HET KERKLIED

1983-05-20
  • Jaargang 27
  • nummer 20
Nergens in het Nieuwe Testament krijgen we preciese voorschriften, hoe de samenkomst van de gemeente in de komende tijden zou moeten verlopen.
De gemeente van Christus leefde uit de Geest en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.
Daarom hebben we geen verlangen naar kerkdiensten, waarbij de voorganger gebonden is aan strakke voorschriften voor de liturgie.

Maar we zijn niet klaar met een afwijzing van al die liturgische vernieuwingen, waarbij men zich zo druk maakt om de nauwkeurig in acht te nemen volgorde.
We kunnen (terecht) kritiek hebben op zulke diensten, maar hoe staat het met onze voorbereiding van de samenkomsten van de gemeente?
Is er een degelijke voorbereiding voor het feest van de kerkgang?
Ik geloof, dat ik wel mag zeggen, dat de predikanten in het algemeen veel werk maken van hun preken.
De voorbereiding voor de zondag kost veel tijd, zéker wanneer de dienaren van het Woord in twee diensten moeten voorgaan in eigen gemeente. Daarom is het toe te juichen, als er ruiling plaats vindt.
Maar de dienst bestaat uit méér dan een preek. Er is behalve de dienst des Woords ook de dienst der gebeden. En we zingen samen in de gemeente. Dat zingen is lofprijzing en dankzegging, gebed en smeking.
Nu hoor je nogal eens spreken over éénmansbediening. Immers, de man, die preekt, gaat ook voor in het gebed. Hij geeft de psalmen en gezangen op, die worden gezongen.
Maar wordt niet veel te gemakkelijk alles maar aan tie éne man overlaten?
Ik geniet het voorrecht, na mijn emeritaat nog dikwijls te mogen voorgaan in de diensten. Uiteraard in verschillende gemeenten.
Dan constateer je toch wel een groot verschil tussen de ene en de andere gemeente in de voorbereiding voor de samenkomsten op de zondag.

Preekverzoek
Je krijgt heel vaak telefonisch een ,.preekverzoek". Soms wel voor een zondag over een half jaar of acht of negen maanden. Je neemt het verzoek aan. De week vóór de bewuste zondag is aangebroken en je hoort niets. Zou ik me vergist hebben? Zaterdag toch maar even bellen: Heb ik het goed, dat ik morgen bij u zou preken? Antwoord: ja zeker, ik zou u vanavond nog bellen over de liturgie.
Neemt de organist nog contact op met mij? Nee, die ziet het mogenochtend in de kerk wel!
Gelukkig gaat het meestal beter.

Veel kerken herinneren je één of twee weken tevoren aan de toezegging om te komen preken; schrijven je, waar de dienst wordt gehouden en hoe laat de diensten beginnen.
Soms wordt een plattegrond van de gemeente ingesloten, waarop staat aangegeven, hoe je het beste de kerk kunt bereiken.
En je wordt goed op tijd gebeld voor de liturgie.
Een enkele maal neemt de organist telefonisch contact op, omdat hij zich graag duchtig voorbereidt op de dienst. Dankbare herinneringen heb ik aan enkele gemeenten, die ik mocht dienen, wat betreft de samenwerking met de organisten.
Vaak zijn het de vakmensen, die er extra werk van maken. En is de samenkomst van de HERE met Zijn volk niet alle moeite waard?

Laat ik nu maar doorgaan met het punt van de

Gemeentezang
Ook wat dat betreft, is het in de Ned. Geref. Kerken niet: koekoek één zang. De variatie is groot.
Hier een staalkaart:
- we zingen alle psalmen uit de oude berijming; idem, maar voorlopig één psalm per dienst uit de nieuwe berijming;
- we zingen uit beide berijmingen, zo ongeveer half om half;
- we zingen 's morgens uit de nieuwe en 's middags uit de oude berijming;
- uit het liedboek voor de kerken wordt de op de landelijke vergadering voorgestelde selectie gezongen;
- we zingen uit het liedboek voor de kerken; de psalmen worden dus in de nieuwe berijming gezongen; van de gezangen mag de voorganger laten zingen wat hij wil, maar hij wordt geacht bij zijn keuze te letten op twee criteria: zingbaarheid en goede inhoud.
Hier en daar treffen we nog een ontstellend conservatisme aan.
Daar schijnt men nog het zingen uit de oude berijming te zien als een bewijs van trouw aan de Waarheid.
Nu heeft K. Schilder al in 1927 geschreven over "onze psalmberijming".
Hij beperkte zich bij zijn onderzoek tot de eerste 20 psalmen.
Hij schreef: we hebben die min of meer onder de bril gelegd; niet eens onder de loupe. Hij oordeelde: We vertreden geen “heilig"
verleden, als we deze psalmberijming aan de antiquiteitenkast prijsgeven. We moeten niet nog langer vrede hebben met het "staatscreatuur", dat zich aan Davids psalmen, aan Israëls lyriek en profetie vergrepen heeft.
In de jaren veertig ging een groep gereformeerde belijders, met bijzondere interesse voor psalmberijming, een werkverband aan, met het doel te komen tot een waardige vervanging van die van 1773. Het resultaat van veler belangloze arbeid is het Psalter 1980, dat m.i., meer aandacht verdient dan het krijgt.

Alleen de psalmen zingen?
Mogen we in de kerk alleen uit het boek der Psalmen zingen? Ook al hebben we een beste berijming, dan snijdt die bewering geen hout. Ze is ook nooit te gronden op de Schrift.
Hier moge ik nog eens herinneren aan Kol. 3 : 16 en Ef. 5 : 19, waar gesproken wordt van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Er is geen reden om hierbij uitsluitend aan het Psalmboek te denken.
Geestelijke liederen zijn van de Geest vervulde liederen; liederen zoals de Geest ze geeft. Die vinden we ook in andere gedeelten van het Oude cn Nieuw Testament.
Denk b.v. voor wat de lofzangen betreft, aan die uit Luk. 1 en 2, en voorts aan Ef. 5 : 14; 1 Tim. 3 : 16 en verschillende hymnen uit de Openbaring.
Het is toch al te dwaas te denken, dat we zulke gedeelten van de Schrift niet zouden mogen zingen in de samenkomsten van de gemeente.
Ook afgezien van de liederen, die in de Schrift voorkomen, zijn er toch nog wel andere liederen, die we voluit geestelijke liederen kunnen noemen.
Er zijn ook on-Geestelijke liederen.
Die moeten we niet zingen.
Ze zijn ook te vinden in het liedboek voor de kerken. Maar zingen uit dat liedboek betekent immers niet, dat we al die 491 liederen voor onze rekening nemen?
Wie heeft ooit álle berijmde psalmen laten ringen? Daar waren er ook onder, die je nooit opgaf.
Soms vanwege de onzingbaarheid.
Soms ook vanwege de inhoud, niet van de psalm, maar van de berijming.
We hadden trouwens al 29 gezangen.
Van die 29 zijn er, die ik nog nimmer heb opgegeven. Die bundel was bepaald geen succes, al zijn er ook goede liederen bij, die we graag zongen. Daar zijn er ook van in het liedboek te vinden.
We zongen dus al uit het liedboek want Gez. 18 : 1 en 4 (van de 29) is liedboek no. 259; gezang 27 is lied 291; gezang 29 is lied 257.

Liedboek
Ik ken geen enkele kerk onder ons, waar men zonder goede onderscheiding uit het liedboek zingt. In de meeste gevallen wordt er uit gezongen overeenkomstig de voorgestelde selectie van de L.V. 1981.
Toch staan we, hoop ik, wel zó in de christelijke vrijheid, dat we ons niet slaafs binden aan deze selectie.
Ook die is critisch te bezien.
Zoals trouwens alle mensenwerk.
Volmaakte lofzangen zullen we zingen in het nieuwe Jeruzalem.
Waarom zou b.v. lied 110 niet zijn opgenomen in de selectie? En lied 402, waarop naar ik meen ds Amelink onlangs wees? Voor mijn besef beide zeer schriftuurlijk en ook niet onzingbaar. Ik noem slechts een paar voorbeelden.
Tenslotte zou ik willen wijzen op wat br. H. R. S. van der Veen in ons blad van 24-9-82 schreef over liturgie en gemeente. "Men geeft slechts verzen op in de dienst, terwijl naar mijn overtuiging de psalmen en gezangen als gehelen dienen te klinken. Zijn ze daarvoor te lang, dan dient een verantwoorde keus gemaakt te worden, die de strekking van het lied weergeeft."
Hij wijst in dat artikel ook op beurtzang. Dat zou ik graag onderstrepen.
Uit ervaring weet ik, hoe mooi het is, als je drie verzen laat zingen als volgt: 1. mannen, 2. vrouwen, 3. allen.
En laten we de muziekinstrumenten niet vergeten. Sommige jongeren doen met hun instrumenten zulk verdienstelijk werk in de eredienst.
In het O.T. een muziekcorps van 288 man en een zangerskoor.
En we zeggen dan, dat wij als gemeente van het Nieuwe Testament nog rijker zijn. Laat dat dan ook in het gebruik van instrumenten maar uitkomen. En laten we niet bang zijn voor koren. Ook niet voor een koor van kinderen nu en dan. Onlangs maakte ik dat mee in een intreedienst. Heerlijk, die enthousiaste zang uit kindermonden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief