiding beschrijven als een periode van 40 dagen en jaren, lag het getal van 40 voorbereidingsdagen voor de hand. Na het Paasfeest vallen dan een reeks van vreugdedagen, afgesloten door Hemelvaartsfeest en Pinksteren. Dit behoort allemaal tot de Paaskring.
Onmiddellijk na het ontstaan van de Paaskring volgt de viering van Epifaniën, het feest van de verschijning van de Heer. Dit feest was een hoogtepunt, waarbij de geschiedenis van de drie wijzen uit het Oosten, de doop in de .
Jordaan en de bruiloft in Kana de belangrijkste lezingen vormden.
Tenslotte zal (in het westen) het Kerstfeest het feest van de verschijning volledig overvleugelen.
Ook dit hoog-feest krijgt een voorbereidingstijd, soms van zes, soms van vier weken, adventstijd geheten.
De twee voorbereidingsperioden, advent en vastentijd, krijgen het karakter van tijden van inkeer.
Aangezien men de innerlijke gebeurtenissen ook in uiterlijke vormen wil vastleggen, worden de kerkelijke kleuren in dergelijke perioden paars, terwijl de grote feestdagen wit als kleur krijgen toebedeeld. De Goede Vrijdag wordt zwart.
Het paasfeest zet in op witte donderdagavond, dan beginnen de heilige drie dagen: witte donderdag met viering van het Avondmaal; goede vrijdag geen Avondmaal; stille zaterdag.
Ik zal niemand vermoeien met een overzicht van het kerkelijk jaar in zijn geheel. Allerlei zondagen hebben latijnse namen.
De kleuren
We horen ook, dat het van uiterst grote waarde is, dat de verschillende zondagen een bepaalde kleur krijgen. Hier volgen ze: adventstijd: paars Kerst tot en met de eerste zondag van epifanie: wit volgende zondagen na epifanie: groen vastentijd: paars zondag laetare (vóór-Paasfeest): rose witte donderdag: wit goede vrijdag: zwart stille zaterdag: rood van Pasen tot en met de zondag na hemelvaart: wit Pinksteren: rood zondagen na Pinksteren: groen Ik moet hiermee ophouden, want anders wordt het vervelend. Misschien vindt u dat trouwen nu al, maar - zo wordt verzekerd - voor de opbouw van de gemeente is het kerkelijk jaar nagenoeg onmisbaar.
Ik denk me even een tentamen liturgiek in: Meneer Van Leusden, wat is de kleur van zondag laetare? Rose, professor. Goed.
En van de adventstijd? Paars, professor.
Uitstekend, meneer Van Leusden. Dit is van bijzonder belang voor de opbouw van de gemeente.
Bij het kerkelijk examen werd meneer Van Leusden gevraagd: In welke hoofdstukken van de brief aan de Hebreeën wordt over Melchizedek gesproken? En in welk hoofdstuk uit het N.T. spreekt Paulus uitvoerig over de opstanding?
Daarop moest hij het antwoord schuldig blijven.
De ontwikkeling
Het zal iedereen duidelijk zijn, dat we van dit alles geen spoor vinden in de Schrift. In het N.T. wordt de eredienst ons niet precies voorgeschreven.
We lezen wel van Schriftlezing en uitlegging, gebed, lied en viering van de maaItijd van de Heer. Maar nergens vinden we voorgeschreven, hoe de samenkomsten van de gemeente in de komende tijden moet verlopen.
De gemeente leefde uit de Geest en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.
In de tijd vóór Constantijn de Grote was er geen vaste liturgische vormgeving. In die eerste eeuwen van de christelijke gemeente was er nog een vrije liturgie. Maar daarna werd meer en meer de eredienst gebonden in een net van strakke voorschriften.
In de Reformatie keerde men terug tot de eenvoud en de soberheid van de eredienst, die we kennen uit het Nieuwe Testament.
Jammer genoeg zien we nu, dat in kerken van reformatorische herkomst bij velen het verlangen leeft om de eredienst van a tot z te reglementeren.
Een paar voorbeelden: Prof. Van der Leeuw schrijft, dat de liturgie zich van elk woord en elk gebaar in de eredienst rekenschap moet geven. Bij de groet aan het begin van de dienst moet de voorganger de rechter benedenarm dicht bij de schouder houden. Bij de avondmaalsviering behoren de gelovigen in het zwart gekleed te gaan, terwijl zij gedurende de bediening de ogen gesloten moeten houden en de handen gevouwen!
Als je leest van de inrichting van de diensten, b.v. de experimenten met de dienst van Schrift en Tafel, dan kun je ook verstaan, dat mensen uit protestantse en roomskatholieke kerken elkaar vinden in dat soort oecumenische diensten.
Maar dat is niet de oecumene van de Schrift, de heilige algemene christelijke kerk, waar het Woord van God heerschappij heeft en waar dat Woord wordt gepredikt en de sacramenten worden bediend naar het gebod van onze Heer.
De groeiende belangstelling voor zo'n nauwkeurig gereglementeerde liturgie gaat helaas samen met verminderde aandacht voor schriftuurlijke prediking.
In veel kerken, waar men gekomen is tot het invoeren van deze ver doorgevoerde liturgie, waar protestant én rooms-katholiek samen op weg gaan, lijden de schapen van Christus' kudde honger, omdat ze geen voedsdel meer krijgen. Want van die hoogkerkelijke poespas kan geen mens léven.
Voor de opbouw van de gemeente heet dit nagenoeg onmisbaar.
Maar de kerken lopen leeg, waar het brood des levens niet wordt gereikt.