Lange kerkdienst?
2011-11-11
Een opvallend stukje kwam ik tegen in De Saambinder (het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten) van 29 september. Daarin staat een briefje van een anonieme moeder, die zich beklaagt over de lengte van kerkdiensten; weliswaar niet van de zondagse diensten, maar wel van de zogenaamde ‘weekdiensten’, zoals die in veel Gereformeerde Gemeenten gehouden worden op een door-deweekse avond. De moeder schrijft: - Jaargang 55
- nummer 22
Wij horen bij een vacante gemeente waar we - tot onze blijdschap - vaak het gepredikte woord mogen horen. Regelmatig hebben we gelukkig ook een weekdienst. Ook dat is een voorrecht, dat we ook in de week nog vrij naar Gods huis mogen gaan. Omdat dit vaker voorkomt, staan we er op, dat onze kinderen om de beurt mee gaan.
Het is dan om half acht kerk en onze jongste gaat ook al mee.
Als de kerk op de gebruikelijke tijd uit is, kan hij daarna nog even op verhaal komen. En dan snel naar bed... () Ds. W. Hage was er ook geen voorstander van langer de kerk in te houden dan anderhalf uur. Ook ds. G.H. Kersten heeft altijd benadrukt, dat wanneer je het in anderhalf uur niet kunt zeggen, dan lukt het in twee uur zeker niet. Wij hebben ds. Hage ook als consulent gehad toen we kinderen waren.
Jong en oud waardeerden hem en hij was erg gezien. Mede door zijn nuchter en zakelijk handelen. Tijdens de doordeweekse diensten bij ons wordt er vaak langer gepreekt dan normaal.
Soms 20 min. of meer over de normale tijd.
Er komen veel mensen van omliggende dorpen. En ik denk ook veel hongerige zielen. Maar... er zitten ook kinderen in de kerk, die in stilte of soms hoorbaar zitten te zuchten. En wat denkt u van onze opgroeiende jeugd? Pubers dus.
Die gaan ook niet altijd zo gewillig mee, en proberen smoezen te verzinnen.
Terwijl we hen vaak vertellen hoe noodzakelijk de dienst van de Here is voor hun eeuwig behoud. Het is vaak een strijd om ze mee te krijgen, die pubers.
En dan bid ik of de Heere er voor wil zorgen dat ze weer meegaan. Het is ook mijn verlangen dat ze getroffen worden onder de prediking. Soms bid ik onder de preek om mijn, maar ook om het behoud van mijn tieners. Maar als het dan weer later wordt als normaal, dan denk ik: ‘waarom niet die nuchtere kijk op de jeugd, die ds. Hage ook had?’ We moeten toch blij zijn dat er in de week nog jongelui in de kerk zijn? Je zit ook zelf niet meer rustig te luisteren met ongedurig wordende kinderen, die de tijd ook goed in de gaten houden. En dan niet te vergeten de vragen die je na de kerkdienst weer krijgt: ‘waarom het zolang moest zijn’. Waarop we zelf weer zeggen: ‘kind, je zit toch niet in de zee!’ Tijd is tijd, bij het begin kom ik toch ook niet te laat? Het geeft soms voor ouders zo veel spanning. Dat je tenslotte denkt: ‘moeten we die pubers nog wel dwingen in de week? Straks gooien ze helemaal hun hoofd er tegenin. En breek je meer af dan dat je opbouwt’.
Mogen onze predikanten en studenten hier met alle liefde op gewezen worden?
Misschien mag het één keer.....
In de Geref. Gemeenten verandert zo goed als niets; alles blijft bij het oude.
Maar hier wordt - heel voorzichtig en heel marginaal, maar toch! - een vraagteken gezet bij een buitengewoon centraal onderdeel van de geloofsbeleving, de kerkdienst. Hoe gevoelig dat ligt, blijkt uit de omzichtigheid waarmee geargumenteerd wordt, en ook uit de autoriteiten uit het verleden die ten tonele moeten worden gevoerd: ds. Kersten, de ‘stichter’ van dit kerkgenootschap, en ds. Hage, wiens (kortere) preken kennelijk door God waren gezegend voor de schrijfster van dit stukje (aangenomen dat “een moeder” meer is dan een stijlfiguur waarachter een dominee schuilgaat). Een opmerkelijk verhaal.
Je kunt in de kerk trouwens ook heel andere zorgen hebben. In het septembernummer van Nader Bekeken reageert de Vrijgemaakte ds. C. van Dijk op een artikel van prof. Ad de Bruijne, die gewaarschuwd had tegen te scherp gevoerde discussies. Maar Van Dijk toont zich veeleer beducht voor een al te vriendelijke kerk:
Als in een kerk voortdurend scherp wordt gediscussieerd, kan dat je afstoten.
() Maar zijn scherp gevoerde discussies niet vaak juist te beschouwen als een poging om elkaar vast te houden, elkaar te bewaren? En kan het juist niet gebeuren dat we alles maar goed vinden, omdat we nergens meer voor gewaarschuwd worden? Het wordt de hogepriester Eli verweten dat hij zijn zonen terechtwees, maar verder niets deed. Hij mocht blijkbaar niet volstaan met liefdevol en correct ‘foei’ zeggen. Vader Eli moest met de vuist op tafel slaan. Kerkelijke tucht in eigen huis.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.