Geloven - wat is dat?

1983-06-10
  • Jaargang 27
  • nummer 23
Regelmatig verschijnen er boeken en brochures, waarin een poging wordt gedaan bovengestelde vraag te beantwoorden.
Dat laat zich wel verstaan. Een mens kán namelijk niet zonder geloof. Ongeloof is eigenlijk niet te omschrijven als: geen geloof, maar als vals geloof. Nu spreek ik in doorsnee liever over geloven dan over geloof.
Daar zit meer dynamiek in.
Ook het christelijk geloven kent een bepaalde ontwikkeling.
Door de omgang met de Bijbel krijg je verlicht door Gods Geest steeds meer inzicht in Gods bedoeling met de wereld, de kerk en je eigen leven. Geloven is niet iets, dat zich afspeelt aan de rand van je aards bestaan en het is ook niet te lokaliseren in het centrum van je leven. Nee, geloven is betrokken op de totaliteit van je leven. Het is een levenshouding, die zich tevens in daden uit.

Uit een katechisatieboek
Bij de wekelijkse voorbereiding van de katechisaties gebruik ik o.a. het boek van Dr E. de Vries en Dr B. Wentsel, getiteld: "Samen op weg naar mondig geloven". (Uitgave van Kok te Kampen). Daarin komt ook een hoofdstuk voor, dat handelt over: Geloven - hoe doe je dat? Het biedt een weergave van de verschillende manieren waarop de Bijbel over geloven spreekt. Wij ontlenen daaraan enkele kerngegevens: Geloven is vertrouwen. De mens, die in God gelooft, geeft zich onvoorwaardelijk over aan de HERE en aanvaardt zijn beloften, We vrinden dat bij Abraham, die zijn leven door het betrouwbare Woord van zijn Zender laat bepalen.
Hij zegt amen op Gods toezegging en krijgt van de kant van zijn God te horen, dat hij zo op een juiste wijze als kind van God, als mens, funktioneert. Hij houdt God voor een eerlijk Man zoals Kohlbrugge het uitdrukte. Dat alles krijgt met name gestalte in het Kerstfeit. Een kind rong eens op het Kerstfeest: Gods belofte wordt EERlijk, in plaats van Heerlijk vervuld. Zo stónd het er niet, maar het was wel volkomen wáár!
Geloven is nader te definiëren als een kennen. En dan wordt niet gedacht in de richting van een intellektuele kennis in de eerste plaats. Al hoort dat er wèl bij!
Want niemand kan zeggen: Je behoeft niets te weten van God als je maar gelooft, dat Hij bestaat, dat is meer dan voldoende. Nee, we zullen graag veel willen te weten komen van God. Maar het geloven gaat niet op tin bet verzamelen van kennis, die we in ons geheugen opsluiten. Kennen van God betekent meer een kennis hebben AAN dan een kennis hebben IN God. Als een jongen kennis heeft gekregen aan een meisje veronderstelt dat niet, dat hij allerlei statistische gegevens omtrent haar familie heeft verzameld, maar wordt daarmee aangeduid, dat hij betrokken is op haar persoon. Dat is een zaak van liefde! Geloven is Jezus Christus als Gods Zoon, die Mens werd voor ons, leren kennen, Hem erkennen als de Heiland der wereld en als je persoonlijke Zaligmaker, met Hem verbonden zijn en vruchten der liefde dragen. Geloven is voorts gehoorzamen. Gods geboden en beloften maken ons als mensen aktief. Abraham ging gehoorzaam op de weg ronder dat hij exact het reisdoel wist. (Hebr. 11 : 8). Gelovige mensen spréken niet alleen de waarheid, sómmen niet slechts een aantal waarheden óp, maar doén de waarheid (Joh. 3 : 20). Geloven is ook zeker zijn.
Dat werkt zo bevrijdend in een samenleving waarin zoveel dingen op losse schroeven worden gezet.
De hoogste wijsheid schijnt bij veel mensen te zijn, dat ze iets niet zeker weten. Gelovigen worden vaak versleten voor eigenwijze mensen. Zij houden dwars tegen alle weerstanden en beweringen van het tegendeel in vol, dat ze bepaalde dingen vast en zeker weten. Die wetenschap ligt nooit verankerd in het hier en nu, in wat zich thans allemaal afspeelt op het wereldtoneel. Nee, zij trekken zich op aan Gods beloften.
De Bijbel is te typeren als het Boek van de Belofte. Drie B's!
De betrouwbare God speldt ons niets op de mouw. Noach was er heilig van overtuigd, dat het gericht komen zou, want zijn God had het duidelijk gezegd. Dáárom bouwde hij de ark (Hebr. 11 : 7).
Paulus wist, dat het lijden van de tegenwoordige tijd als niet te ontkennen realiteit niet het laatste woord heek De weegschaal van het lijden slaat door naar de heerlijkheid in de toekomst (Rom. 8 : 18). Hij was ervan verzekerd, dat mets hem zou kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. (Rom. 8: 38, 39).
Men kan zich verder afvragen in dit verband of aan de twijfel een legitieme plaats in het geloofsleven mag worden gegeven. Er zijn er, die stellen, dat de twijfel wezenlijk bij het geloven hoort. Wie nooit getwijfeld heeft, heeft ook nog nooit echt geloofd, zo hoor je dan van bepaalde zijde zeggen.
Maar is een dergelijke visie gefundeerd in het bijbels getuigenis?
Het kan duidelijk zijn, dat de twijfel niet wezenlijk bij het geloof hoort. Geloven is zeker weten en twijfelen is juist het omgekeerde daarvan. Iets anders is, dat een gelovige wel eens last kan hebben van twijfels. Maar als een christen vanwege zijn onvolkomenheid in de ontplooiing van zijn geloofsleven wel eens belaagd wordt door de twijfel, betekent dat uiteraard nog niet, dat twijfel als christelijk valt te typeren.
Geloven is ook verwachten. Hebr. 11 is daar vol van. De gelovigen verwachten van hun God als de Almachtige alles. Hij biedt een volheid van kracht aan zijn volk, zo lees ik aan het eind van Psalm 68. Geloven lis ook verwachten in de zin van: betrokken zijn op de toekomst. Het christelijk geloof verwacht de Christus in zijn terugkomst naar deze wereld om het definitieve oordeel te vellen over alle mensen van alle eeuwen, zowel de levenden als de doden.
Zo is het geloof noodzakelijk voor het verkrijgen en bezitten van de zaligheid om zo eeuwig de volle gemeenschap met God te genieten.
Uiteraard zijn we in het opsommen van verschillende facetten van het echte geloven lang niet volledig geweest, maar we menen toch wel essentiële elementen van het christelijk geloof te hebben belicht.

Gave en opgave
Het geloof kun je de ander niet geven, hoe graag je dat soms ook zou willen. Het geloof is een gave!
Het is een kreatie van God, die haar oorsprong vindt in de hemel.
De farizeeën in Jezus' dagen stonden er anders tegenover. Zij deden eigenlijk alsof je in dat geloven een bepaalde kursus kon volgen. Zij verhieven zich tot een bestuur, dat de diploma's uitreikte.
Gebod op gebod en regel op regel. Maar de Here Jezus geeft te kennen, dat men op een heel andere wijze deel krijgt aan het heil, nl. door de Heilige Geest, door wedergeboorte en totale ommekeer naar God toe. Die Geest werkt dóór het Woord en opent de harten vóór het Woord! De wedergeboorte geschiede in de regel door de prediking van het evangelie.
Zo poneerden de vaderen het reeds. Wil ik geloven en blijven geloven, dan moet ik mij nooit en 'te nimmer onttrekken aan het lezen van de Bijbel en aan de wekelijkse erediensten. Zó gaat de Geest te werk! Via de letters, gedrukt op dat papier van dat bewuste Bijbelexemplaar, komt de Geest naar ons toe.
Via de mond van de verkondiger van de blijde boodschap benadert de Geest ons in de samenkomsten van de gemeente waar de prediking centraal staat. Calvijn waarschuwt ons, dat we ons daaraan niet moeten ergeren. Déze manier heeft God verkoren om ons met Hem in het allernauwste kontakt te brengen. En Luther heeft opgemerkt: "Zonder het uiterlijk Woord gaat het niet en de Heilige Geest weet heel goed hoe Hij dat Woord in ons hart in herinnering moet brengen en nieuw leven in moet blaren, al zou het ook tien jaar geleden zijn, dat we het gehoord hebben. Dat is een troost!"
Zo gaan we tevens verstaan, dat dat geloof niet alleen een geschenk, maar ook een opdracht is. De HERE vraagt het, eist het van ons om in Hem te geloven. Maar Hij vraagt dat van ons niet, opdat wij uit onszelf een vertwijfelde en krampachtige poging zouden ondernemen onszelf aan dat geloof te helpen. Dan praat je jezelf een bepaalde vorm van geloven aan.
Luther waarschuwde in dat kader ernstig voor een eigengemaakt geloof. Dat breekt je bij de handen af en doet je belanden in de handen van de duivel, die dan lekker in zijn vuistje lacht. De HERE aksentueert de eis tot geloven, opdat wij daarmee naar Hèm zouden toegaan, die de God is van belofte èn eis! Want Hij belooft ons te zullen geven wat Hij van ons vraagt. Hij staat ons toe om zo op Hem een appèl te doen. God geeft daartoe permissie! Zo gaat dan ook van onze kant het Verbond, dat de HERE met ons sloot en dat via de H. Doop aan ons voorhoofd werd verzegeld, op de juiste manier funktioneren. Het geloof is dus zo een dynamische kracht hij een ontvangend orgaan.
Hier valt de nadruk zowel op Gods verkiezende liefde als op onze menselijke verantwoordelijkheid. Onze kale logica zegt: Dat kán niet.
Want van tweeën één: of ik doe het en dan hoeft God het niet te doen, of God doet het en dan behoef ik het niet te doen. Zo redeneren veel mensen ook in ons goede vaderland nog steeds, mensen, die bij de Bijbel zijn grootgebracht.
Zij komen er soms zelfs als ze stokoud geworden zijn, nog niet van los. Maar het is niet één van beide waar, het is allebei waar!

Meer dan één dimensie
Het geloofsleven heeft meer dan één dimensie. God neemt Zichzelf ernstig, maar Hij neemt ook de mens au sérieux. "Ik wantrouw elke theologie en elk geestelijk leven, die deze spanning niet kennen en met de kale logica de ontspanning van het of-of hebben teweeggebracht.
Wat zou u zeggen wanneer een groep mensen een hele avond zat te bekvechten over de vraag waar het licht vandaan komt: van de elektrische stroom of uit het lampje? Een onvruchtbare woordenstrijd. Het is niet óf-óf, maar én-én. Wat is de stroom in de leiding en zelfs in de elektrische centrale zonder een lampje? Duisternis!
En wat is het lampje zonder elektrische stroom? Duisternis!
En nu zegt de ene dwaas: het is de stroom, en de andere dwaas: het is het lampje. Maar beide dwazen zitten niet in het Hebt van het evangelie, maar in de duisternis van het kale logicisme." (Ds. J. Overduin: "Niet ik, maar Hij" Kok, Kampen, 1971, pag. 146).
Van daaruit gaan wij des te beter verstaan een Paulinische tekst als Filippenzen 2: 12, 13: "Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt."
Luther heeft eens geschreven: "Het geloof is een onrustig ding."
Het geloof staat namelijk voortdurend onder hoogspanning, het kent zijn hoogten en zijn diepten.
Dat komt ook, omdat het geloven zich niet afspeelt in een apart afgesloten kamertje van je menselijk bestaan, al wil een anti-diskriminatiewet ons wel dwingen op een dergelijke tour te gaan. Nee, het grijpt je hele persoon aan en betrekt zich op je hele leven. Het komt uit in de manier waarop je werkt en de werkloosheid verwerkt.
Het treedt aan de dag in de wijze waarop je vakantie houdt, aan sport doet, je aan de opvoeding wijdt, politiek bedrijft en je in de maatschappij opstelt. AI zuilen wij ons de uitroep van die vader van een bezeten knaap gericht op de Heiland eigen hebben te maken: "Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!" (Marcus 9: 24b).
Daarmee bedoelde die man in nood: Here, kom mij te hulp in mijn strijd tegen mijn ongeloof!
En zou de Here Christus ook in onze situatie daarop niet uiterst positief reageren? Hij wil en kán en zál helpen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief