Wat is het wezenlijke verschil tussen zegenen en dopen?

2008-12-19
  • Jaargang 52
  • nummer 25
Ik ben geen theoloog en ga dus niet proberen om exegetische argumenten naast elkaar te zetten, dat laat ik graag over aan anderen. Ook bedoel ik met mijn reactie geen 'eens' of 'oneens' uit te spreken. Maar ik zou het op prijs stellen als ds. Mudde op onderstaande punten publiek zou willen ingaan, ter verduidelijking van zijn betoog.

- In het eerste artikel wijst ds. Mudde op het risico dat met niet-gedoopte kinderen in de gemeente anders wordt omgegaan dan met gedoopte kinderen: ongedoopte kinderen die er dan eigenlijk niet helemaal bij zouden horen. Ik weet niet of de kans hierop erg groot is, maar als dat zo is, dan ligt dáár voor de kerkenraad/ predikant een forse opgave.
Naar de gereformeerde leer is het sacrament immers (alleen maar) een teken en zegel: het toont en bevestigt iets wat er al is. Voor de kinderen in de gemeente geldt dat ze al vanaf hun prilste begin in Gods verbond zijn begrepen. Inhoudelijk voegt de doop daaraan niet toe. Het mag daarom niet voorkomen dat er in de kerk ten aanzien van gedoopte en ongedoopte kinderen met twee maten wordt gemeten. En als dat wel voorkomt, dan is toch niet gedoopt of ongedoopt zijn het punt, maar de onjuiste betekenis die kennelijk aan het doopsacrament wordt gehecht? Ik meen daarom dat ds.
Mudde ten onrechte het door hem gesignaleerde risico betrekt in zijn motivering van 'ruimte voor een kinderzegen'.

- Ds. Mudde vindt dat het verzoek om het kind op te dragen en te zegenen in plaats van te dopen, door de ouders wel goed gemotiveerd moet zijn. Maar onduidelijk blijft wat dan acceptabele motieven daarvoor zouden kunnen zijn. En geldt het dan niet ook omgekeerd: dat de ouders dan ook acceptabele motieven moeten hebben om de kinderdoop af te wijzen? Ik meen dat in de artikelen de vraag onderbelicht blijft waarom sommige ouders kiezen voor het opdragen in plaats van dopen van hun kleine kinderen. De keuze voor het één is toch tegelijk de keuze tegen het ander?

- Ds. Mudde geeft in de inleiding van zijn derde artikel als voorwaarde dat er bij ouders die voor het opdragen en zegenen kiezen, wel respect voor de kinderdoop moet zijn. Maar onduidelijk blijft wat hij daarmee bedoelt. Respect in de zin van ‘jij jouw mening en ik de mijne, maar overigens even goede vrienden’? Of bedoelt hij met 'respect' méér dan dat?

- Waarin zit volgens ds. Mudde het wezenlijke verschil tussen opdragen en zegenen enerzijds en dopen anderzijds van jonge kinderen? Is er in beide gevallen sprake van belofte van God (zegenen) en belofte van de ouders (opdragen)? Is het verschil dan alleen dat het symbool van schoonwassen, het water, ontbreekt? Of is er meer?

Klaas Rus is lid van de NGK Amersfoort- Noord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief