Is er na de tweede wereldoorlog wat veranderd?

1983-05-13
  • Jaargang 27
  • nummer 19
Het is een zaterdag in februari.
Samen met mijn vrouw en een pleegzusje ben ik op vakantie in Miste, vlakbij Aalten. Omdat het slecht weer is besluiten we niet te gaan fietsen vandaag, maar wat rond te gaan lopen in Aalten, een niet zo groot stadje in de Achterhoek.
We komen zo langs een klein gebouwtje.
Zo te zien aan de jodenster boven het gebouw is het een synagoge, maar zeker weten doen we het niet. Aan de overbuurvrouw die een speelgoed/babyhuis heeft, vragen we om inlichtingen.
Synagogen hebben altijd mijn belangstelling en dus vraag ik waar de persoon woont, die verantwoordelijk is voor het gebouw. Mevrouw wijst ons vriendelijk de weg naar Dhr van Gelder, een veehandelaar die verderop woont. Ik vraag haar of het geen bezwaar zal zijn dat het sabbath is, maar dat zal niet, denkt zij, Aangekomen bij het huis, bellen we aan. Een meneer met zwart haar, een snor en een bril op doet open. "Bent U meneer van Gelder en weet U iets van de synagoge?"
vraag ik hem. Wat verbaasd kijkt hij me aan. "Ja, dat ben ik", zegt hij en vraagt wat ik kom doen.
Dan vertellen we dat we de synagoge willen zien. Hij heeft weinig tijd en besluit ons voor de gastvrijheid even binnen te laten en dan de sleutel mee te geven. Het gebeurt blijkbaar niet vaak dat mensen zomaar om inlichtingen vragen, want heel uitgebreid vraagt hij waar we wonen en of ik theologie studeer of zo. Toen we hem onze beweegreden vertelden, kennis van de Joodse gemeenschap opdoen, begon hij zijn verhaal. Ietwat mistroostig vertelde hij dat het allang geleden is dat er regelmatig vieringen waren in de synagoge.
Steeds weer blijkt dat na de oorlog Nederland opgebouwd is, maar dat de Joodse gemeenschap in alle plaatsen niet meer geworden is, wat ze vroeger was. Omdat er geen Vlieringen meer ter plaatse zijn moet de veehandelaar, wel op sabbath reizen en bezoekt zo weleens de synagoge te Arnhem en Enschede. "Kijk, ik vind die gemeenschap belangrijker dan de joodse regel om op sabbath niet te reizen", zegt hij. (Dat getuigt van een goed geestelijk evenwicht, dunkt me.) Ik moet denken aan alle Ned. Geref., die vaak ook ver moeten reizen op zondag om de gemeente te bereiken.
Hij vertelt ons hoe erg het is dat er nog zoveel anti-semitisme is, discriminatie dus. Hij toont dat aan door te vertellen dat vorig jaar alle ramen van de synagoge kapot zijn gegooid. Ik vind dat een misselijke streek, maar om dat nu op die discriminatie te schuiven ...
"De Wetsrollen liggen boven in huis, net als de Estherrol, die deze week voorgelezen wordt i.v.m. Purimfeest", vervolgt hij en hij beschrijft hoe de synagoge eruit riet.
Hij wil toch even mee om' het te laten zien. Buiten wijst hij op de Jodenster boven de synagoge en het vroegere huis van de rabbijn.
Duidelijk zijn de twee bouwfasen te zien. Waarschijnlijk is er pas later, één verdieping op gebouwd.
Vrij vertaald luidt de spreuk boven de ingang: "Alleen de rechtvaardigen mogen de poort binnentreden".
Binnen wijst de man op de bovenverdieping, waar de vrouwen vroeger zaten, maar diie om stookkosten te besparen is dichtgemetseld, Hij wijst op het gaas voor de ramen en de ruimte waar de kinderen vroeger zaten. Die is twintig jaar niet meer gebruikt, maar nog steeds staat er een herinnering op het schoolbord In de benedenruimte zijn de muren aangetast door het vocht. Dat komt omdat de kachel niet meer brandt. We zien de plaats, waar de wetsrollen horen te liggen. Als de man de lichten aandoet, klinkt het alweer ietwat mistroostig, maar vol trots: 'Als de lichten aangaan is het best gezellig'. We vinden dat ook en vinden het jammer dat er geen geld is voor restauratie. Alleen blijkt ooit een vrouw van rijksdaalders f 100,- te hebben gespaard voor de restauratie van de ramen.
Ooit in de oorlog wilden de Duitsers dit gebouw van de hand doen aan een N.S.B.-er, die er een meubelhandel in wilde maken. Gelukkig was er geen enkele architekt of aannemer die zich aan de verbouwing wilde wagen.

Buiten denk ik nog even over het gesprek na. We maken ons kwaad, omdat er nog zoveel Nederlanders waren die ons land verrieden en de joden. .. Is het echt voorbij, die Jodenhaat. Eigenlijk moeten we iets doen om onze schuld t.o.v. de joden goed te maken. Misschien door geld, dachten we, en lieten een envelop met wat geld bij dhr. van Gelder in de bus vallen die week. Maar het zal lang niet genoeg zijn om onze schuld uit te wissen of goed te maken. Maar goed dat er een vergevend God is.

Aan het eind van de week blijkt dat dhr. van Gelder niet te mistroostig was over daden van antisemitisme.
De vroegere NVUleider, drs Glimmerveen verklaarde bij een veroordeling wegens discriminatie, dat dit wel niet zijn laatste veroordeling wegens discriminatie zal zijn, zo stond er in een krant. En Rabbijn van Soetendorp vreest dat de Centrumpartij zal uitgroeien tot vijf zetels, zo verklaarde hij in een tijdschrift. Gezien het feit dat dhr. Janmaat aan zijn zetel is gekomen, zelfs door het overstappen van enkele vroegere RPF-stemmers (een paar honderd!) is dat mijn vrees ook ...
tenzij. .. tenzij God ons zondige volk berouw geeft over haar houding toen (tweede wereldoorlog), want daar waren zelfs gereformeerden *) bij. Maar ook berouw over onze houding nu, 1983, want daar zijn zelfs gereformeerden bij, blijkens de laatste stemming, maar ook blijkens vele veroordelingen over de buitenlanders die het altijd gedaan hebben in onze bedorven ogen ... Laat zo uw licht schijnen, opdat voor de Joden en al onze landgenoten, niet opnieuw donkere tijden aan zullen breken.

*) Speciaal haal ik hier de gereformeerden aan, omdat ik dit artikel tenslotte schreef voor een gereformeerd tijdschrift. Hen, tegen wie God ook zegt: "Gij geheel anders ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief