"Inkeer en Omkeer"

1983-05-27
  • Jaargang 27
  • nummer 21
Het is omstreeks een halfjaar geleden dat een rondzendbrief werd verspreid.
Die brief ging over de grote problemen in de wereld van nu, en over de vraag in hoeverre wij christenen daaraan mede schuldig zijn. Inmiddels zijn er op het aangegeven correspondentieadres circa 650 reakties binnen gekomen.
Reakties vooral van instemming en bemoediging.
Uit deze kring zijn door ons een dertigtal mensen afzonderlijk aangeschreven, die inmiddels met elkaar een tweetal gesprekken hebben gevoerd over de vraag hoe we het beste konden voortgaan.
Het waren twee opbouwende en intensieve ontmoetingen, mede omdat hier christenen uit allerlei delen van de nederlandse christenheid bij vertegenwoordigd waren: Rooms-Katholiek, Hervormd, verschillende "soorten" Gereformeerd, Baptist, Leger des Heils, mensen uit Evangelische, Pinkster- en Charismatische groeperingen.
Gezamenlijk waren wij bij die bijeenkomst onder de indruk van de grote moeite, waarin ons volk vandaag gekomen is: dreiging van vernietiging, overmacht van de moderne techniek, toenemende verspreiding van volks- en welvaartsziekten, toenemende werkloosheid, en vergiftigde natuur om ons heen. Keer op keer uitbarstend geweld op de straten van onze steden. En vooral zo angstig weinig vragen naar God en Zijn wegen.
Gezamenlijk waren we er diep van overtuigd, dat die moeiten niet op zichzelf staan. We dragen er de verantwoordelijkheid voor, ze gaan terug op onze eigen schuld. Een schuld, die ook moet worden beleden, temidden van ons volk. Want we hebben vertrouwd op het werk van onze eigen handen.
We hebben de Wet en het Evangelie van onze Heer vleugellam gemaakt, en soms ook krachteloos door onze daden. We hebben het getuigenis van Christus in deze wereld uiteengerukt en verdoezeld. We zijn verstrikt geraakt in onze eigen onderlinge verdeeldheid. We zijn met een grote boog heengelopen om wat we de armste mensen en volken in deze wereld in het verleden hebben aangedaan en nog steeds aandoen.
We hebben in naam van de veiligheid de wereld onder bedreiging van nucleaire vernietiging gebracht. We hebben het volk Israël steeds zo gemakkelijk in de steek gelaten en laten het mogelijk opnieuw in de steek als het er op aankomt.
"Tesjoeva" d.w.z. inkeer en omkeer, het enig mogelijke antwoord dat past bij de schuld, waarover we spreken. Een schuld zowel van ons zelf - christenen vandaag - als van onze vaderen.
Gezamenlijk zijn we ervan overtuigt dat het juist nu van de allergrootste betekenis is dat we geloven in één God, die lééft. Nu onze wegen zijn doodgelopen, nu er geen kruid meer lijkt te zijn gewassen tegen de bewapeningswedloop en al die andere kwalen en problemen, nu worden we als het ware toegedrongen naar de enige weg die nog openstaat: een roepen om uitredding door de Levende, de Eeuwige. "Scheur uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Here, uw God.
Vergadert het volk, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen. Wie weet of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven." Aldus de profeet Joël tot zijn volksgenoten in Israël.
"Wie weet?" Dat moeten wij nazeggen, want we hebben de zegen verspeeld. We hebben ook als volk geen recht meer op Zijn gunst, Zijn uitredding, Zijn herstel.
Maar we weten één ding heel zeker en dat willen we zeggen als eenheid temidden van een gebroken christenheid: De arm van de Heer is niet te kort geworden om ons ook nu te kunnen genezen en te kunnen verlossen, als Hij dat wenst. Hij kan wegen banen, waardoor de toekomst opengaat. Hij kan de morgen laten aanbreken door de nacht heen.
Gezamenlijk willen we hardop zeggen en laten horen aan iedereen: dat we liever op Zijn weg ons vertrouwen stellen dan op het meest moderne wapentuig, de knapste doktoren, de briljantste deskundigen of de wijste commissies.
Hoe komen we tot een dieper besef van de omvang en reikwijdte van de schatten, van wijsheid en kennis, die er zijn in Christus Jezus. Niet alleen voor mensen individueel, maar ook voor volken en samenlevingen als geheel. Niet alleen redding van de ziel, maar ook van het lichaam.
Niet alleen herstel van ziekten, die ons teisteren, maar ook van ekonomische plagen en milieurampen, niet alleen verzoening met God, maar ook verzoening tussen mensen, niet een vluchtweg naar boven, maar een uitweg naar voren. Het appèl van Joël heeft voor ons diepe betekenis.
Maar nu willen we opnieuw op de Here bouwen. Ons geloof willen we in Hem belijden in het midden van de wereldnacht.
Wie weet, keert Hij Zijn gezicht naar ons toe. Wie weet, vergeeft Hij ons, en geeft ons Zijn vrede.
Of, zoals de profeet het zegt: "Toen nam de Here het op voor Zijn land en Hij kreeg medelijden met het volk."
U zult wel begrijpen, waar deze brief nu op uitloopt. We willen u oproepen, uit de verstrooiing van onze christenheid, tot een gezamenlijke dienst van verootmoediging, om schuld te belijden voor en temidden van ons volk. De Levende Heer kent onze motieven, die we dan ook niet breed behoeven uit te stallen. We willen ons vertrouwen in Hem uitspreken.
Graag nodigen we u uit voor een bijeenkomst in de Geertekerk te Utrecht op 10juni 1983.
om 17.30 uur zal de kerk open zijn.
Om 18.00 uur zal Prof. dr B. Goudzwaard praten over christelijke hoop in de wereld van nu, waarna om 19.30uur een gebeds- en verootmoedigingsdienst gehouden zal worden.
Na afloop van de dienst (plm. te 20.45 uur) volgt een gezamenlijk gesprek over wat ons in de praktijk te doen staat.
Vriendelijke groet, namens het Comité Rondzendbrief, Dr B. Goudzwaard Drs J. van Barneveld.
Secretariaat: "Comité Rondzendbrief", Columbusstr. 68, 3722 KP Barneveld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief