CHRISTUS EN DE GEEST

1983-05-20
  • Jaargang 27
  • nummer 20
"Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven ...
Ik kom tot u."

Joh. 14:16·18

Voorbereiding op Pinksteren
Toen Jezus de bovengenoemde woorden zei, zat Hij met zijn discipelen aan tafel en at met hen.
Hij brak met hen bet brood zoals Hij dat in de afgelopen jaren vrijwel dagelijks had gedaan. Hij was zichtbaar en tastbaar bij hen Ze konden Hem omhelzen en kussen.
Ze konden luisteren naar zijn stem als Hij hen troostte en bemoedigde of hen onderwees. Ze voelden zich veilig en vertrouwd bij Hem.
Daarom was het een schok te horen, dat hun Meester van hen weg zou gaan naar een plaats waar zij Hem niet konden volgen. Het was alsof de grond onder hun voeten werd weggeslagen. Hoe moesten ze aan met de wereld drie hun zo vijandig was? Wie zou hen dan bemoedigen? En al die nieuwe dingen die Jezus hun geleerd had ze waren nog re nieuw om hen al eigen te zijn. Zonder Jezus voelden ze zich eenzaam en onzeker.
Maar dan zegt Jezus: Weest maar niet bang. Ik ga wel weg, maar op mijn gebed zal de Vader u een andere Trooster geven, de Geest der waarheid. Jezus duidt de Geest hier aan met een term uit de wereld van het gerecht. Bedoeld is een soort advokaat, een voorspreker die een ondersteunende taak heeft. Het gaat om een bijstand.
Eigenlijk zou je heel de geschiedenis tot aan de wederkomst van Christus kunnen vergelijken met een doorlopende rechtszaak, waarin de gemeente tegenover de wereld waar moet maken dat zij het met haar geloof in Christus bij het rechte eind heeft. In dat proces heeft de gemeente het zwaar te verduren. Maar in dit proces treedt de Geest voor haar in het krijt. Hij is de advokaat drie het pleit voert.
Hij is de bijstand die ondersteuning.
biedt. Aan deze beschermheer draagt Jezus de zorg voor zijn gemeente over. En bij Hem is die in vertrouwde handen.

De Heer nu is de Geest
Christus draagt zijn zorg voor de kerk aan een ander over. Ja, een ander - en toch eigenlijk ook weer niet. Als het er op aan komt kunnen we niet zeggen, dat Jezus bij zijn hemelvaart als onze Bijstand en Beschermheer aftreedt en dat de Geest Hem als zodanig opvolgt.
Want door de Geest zet Christus zèlf zijn werk op aarde voort.
Eigenlijk komt na de verhoging van Christus dat werk pas goed op gang. Voor zijn dood was Christus je enige drager van de Geest. De Geest is dan gebonden aan de ene persoon van Jezus Christus. Bij zijn doop in de Jordaan vervult de Geest Hem volledig. Hij is Hem zonder maat geschonken. Maar na Jezus' terugkeer tot de Vader komt de Geest vrij om de gemeente te vervullen.
Maar de band tussen Christus en de Geest wordt niet verbroken. Integendeel!
Die band is zo nauw, dat Jezus in één adem zeggen kan dat Hij een andere Trooster zal zenden èn dat Hij zelf tot zijn leerlingen komt. En terwijl we bij Johannes lezen, dat de Géést bij ons blijft tot in eeuwigheid, horen we uit Mattheüs dat Christus met ons zal zijn tot aan de voleinding der wereld (Matth. 28, 20). Zegt Paulus het zelfs niet met zoveel woorden: De Heer is de Geest (2 Kor. 3 : 17) en ook: De laatste Adam werd een levendmakendeGeest (1 Kor. 15 : 45)?
De Geest vertegenwoordigt Christus zo volkomen, dat we Hem kunnen, zien als Christus' tweede Ik.
Door de Geest is Christus op aarde aanwezig. Door de Geest is Hij onder ons en in de wereld aan het werk. Anders dan vroeger, voor zijn dood. Maar niet minder!

Blijf bij ons, Heer!
Toch denken wij wel eens, dat wij minder af zijn dan de discipelen.
We denken dan, dat het fijner was toen Jezus lichamelijk op aarde vertoefde. En we kunnen jaloers zijn op de discipelen die bij Hem aan tafel zaten en zijn stem kon-
den horen. Leefde Hij vandaag zo maar onder ons. Heeft u dat nooit eens gedacht? Dan gingen we toch vast eens bij Hem op bezoek. Of we belden Hem op voor goede raad in een moeilijk probleem of voor een bemoedigend woord.
Maar zou Jezus dan zo gemakkelijk te bereiken zijn? Het zou toch al heel toevallig zijn als Hij juist in Nederland zou wonen, laat staan in uw woonplaats. En als dat wel zo was, dan zouden de gelovigen in Zuid-Afrika of Australië slecht af zijn.
Gelukkig is echter met de uitstorting van de Geest de lichamelijke beperktheid van Christus' tegenwoordigheid doorbroken. Verhoogd aan God's rechterhand wijkt Hij naar zijn Godheid, majesteit, genade en Geest nooit meer van ons.
En nu is Hij van de broederschap in Afrika of Australië niet verder verwijderd dan van die in Nederland.
Elk moment is onmiddellijk kontakt met Hem mogelijk zonder een lange rij wachtenden voor ons.
Toen Jezus nog op aarde was konden slechts enkelen Hem uitnodigen: Blijf bij ons Heer, want de avond is nabij. Nu kunnen miljoenen Hem ontmoeten om in het avondmaal het brood der gemeenschap met Hem te breken. Door de Geest is Christus ons meer nabij dan tevoren. En ons leven lang zijn wij niet eenzaam meer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief