Apeldoorn

1983-05-27
  • Jaargang 27
  • nummer 21

Apeldoorn

Als deze plaatsnaam in onze kring valt, gaan de gedachten direct uit naar de Theologische Hogeschool van de Chr. Gereformeerde kerken, die daar is gevestigd. Eveneens naar vele jongelui uit onze gemeenten, die daar studeren of gestudeerd hebben. Wat 'Kampen' voorheen voor ons betekende, is 'Apeldoorn' thans in Chr. Gereformeerde kring.
Toen ik onlangs het boek 'En toch niet verteerd' besprak, wees ik op de daarin opgenomen bijdrage van prof. dr W. van 't Spijker over 'De Theologische Hogeschool', een hoofdstuk dat nader bezien waard was. Welnu, laten we dit thans doen, zij het dat het dan maar om één facet gaat.
Bij het samengaan van de kerken uit de Afscheiding (1834) met die uit de Doleantie (1886) - in 1892meende een aantal terzijde te moeten blijven staan, om Christelijke Gereformeerde kerk te kunnen blijven. Dit aantal nam in de loop van de jaren toe.
Reeds direct kwam in hun midden de vraag naar de mogelijkheden van opleiding tot predikant aan de orde (1893) Immers waren in die kring niet meer dan vier predikanten beschikbaar. Maar hoe moest die opleidingstaak door de kerken volbracht worden? Je moest daar toch mensen voor hebben en het moest ook duidelijk zijn, hoe een studiepakket samen te stellen. De broeders, in synode bijeen, besloten tot het stichten van een speciale onderwijsinstelling: een theologische school van de kerken.
In de uitvoerige discussies, zowel ter synode als in de pers, kwamen twee aspecten van de opleiding naar voren en wel

a. de noodzaak van een wetenschappelijke opleiding en
b. de eis "dat men deugdelijk rekenschap zou kunnen geven van de genade van God, aan de ziel bewezen" (later is daaraan toegevoegd "de zekerheid van goddelijke roeping").

Zoals veelal gebeurt: de één beklemtoonde dit en de ander dat aspect. Er was ook - en dat is achteraf heel duidelijk aanwijsbaar - een zich afzetten tegen de verenigde (Gereformeerde) kerken en bijzonder tegen de opleiding aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, "die domineesfabriek van Kuyper".
Het is de vraag, of de harmonie tussen die twee zo sterk verschillende facetten van de opleiding wel ooit is gevonden. In de gememoreerde bijdrage van prof.
Van 't Spijker tref je daar, jammer genoeg, ook geen oplossing voor aan. Wel wordt duidelijk dat velen van mening waren, dat de verbinding zou liggen in een goede beoefening van de gereformeerde theologie. Immers, dan zou het wetenschappelijk gegarandeerd zijn en gegeven het onderwerp-van-studie zou ook "de bevinding" tot haar recht kunnen komen, De vraag is dan wel of dit echt zo is? Is het zo eenvoudig? Uit het bewuste hoofdstuk blijkt wel wat anders. De schrijver citeert vrij veel uit oude kerkelijke rapporten, doch schetst daarnaast ook wat er in de tijd ná 1892 in Apeldoorn en in de Chr. Gereformeerde kerken leefde. Ik citeer daarvan een aantal uitspraken:

- Echte theologie is de wetenschap om voor God te leven.
- ... dan zal de wetenschap in dienst gesteld worden van deze kennis Gods.
- de opleiding (wordt) dienstbaar gemaakt aan de beoefening van de Gereformeerde Theologie.
- wanneer men de beoefening van de theologie als wetenschap losmaakt van de kerk 'als instituut' heeft men een breuk geschapen met een grondovertuiging van de Reformatie.
- De theologie wortelt in de gemeente.
Zij is een wetenschap die een vertrekpunt heeft in het Lichaam van Christus en die ook gericht is op dienst aan zijn gemeente.
- Wat is theologie zonder gemeente?
En wat is de gemeente zonder theologie?
- Daarmee bedoelen we niet, dat de theologie in Apeldoorn iets eigens, iets van eigen snit zou zijn. Immers de theologie, die hier wordt gezocht is de gereformeerde theologie, zoals deze door het kanaal van de gereformeerde traditie tot ons komt. Men staat verbaasd hoe modern deze klassieke theologie is, hoe katholiek zij wil zijn in de confessionele zin van het woord, zoals de kerk dit iedere zondag belijdt: ik geloof ... In die zin is de gereformeerde theologie algemeen christelijk; d.w.z. geheel en al ontleend aan Hem die de Christus Gods is.
- ... aarzelen we niet, wanneer we, om iets van het eigene van de gereformeerde theologie aan te geven, denken aan de oude woorden: Theologie voert tot God, doet God kennen en wordt door God onderwezen.
Om met het laatste te beginnen: er is geen theologie, dan die wij leren in de school van de Heilige Geest.
- Ten diepste is God niet het object van de theologie. Hij is er het subject van. Niet dat wij God kennen, veel meer dat wij door God gekend zijn, is het grote geheim van de genade ...
In dit onderwerp komen de diepe vragen van de verhouding van geloof en wetenschap, religie en theologie aan de orde.
.. In deze thematiek vinden we iets eigens, zo men wil van de theologiebeoefening in Apeldoorn.

Wat hierboven is gegeven, kan niet zonder meer gelden als de kenschetsing van het werken in Apeldoorn.
Het tekent echter m.i. wel de situatie. Een die veel bedenkingen en vragen oproept. Méér dan in het bestek van deze bijdrage beantwoord kunnen worden.
Maar wel vragen van diep ingrijpende betekenis. Bijvoorbeeld naar het verband tussen Gods Woord en de theologie, tussen geloof en theologie, kerk en theologie, tussen theologie en andere wetenschappen.
En ook de vraag: wat nu precies te verstaan onder "theologie"?
Op dit alles is in de loop van negentig jaar, althans volgens het verhaal van prof. Van 't Spijker, geen bevredigend antwoord gevonden.
Je kunt je zelfs afvragen of de broeders deze problematiek wel onderkend hebben, resp. of ze haar wel aan de orde willen stellen.
Duidelijk is wel, dat theologie = wetenschap, derhalve tijdgebonden is. Ze vergaat, zoals zoveel mensenwerk.
Maar het Woord Gods blijft, dat verduurt de eeuwen (1 Petr. 1 : 25).
Theologie = mensenwerk, is dus 'ten dele', gebonden aan 'opvattingen' waarvoor je kunt discussiëren.
Het Woord Gods komt met macht, we moeten ons daaronder buigen en doen, wat het gebiedt.
(Hebr. 4 : 12; 1 Cor. 10 : 11) De gemeente belijdt, bijzonder tegenover velerlei dwalingen, haar geloof. De theologie echter ontwikkelt 'systemen', misschien wel redelijk goede, maar vaak ook minder goede en ook slechte.
Tenslotte: de gemeente gelooft haar Heer, die spreekt. Dat geldt ieder in de gemeente. Maar de beoefening van de theologie is voor enkelingen weggelegd, die deswege niet 'meer' zijn dan de anderen.
De wijsheid van Gods Woord is ook ieder toegezegd, we mogen er met psalm 119 om bidden. Het theologisch werk is voor specialisten, net zoals b.v. het medische werk.
Elke opleiding tot de dienst des Woords zal worstelen met de aangegeven problemen (en met nog veel meer). Zien we in eigen kerkelijk verband deze zaken onder ogen? Te wensen is, dat we allen goed onderscheiden, om niet te struikelen in de valkuilen van wetenschapsverheerlijking, dan wel in het opzien tegen de theologie, te veel van haar verwachten en haar vèr boven alle andere studierichtingen stellen.
De gemeenten (ook de Chr. Gereformeerde) hebben mannen nodig, die de tijd verstaan, de situatie van de gemeente zien en vanuit en mèt Gods Woord de gemeenten kunnen voorgaan, het zwaard van de Geest hanterend.
Dat zij daartoe op wetenschappelijk niveau bekwaamd moeten worden, is buiten kijf.
Tenslotte, voor wie zich verder in deze problematiek wil verdiepen, kan ik het boek "De reformatie van het calvinistisch denken" ('s-Gravenhage, 1938) aanbevelen, speciaal het door A. Janse gegeven hoofdstuk .Dogmatiek als wetenschap en hare wijsgerige motieven".
En voorts ook "Ambt en opleiding", door A. M Lindeboom (Goes, 1940).


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief