Ontgoocheling onthuld
1983-06-10
Ontgoocheling onthuld - Jaargang 27
- nummer 23
De Jehova's getuigen blijven boeien, al was het alleen maar door hun niet-aflatende ijver en hun onverstoorbare vriendelijkheid.
Wat bezielt die mensen toch, dat ze door weer en wind hun boodschap aan iedere deur trachten te slijten? Vormt hun inzet en volharding om mensen ertoe te bewegen ook een 'getuige van Jehovah' te worden, niet een beschamend voorbeeld voor ons?
Hoe houden ze het vol, om week in, week uit, avond aan avond te besteden aan Wachttoren studies, bijeenkomsten in de koninkrijkszaal, aan prediking... een complete werkweek, bijna? Wat bezielt toch die mensen, die zich 'getuige van Jehovah' noemen? Dát is de centrale vraag in een boek van de hand van de journalist A. P. Wisse (Nederlands Dagblad).
Een trieste geschiedenis Wisse schreef niet zijn eigen verhaal, maar legde de trieste levensgeschiedenis vast van een voormalig Jehovah's getuige: Nico Klein uit Rotterdam.
Je zou zo kunnen zeggen: Wisse voert het woord voor Nico Klein, en vertolkt diens boodschap, diens waarschuwing aan het adres van Jehovah's getuigen, maar vooral ook aan het adres van hen die grote kans lopen 'erin te lopen', misleid door de 'niet aflatende ijver' en 'onverstoorbare vriendelijkheid'.
Die twee eigenschappen kunnen ze toch niet van zichzelf hebben, dat kan toch geen mens opbrengen?
Dus - zo denken velen - dat geloof van een Jehovah's getuige moet toch wel heel diep zitten, en oprecht gemeend zijn. Zou er dan toch niet iets waars, iets echts schuilen in wat de Jehovah's getuigen ons vertellen? Zouden zij dan toch ook niet iets van God's Openbaring hebben beo/gegrepen; zouden zijn toch ook niet kinderen van God kunnen zijn - kinderen met onbegrijpelijke kronkels weliswaar, maar toch ... ?!
Ze lezen toch ook de Bijbel, ook al is het dan in een eigen vertaling - de 'wereld vertaling' - ?! En ook wij hebben toch onze fouten ... ?!
Jehovah's getuigen weten niet, wat geloven is
Als er één ding is, dat ons uit het levensverhaal van Nico Klein duidelijk wordt, is het wel dit: Jehovah's getuige zijn heeft niets - maar ook niets! - te maken met een hartelijk vertrouwen in God, de Here. Voor een Jehovah's getuige is Jehovah zeker wel de Schepper en Voleinder van de geschiedenis.
Maar een trouwe en liefdevolle Vader, die omziet naar Zijn in zonde gevallen (mensen-) kinderen, en die in heilige rechtvaardigheid Zijn Zoon, Jezus Christus, de kruis-dood-ter-verzoening laat sterven... neen, zo is God voor een Jehovah's getuige niet. 'Schepping' jawel! 'Zondeval' - mogelijk? Maar 'verlossing' - nee, daarvan weet een Jehovah's getuige (eigenlijk) niets! Nou ja, hij kan daarover wat inhoudsloze uitdrukkingen ten beste geven, om op die manier bij twijfelende christenen een voet tussen de deur te krijgen, zo niet letterlijk, dan toch zeker figuurlijk.
Slaaf van mensen of van God?
Ik schreef hierboven: 'Wisse vertolkt de boodschap, die Nico Klein heeft'. Ik moet het anders zeggen.
De levensgeschiedenis van Nico Klein zelf is een 'boodschap', zoals ten diepste de levens van alle mensen 'iets te zeggen hebben', 'iets betekenen'.
Die geschiedenis begint al in 1952, als Nico Klein op een bepaald, wat moeilijk moment in zijn leven ingenomen wordt door het verhaal over een nieuwe wereld, die met vriendelijke drang werd verteld door een Jehovah's getuige.
Die geschiedenis vervolgt met het lezen van de Wachttoren, met huiskamerstudies van het 'blauwe boekje', met bezoeken aan de Koninkrijkszaal, met uiteindelijk pioniersdienst in Zeeuws-Vlaanderen (het werk van een evangelist, maar dan met een hol evangelie).
Die geschiedenis eindigt tenslotte, in 1979/80, na vele ups maar nog veel meer 'downs' in pure ontgoocheling..
De vroegere pionier Nico Klein, en zijn vrouw, breken met de Jehovah's getuigen. Terugziende op hun leven constateren ze hoe ze 'gehersenspoeld' zijn, en door een ijzeren regime in het lid gedwongen.
Hoe ze een kleine 30 jaar in een keurslijf hebben gelopen, terwijl ze de mond vol hadden over vrijheid en verlossing.
Aan het slot van het boek zegt Nico Klein het aldus: 'Toen dacht ik dat ik het voor Jehovah deed, maar ik was een slaaf van mensen.
Nu ben ik een slaaf van God, een blijde slaaf, en ik doe het voor de mensen'.
De ontspannenheid, waarmee hij deze woorden spreekt, is een teken ervan, dat hij zich in Christus verlost weet, en als God's kind aangenomen, uit genade!
Geen dorre beschouwing, maar harde realiteit
Wat Wisse in dit boek biedt, is geen beschouwing over Jehovah's getuigen, maar de harde realiteit van het leven van één van die Jehovah's getuigen.