De antroposofie (slot)
1982-02-05
Antroposofie is een wetenschap, die de kosmos en de mens bestudeert. Hierbij richt ze niet alleen haar aandacht op hetgeen wij met onze gewone zintuigen direct of indirect kunnen waarnemen. Zij betrekt vooral in haar onderzoek wat slechts met behulp van vermogens, die in het algemeen eerst nog ontwikkeld moeten worden, waar te nemen is. Zij wil het geestelijke deel van de mens in contact brengen met het geestelijke in de kosmos.- Jaargang 26
- nummer 5
Loosjes.
Wat is Antroposofie, p. 29
Naast zijn universitaire opleiding dient een arts "een persoonlijke scholingsweg te volgen, die hem in staat stelt de mens te kunnen waarderen in al zijn facetten. Deze scholing is gericht op het ontwikkelen van waarnemingsmogelijkheden die buiten het bereik van onze normale zintuigen liggen. Het verkrijgen van een “twede gezicht", het opbouwen van bovenzintuiglijke waarneming, moet de geneeskundige in staat stellen naast de lichamelijkheid ook de ziels- en geestelijke aspecten van de mens te overzien."
van Dijk.
Geneeswijzen, p. 44
Nadat we in vorige artikelen aan bewegingsleer en pedagogiek volgens Steiners inzichten aandacht hebben besteed, moet in dit afsluitend artikel nog worden gesproken over zijn visie op geneeskunst en landbouw. Gids hierbij zullen zijn het al eerder genoemde nuttige boekje van Maria Loosjes en het boek van Dr Paul van Dijk, Geneeswijzen, die ook voor de antroposofische geneeskunst in zijn boek een plek inruimt. Uitgave: Anth. Hermes, Deventer.
Ziekte en genezing
Samenhangen
We beginnen met een paar citaten. Eerst mevrouw Loosjes, die in het voorafgaande over de gebruikelijke geneeswijzen met chemische preparaten heeft gesproken. Ze vervolgt dan: "Langs geheel andere weg zijn de aanwijzingen en richtlijnen tot stand gekomen, die Rudolf Steiner aan de artsen geeft voor het gebruik van medicamenten. Deze berusten op zijn diep inzicht in het wezen van de mens, zowel de gezonde alsook de zieke, in het wezen van de natuurrijken en in de relatie tussen die beide. Vooral de planten spelen hierbij een grote rol. Door het aflezen van het wezen van de plant en door de werking die van een bepaald mineraal uitgaat te zien, ontdekte hij de genezende krachten die in de natuur werkzaam zijn." (24) Paul van Dijk begint zijn verhaal ook met samenhangen te vermelden. Ik citeer (p. 44): "De arts dient naast een beeld van de mens tevens een beeld van de kosmos te hebben. Mens en kosmos verkeren in een voortdurende wisselwerking met elkaar.
Wanneer het beeld van de mens door ziekte verandert, staat het beeld van de kosmos op de achtergrond om ons aanwijzingen te geven voor therapeutische mogelijkheden… Door bestudering van deze relatie krijgt men een dieper inzicht in het wezen van de mens."
Daarna gaat hij in op een hier nog niet genoemde indeling van Steiner aangaande de mens en de kosmos. De planeet aarde doorloopt heden zijn vierde ontwikkelingsstadium.
De drie achter ons liggende stadia worden gekenmerkt als de toestand van Saturnus, de zon en de maan. In de eerste toestand is het rijk der mineralen ontstaan en ook het fysieke lichaam van de mens. In de tweede toestand heeft het fysieke lichaam ook het ether lichaam opgenomen, terwijl in de maantoestand het astrale lichaam erbij gekomen is. Na een trancetoestand, een slaapbewustzijn (zoals planten hebben) en een droombewustzijn (waardoor het dier gekenmerkt wordt) heeft de mens in deze vierde toestand (die uiteraard vele tientallen eeuwen duurt) zijn zelfbewustzijn ontvangen en verder ontwikkeld.
Polariteit
In het vorige artikel is even - heel kort - genoemd de opvatting dat de mens uit drie delen bestaat; hij kent een "hoofd", een “middengebied" en een "stofwisselings-Iedematenstelsel". Volgens Steiner heerst in de "bovenpool", het hoofd, (ook "zenuwzintuigensysteem" genoemd) een afbrekende, verhardende tendens. Het stofwisselings-Iedenmatensysteem daarentegen is opbouwend.
Als het labiele evenwicht tussen beide krachten, beide polen, verstoord wordt, treedt ziekte op. Bij "overcapaciteit van het zenuw-zintuigensysteem...worden de afbrekende verstarrende tendensen in het organisme versterkt. Op deze wijze ontstaan dan sc1erosen, artrosen, reumatische ziekten en steenvorming. Het zijn de zogenaamde koude ziekten... Wanneer omgekeerd het stofwisselings-ledematensysteem te sterk overheerst ... dan neigt het organisme naar hoge metabole activiteit (warmtevorming) en ontstaan ontstekingen en koortsende ziekten. Het zijn de zogenaamde warme ziekten." (Van Dijk, 48).
Diagnose en Genezing
Steiner heeft met zijn inzicht in het wezen van mens en natuur dus de juiste relatie tussen beiden ontdekt. Zo is de antroposofische geneeskunst onder andere gericht op kruiden en het dierlijke wezensdeel in de mens. Het concentreert zich op die orgaanfuncties, die een afspiegeling zijn van het astraal lichaam, de zielscomponent van de mens.
Binnen deze tendens speelt de drieledigheid van de plant een rol: wortel, stengel, blad en bloem. Daarbij is de wortel het analogon van het zenuw-zintuigsysteem, en de bloem kan vergeleken worden met het stofwisselingsysteem, blad en stengel worden toegepast bij ritmische storingen en het zaad wordt gebruikt bij stofwisselingsmoeilijkheden"." (Van Dijk, 53).
Naast relaties met planten wordt ook verband gezien met metalen/ mineralen en daarmee met de planeten. Opnieuw Van Dijk: "Veel gebruikte metalen zijn goud, zilver, koper, ijzer, tin, kwikzilver en lood. Koper ondersteunt de ik-organisatie in het maag-darmkanaal. Lood zorgt ervoor dat het astraallichaam zich sterker met het ether- en fysiek lichaam verbindt. Zilver dringt de bovenste wezens delen terug uit het stofwisselingsgebied." (54).
Belangrijk in de antroposofische diagnostiek zijn ook de zgn. "stijgproeven". Deze maken een studie van de "levenskrachten" van ieder mens. Aan de hand van een paar druppels bloed kan men diagnose stellen "in een stadium, waarin zij nog niet in de uiterlijke verschijningsvorm zijn aan te tonen... Zij toont hiermee de invloed van de planeten op bepaalde metalen aan. Bij zonsverduisering bijv. vervagen de voor het goud karakteristieke vormen, die de beelden anders vertonen". (Loosjes, 20). Ook zijn kristallisatiebeelden erg in gebruik. Aan een oplossing van koperchloride wordt een uiterst kleine hoeveelheid bloed toegevoegd.
Zodra dat gebeurt, treedt een zeker patroon op, waaruit de antroposofische arts kan afleiden op welke plaats het ziekteproces zich afspeelt. "Er bestaat een samenhang tussen de plaats, waar deze afwijking in het kristalbeeld optreedt en de plaats in het lichaam, waar het ziekteproces zich afspeelt, of zich af zal spelen." (22). Veel méér valt te noemen; vanwege de beperkte ruimte volsta ik met het noemen van wat zaken die Van Dijk meldt.
Geneeskundige stoffen, die worden onttrokken aan "bijen, mieren, maar ook gifslangen, inktvissen en gifpadden." Verder aderlating, eigen bloedinjectie, eigen urinetherapie, speciale massage, allerlei soorten baden en "toepassing van warmte".
Landbouw
Over landbouwmethoden moeten we uiterst kort zijn. Rudolf Steiner wijst hier op de werking van de maan - die zich verder uitstrekt dan de ons in eb en vloed bekende invloed op de aarde - en op die van de overige planeten. Hierdoor zal het duidelijk zijn dat er voor de diverse handelingen als zaaien, snoeien, oogsten enz. gunstige en ongunstige perioden of dagen aan te geven zijn..." (Loosjes, 26).
Wat doen we er mee?
Temidden van de overstelpende literatuur van en over Antroposofen is in de afgelopen weken maar een uiterst minieme hoeveelheid informatie tot u gekomen. Misschien was die echter al zo uitvoerig en/of gedetailleerd dat een aantal lezers heeft afgehaakt, of nooit is begonnen.
In dat geval dient hier te worden opgemerkt dat me dat zeer spijt, maar dat déze mate van detail in elk geval nodig is, wil men de Antroposofie enig recht doen. Het is en blijft een zeer ingewikkeld en veelomvattend systeem. Dat hier dus niet alles gezegd is zal ieder die de artikelen wèl heeft doorgeworsteld inmiddels wel hebben begrepen. Een andere scribent had misschien veel meer over de Vrije school geschreven, of over welk ander aspect dan ook. Voor mij was een groot deel van de interesse gericht op mens- en godsbeschouwing, met name op de Christologie. Hoe de antroposoof tegen Christus aankijkt is enigszins bestudeerd. Laat echter niemand menen nu alles van deze tegenwoordig zo populaire gedachtegangen te weten! Wat mij betreft, ik heb dat gevoel nog lang niet. Niettemin is het mijn hoop dat er voor ieder een aantal aanknopingspunten aanwezig is, als men verder wil studeren. En daarmee ook voor ons nu een mogelijkheid is gekomen om iets van een beoordeling uit te spreken.
Wat de merites van de medische kant aangaat, ik bezit geen deskundigheid om hierover een definitieve uitspraak te doen. Toch lijkt het me toe dat zulke verwevenheid tussen mens en kosmos niet door iedere arts zal worden erkend ... Zonder me daarmee restloos aan de kant van de "gevestigde medische wetenschap" te scharen, komt het me voor dat die constatering wel enig gewicht in de schaal mag werpen. Belangrijker echter vind ik dat achter die medische diagnose etc.
een mensbeeld blijkt dat ik vanuit (mijn visie op) de Bijbel niet herken.
En datzelfde geldt voor de Vrije school gedachte, de bewegingsleer, de landbouw, enz. Ik vraag me af of we als christenen met zulke ideeën akkoord mogen gaan, omdat "het werkt". Op dezelfde gronden zou het trekken van horoscopen (ook vanouds geen typisch gereformeerde praktijk!) gewettigd zijn, mits de voorspellingen maar uitkomen! Zulk denken leert de Schrift ons niet, meen ik.
Ik verwijs naar teksten uit het boek Deuteronomium: inderdaad, de éérste toets van een "ware profetie" is dat die moet uitkomen (zie het eind van Deuteronomium 18). Maar een paar hoofdstukken eerder, in Deut. 13, het begin, wordt met de mogelijkheid gerekend dat een profetie kan uitkomen, maar desondanks niet van God komt, juist een valstrik is. Zo lijkt het me naïef en bovendien minder dan voluit Bijbels, om bij beoordeling van zulke zaken alleen van het zichtbare rendement of resultaat uit te gaan. Hoe groot dat resultaat is weet ik overigens niet. Wel is duidelijk dat in onze zo sterk technologische en pragmatische tijd de Antroposofie bij velen aanslaat. Ze is namelijk "geestelijk", gericht op het niet louter materiële. Ze schenkt aandacht aan de "hele mens". Dat vind Ik zelf ook sympathiek. Zoals ik de paar Antroposofen die ik ontmoet heb ook als persoon zeker niet antipathiek vind. Alleen, dat is géén basis voor de beoordeling van een systeem! En ik blijf, na alle studie (die ongetwijfeld nog te beperkt gebleven is) op mijn oorspronkelijk ingenomen standpunt staan. Dit is geen christelijke mens- of godbeschouwing.
Althans, ze is niet christelijk, in de zin van "orthodox door de eeuwen heen". Dat ik niet alles van de Antroposofie weet hindert me bij het uitspreken van deze conclusie niet zozeer. Ik meen namelijk vanuit de Bijbel wel iets van G6d te weten, zoals dat daar geopenbaard wordt. Als dat geopenbaarde de basis van ons oordeel mag zijn, kan ik niet anders dan drie zaken concluderen.
1. de Antroposofie heeft een kijk op Christus, die - hoewel ze Hem een hoge plaats toekent fundamenteel ánders is dan de orthodox-christelijke visie op Hem.
2. het is ijdel om deze Christologie los te maken van enig ander aspect van de Antroposofische leer of praktijk.
3. uiteindelijk gaat het om twee visies op God, en misschien wel twee ideeën over Openbaring. Hebben wij de bijbelse documenten nodig (onze positie) of kunnen wij los daarvan, als geestelijke wezens, het "kosmische spoor" volgen, zoals Steiner zegt te kunnen?
In het bestuderen van de Antroposofie heb ik, denk ik zelf althans, iets begrepen van de moeite die de orthodoxie altijd weer met de egoterisch-gnostieke uitdaging heeft gehad. Ik voel een zekere interesse in de denkbeelden, zeker gen persoonlijke antipathie tegen aanhangers.
Desondanks principiële afwijzing. Omwille van hetgeen wij geopenbaard hebben gekregen. Ik ben niet zo'n visionair als Steiner, schiet ook sterk in geestelijke beleving tekort. En toch, wat Steiner "openbaart" is niet het Woord der Eeuwen. En uit die constatering trek ik mijn verdere conclusies.