Bijbelse overwegingen bij onze omgang met de tijd
2011-11-11
‘Wat is tijd? Als niemand het mij vraagt, weet ik het. Wanneer ik het iemand zou moeten uitleggen, weet ik het niet.’ Wie kent niet die woorden van Augustinus?- Jaargang 55
- nummer 22
En toch, hoe gemakkelijk gebruiken wij het woord. ‘Heb je even tijd voor mij?’ ‘Nee, ik heb geen tijd.’
Kun je tijd bezitten, uitdelen, verkopen?
De Bijbel filosofeert niet over ‘het begrip tijd’. Daarom vinden wij ook geen nauwkeurige begripsbepaling en worden de verschillende woorden die zowel het Hebreeuws als het Grieks ervoor kent, niet nauwkeurig van elkaar afgegrensd. De Bijbel heeft ons echter wel iets over tijd, onze tijd en Gods tijd, te vertellen.
Tijd is meer dan een punt op een tijdbalk, een ogenblik tussen verleden en toekomst. Het is een gave van God.
Wat doen wij ermee?
Punt, cirkel en lijn
Wij kennen een onderscheid tussen tijd als tijdsduur en als tijdstip.
‘Deze handeling duurt zes minuten.’ Dan maakt het niet uit hoe de klok staat.
‘Het is vijf voor twaalf.’ Nu maakt het wel degelijk uit.
Wij ervaren de tijd als cyclisch in de terugkerende afwisseling van dag en nacht, seizoenen en jaren. God heeft die bij de schepping ingesteld.
Daarnaast zien velen een cyclische beweging in de geschiedenis. Die herhaalt zich. Dat leert de Bijbel anders.
Die tekent de HEER als handelend in de tijd. De Bijbel doet daar verslag van: heilsgeschiedenis. Deze maakt vanaf het begin van Genesis gebruik van geslachtsregisters. Daarmee is een lineaire tijdopvatting gegeven. Een lijn van begin naar eind. Op die lijn kun je niet terug. Augustinus wees daar nadrukkelijk op: wij zijn onderweg naar de voleinding. Ons leven heeft een begin en een eind, een tijd van geboren worden, opgroeien en sterven. Maar hij wees het ook aan in de geschiedenis. Dat bracht de vraag met zich mee: ‘Hoe laat is het op Gods wereldklok?’
Lang, langer, langst
Bij Plato is eeuwigheid tijdloosheid, bij Aristoteles onbegrensde tijd. In het Hebreeuws van het Oude Testament eerder een lange tijd of de verst denkbare tijd. Toen er meer nadruk op de lineaire tijd ging vallen, verschoof de betekenis van het woord eeuwig (olaam in het Hebreeuws, aioon in het Grieks) van lange tijd naar oneindig lang. Alsof wij begrijpen wat oneindig is. In het Nieuwe Testament wordt het woord aioon afwisselend vertaald door eeuw en door wereld. Dit laatste in de relatie tussen deze en de toekomende wereld of eeuw.
Raadsel
Prediker weet van de mensen: ‘Ook heeft God de eeuw (olaam) in hun hart gegeven.’ Wij moeten de Prediker hier niet iets ‘boven’- of ‘buitentijdelijks’ toedichten. Hij spreekt concrete Bijbelse taal. Zoals wijlen ds. J. van Andel het eens in een iets ander verband uitdrukte: ‘Het eeuwige waar de wet (en de Bijbel in het algemeen, CPK) van spreekt, valt zelf onder de termen van de tijd. Het is het eeuwige dezer wereld.’ De NBV suggereert dat Prediker zegt dat de mens inzicht in de tijd heeft gekregen. (3:11) Dat geloof ik niet.
Het raadselachtige van vorige vertalingen wil ik laten staan. Ik ga er, met Augustinus, vanuit dat de tijd geschapen is en dat wij als schepsels door en door zijn bepaald door die tijd. Wij kunnen zelfs niet denken los van de tijd. Dat hoor ik in de woorden van de Prediker. Wij kunnen het werk van God niet doorgronden, ook niet dat in ons eigen leven. Weer Augustinus: ‘Rusteloos is mijn hart tot het rust vindt in God.’ Voor ons is een eeuwigheid als ‘uit de tijd zijn’ dan ook niet voor te stellen, hoewel het een zeer treffende uitdrukking is.
Alles heeft zijn tijd
Omdat wij zulke tijdelijke schepsels zijn, is alles wat wij doen onderworpen aan de tijd: slijtage, vergetelheid, maar vooral: beperking. Onze tijd kunnen wij maar eenmaal gebruiken.
Vergeet daarom naast het zwoegen waarop de Prediker wijst, vooral niet van het leven te genieten. Ook daarop wijst hij. Alles heeft zijn tijd.
De mieren uit Spreuken 6 en 30 weten dat. Zij kennen de (periodiek terugkerende) tijd om te oogsten.
Maar ook deze cyclische tijd maakt deel uit van de lineaire tijd. De oogst van 2010 verschilt van die in 2011, al vielen beide in augustus.
Vergane tijd keert niet terug. Heb ik er goed gebruik van gemaakt? Ik kan het niet overdoen. Denk aan de gelijkenis van de tien meisjes.
Er is een tijd om te...
Vragen wij ons wel eens af of een leeftijd van 35-40 de geschikte tijd is om kinderen te krijgen? Het zegt wat dat daar nogal eens ivf aan te pas moet komen. Een oudere heeft minder kracht dan iemand in de kracht van zijn leven. (Alleen al die uitdrukking zegt iets over ons onderwerp.) Is het leven wel ‘heilig’ tot de laatste snik en stellen wij die met alle mogelijke middelen uit, of is er toch sprake van een boog van beschermwaardigheid, die in het midden hoger gespannen is dan aan begin en einde?
En is een mens nooit te oud om te leren? Een oude hond leer je toch geen nieuwe kunstjes meer? Is mijn pensioengerechtigde leeftijd een tijd om niets te doen? God gunt mij toch ook rust na gedane arbeid!
Gods klok
Er is ook de tijd op onze klok, de wereldklok, Gods klok. Daarop kunnen wij niet kijken. Maar hebben wij er misschien wel invloed op? Moet de HEER wel eens op ons wachten? (Jesaja 30:18) Hoeveel tijd rest de kosmos, en ons? Mogen wij milieuproblemen doorschuiven naar volgende generaties?
Wij kunnen wel een beetje op onze eigen klok kijken. Hoe laat is het daarop? Als ik geen kind meer ben, gedraag ik mij niet meer als een kind.
Een volwassene heeft meer verantwoordelijkheid dan een kind. Wij moeten goed gebruik maken van de tijdsduur die ons vergund wordt. Wij moeten immers verantwoording kunnen afleggen van wat wij daarmee hebben gedaan, en of wij dat op de juiste tijd hebben gedaan.
Verantwoording
Heb ik tijd als eigendom? Recht op tijd? Of ben ik rentmeester, ook over de mij gegeven tijd? Ik zie tijd als een gave, waarover wij verantwoording moeten afleggen. Wij kennen het getal van onze jaren niet, maar weten dat het eindig is.
Moet ik zo druk zijn in wat ik denk dat het Koninkrijk Gods is, dat ik mijn gezin verwaarloos?
Nee natuurlijk, maar hoe ga ik met mijn tijd om zodat ik dat kan verantwoorden?
Wij zijn door God in de tijd gezet voor het aangezicht van het eind der tijden. Zo leven wij in het laatst der dagen.
Kunnen wij ons tijdgebruik verantwoorden?
Zou God straks vragen: ‘Heb je wel genoeg tijd aan de kerk besteed?’ Die vraag kunnen wij ons voorstellen. Toch is dat een andere dan: ‘Heb je wel genoeg tijd aan Mij besteed?’ Daar komt deze eerder in de buurt: ‘Heb je wel genoeg tijd aan je man, je vrouw, je kinderen besteed?’ Geniet u van uw vrije dagen? En zijn ze echt vrij? Eén van de verworvenheden van de wetgeving op Sinaï was nu juist: ‘Niks dag in, dag uit zwoegen zoals de volken. Ik de HEER heb je uit de slavernij bevrijd. Leef dan als bevrijde mensen. Elke zeven dagen een vrije dag. Dat is Goddelijk, want Ik deed het na de schepping.’ Wat moet dat dan wel zijn, uitziend naar de nieuwe tijd, de herschepping!
Dr. Kees Kleingeld is emeritus-predikant van de Vrije Gereformeerde Kerk van Wolvega.