Laat baptisten- en pinkstergemeenten ruimte geven aan gereformeerde doopopvatting
2008-12-19
In uw artikelen in Opbouw inzake dopen of zegenen van kinderen koos u een heldere en m.i. ook begaanbare weg: vragen om ruimte voor het uitspreken van de zegen over kinderen wier ouders de kinderdoop niet voor hun rekening kunnen/willen nemen; ook als gepoogd is de deugdelijke papieren daarvoor onder de aandacht te brengen. Ruimte geven ook in die zin, dat het hier niet om een ‘halszaak’ gaat: of een kind gedoopt wordt of gezegend, in beide gevallen wordt de naam ven de Drie-enige over het kind uitgesproken en mogen we geloven, dat het kind, in beide gevallen, in Gods verbond door de geslachten heen, voor Zijn rekening komt.- Jaargang 52
- nummer 25
U wijst er terecht op, dat er de laatste jaren opmerkelijk veel kerkelijk grensverkeer is, wat er o.a. toe leidt, dat medegelovigen van baptisten en/of pinksterhuize de weg naar de (Nederlands) Gereformeerde wereld vinden en andersom. En dat zorgt onvermijdelijk voor wederzijdse invloeden (o.a. het bovengenoemde), sterker nog: tot wederzijdse herkenning en erkenning van waar het op aan komt - kinderen van God willen zijn en volgelingen van Jezus Christus in een steeds meer seculariserende omgeving. En dat is een verademing! We hebben elkaar hard nodig. En daar gaat m.i. toch een schoen wringen: ondanks de wederzijdse eren herkenning hoor ik vanuit de baptisten- en pinkstergemeenschappen uitsluitend de eis aan binnenkomers vanuit (Nederlands) Gereformeerde hoek, zich te voegen in hun kerkelijke opvattingen en overtuigingen. Afgezien nog van allerlei strak geleide groeigroepen binnen die gemeenschappen waaraan men moet deelnemen, moeten volwassenen overgedoopt worden, willen zij volwaardig lid worden van die gemeenschappen. Terwijl zij als pas geborenen de doop als teken van het verbond al hebben ontvangen!
Zou het niet wijs zijn als Nederlands Gereformeerde kerken met de baptisten- en pinkstergemeenten in contact te treden om te zien of ook daar diezelfde ruimte en erkenning gegeven kan worden, waar u voor pleit in uw artikelen? Misschien eerst op plaatselijk niveau, later uitgebreider?
(Bovenstaande is overigens geen pleidooi om de theologische verschillen die er wel degelijk bestaan tussen genoemde kerkgenootschappen, te verdoezelen).
Johan de Groot is lid van de NGK Groningen.